Prinsjesdag: kabinet schrapt onnodige fiscale pensioenregels

Net als vorig jaar, stond pensioen niet centraal in de Prinsjesdagstukken. De Raad van State kwam wel met een stevige symbolische boodschap. De Raad adviseert namelijk toekomstig beleid op het terrein van pensioen en woningmarkt in samenhang te bezien, en daarbij ook de zorgkosten te betrekken. Het kabinet is het daarmee eens. Ook pleit het kabinet nogmaals voor het afschaffen van de doorsneesystematiek. Het belangrijkste nieuws voor de pensioensector is echter de afschaffing per 1 januari 2017 van een aantal onnodige en lastig uitvoerbare fiscale regels. Goed nieuws dus.

Nodeloos ingewikkeld en duur
In Pensioennieuws & Opinie schreven we eerder al dat we de huidige fiscale regels voor pensioen nodeloos ingewikkeld vinden. Wij vinden dat er een focus op de fiscale begrenzing van premie moet zijn in plaats van op de uitkering. Zeker in een tijd dat het risico meer en meer bij de deelnemer komt te liggen. Het bewaken van de huidige regels is ook duur. En dat gaat ten koste van de uiteindelijke pensioenuitkering. Tussen de Prinsjesdagstukken zit het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen. Hierin staat een aantal belangrijke vereenvoudigingen. Een eerste stap waar we heel blij mee zijn.

Geen actuariële herrekening nodig
Het ouderdomspensioen kan ingaan de eerste van de maand waarin de pensioenleeftijd wordt bereikt. Eerder vond de fiscus dat pensioenregelingen dan versoberd moesten worden. Of dat een actuariële herrekening nodig was. Dat zou vanaf 2018 gelden. De uitkering wordt bij actuariële herrekening een heel klein beetje lager. Deelnemers begrijpen die aanpassing niet. Bovendien kost de uitvoering ervan veel geld. En het levert niet meer belastinginkomsten op. We zijn blij dat deze regel van de baan is en dat pensioenuitkeringen straks gewoon op de eerste van de maand kunnen ingaan. Hetzelfde geldt ook voor het eventuele partnerpensioen en wezenpensioen. Die uitkeringen mogen ingaan de eerste van de maand waarin de (gewezen) werknemer is overleden.

100%-toets afgeschaft
Volgens de 100%-toets mag het ouderdomspensioen nooit boven het laatste loon uitkomen. Voor het partner- en wezenpensioen gelden daarvan afgeleide grenzen. De focus van de fiscale regelgeving ligt op het strikt bewaken en monitoren van fiscale grenzen. Door die opzet is het fiscale pensioenkader complex. Dat maakt de uitvoering duurder dan nodig. Dat gaat ten koste van de pensioenuitkeringen van deelnemers. De 100%-toets pakt soms onrechtvaardig uit. Het afschaffen van de 100%-toets voor het ouderdomspensioen pakt voor de fiscus neutraal uit. Dat geldt ook voor het afschaffen van de ervan afgeleide grenzen voor het partner- en wezenpensioen. Maar pensioenuitvoering wordt er een stuk eenvoudiger en dus goedkoper door.

Doorwerkvereiste afgeschaft
De regels rond vervroegen en uitstellen van pensioen zijn te ingewikkeld. Uitstellen kan nu alleen als wordt doorgewerkt. Voor uitstel van pensioen is een verklaring van de werknemer nodig. De pensioenuitvoerder moet dit bewaken. Dit levert extra kosten op. Het doel van de overheid is het tijdig incasseren van belasting. Het kabinet bereikt dit doel nu doordat een ouderdomspensioen op zijn laatst 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd in mag gaan. De fiscale regels voor vervroegen waren al versoepeld voor de periode van 5 jaar vóór de AOW-leeftijd. Als de werknemer het pensioen nog eerder wil laten ingaan, dan moet hij verklaren dat hij stopt met werken. Eventueel evenredig bij deeltijdpensioen. De pensioenuitvoerder moet dit blijven toetsen. Maar dit komt weinig voor. Zo’n vergaande vervroeging is namelijk voor veel mensen alleen een theoretische optie. Het voordeel voor deelnemers is de grotere flexibiliteit van de ingangsdatum van hun pensioen.

Nieuw fiscaal pensioenstelsel gaat stap verder
In Pensioennieuws & Opinie van 12 september pleitten wij er voor om met een nieuw pensioenstelsel ook een nieuw fiscaal stelsel op te zetten. Een fiscaal stelsel dat gericht is op de premie. Dat zou een spectaculaire vereenvoudiging opleveren. We zijn er nog steeds voorstander van de fiscale regels te betrekken bij de opzet van een nieuw stelsel. De stappen die het kabinet nu zet zijn echter al een echte praktische verbetering. Besparing op uitvoeringskosten levert een kans op een hoger pensioen op. En het kabinet geeft deelnemers meer keuzevrijheid en flexibiliteit rondom de ingang van pensioen.

Lieke Haijemaije, beleidsadviseur