Sociale partners kunnen recht op keuze tussen vaste en variabele uitkering niet beperken

De Wet verbeterde premieregeling treedt op 1 september in werking. Verschillende partijen regelen momenteel het effect van die wet in de eigen regeling in. Bij onduidelijkheden discussiëren ze onderling over de juiste interpretatie van de nieuwe wet. Mag de deelnemer bijvoorbeeld altijd kiezen tussen een vaste of een variabele uitkering? Deze discussie is onlangs beslecht. Dat recht is er altijd.

De Wet verbeterde premieregeling maakt het mogelijk voor deelnemers aan premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten om een beter pensioenresultaat te bereiken. Dat doet de Wet door het schrappen van de verplichting tot volledige aankoop van een levenslang vastgesteld pensioen bij pensioeningang.

Kunnen sociale partners het wettelijk keuzerecht beperken?
Die eenvoudige vraag bleek in de praktijk toch vrij lastig te beantwoorden. De wet lijkt vrij duidelijk. De pensioenuitvoerder moet de keuze tussen een vastgestelde of variabele uitkering voorleggen aan deelnemers en gewezen deelnemers. De parlementaire stukken bevestigen dit. Voor alle duidelijkheid: de pensioenuitvoerder is niet verplicht om zelf beide uitkeringsvormen aan te bieden.

Is er keuzerecht bij verplichte aankoop in een ander deel van basisregeling?
Er zijn situaties waarin onduidelijk was of er wel of geen keuzerecht is. Zoals wanneer het kapitaal in een verplichte excedent-pensioenregeling moet worden omgezet in extra pensioen in de basispensioenregeling. Het kapitaal van de excedent-pensioenregeling gaat dan verplicht en automatisch naar een ander deel van de basisregeling. In juridische kringen vonden sommigen dat er dan geen sprake is van een aan te wenden kapitaal op pensioendatum. Het keuzerecht zou dan dus niet aan de orde zijn. En dat betekent dan dat sociale partners het keuzerecht toch kunnen beperken. Zij kunnen immers bepalen dat die omzetting moet gebeuren. Anderen vonden dat het recht om te kiezen voor een variabele of vaste uitkering een wettelijk recht is. Daarover kunnen sociale partners geen andere afspraken maken.

In lijn met andere wettelijke keuzerechten
Onlangs werd deze discussie beslecht. Dat gebeurde na een laatste overleg tussen de participanten in de discussie. Ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en toezichthouder De Nederlandsche Bank waren daarbij betrokken. Er is overeenstemming dat het recht om te kiezen tussen een vaste, dan wel een variabele uitkering niet kan worden ingeperkt. Ook niet door sociale partners in de pensioenovereenkomst. Het staat de deelnemer en gewezen deelnemer volledig vrij om van zijn keuzerecht gebruik te maken. Dit keuzerecht staat daarmee op één lijn met het recht om partnerpensioen te ruilen voor een eerder ingaand ouderdomspensioen, voor een hoger ouderdomspensioen of voor een combinatie van eerder ingaand en hoger ouderdomspensioen. En met het recht om juist ouderdomspensioen te ruilen voor partnerpensioen.

Jac Goetstouwers, juridisch beleidsadviseur