Instemmingsrecht over pensioen uitgebreid, nu kleine ondernemingen nog

Werknemers hebben sinds 1 oktober instemmingsrecht bij het wijzigen van een pensioenregeling. Dat loopt via de ondernemingsraad (OR). Het instemmingsrecht geldt ook voor het onderbrengen van de pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder. De Kamer wil dat ook medewerkers in dienst van kleinere ondernemingen medezeggenschap krijgen. Staatssecretaris Klijnsma vroeg daarom aan de Sociaal-Economische Raad (SER) om advies. Bij ondernemingen met 10 tot 50 werknemers is er namelijk geen OR. Staatssecretaris Klijnsma zou de SER ook om advies vragen over medezeggenschap bij gesloten pensioenregelingen. Maar dat doet ze nu toch niet.

Eerder aan de slag
Oorspronkelijk was de bedoeling dat het wetsvoorstel in werking treedt op 1 januari 2017. Er was bij overstap naar een pensioenfonds geen instemmingsrecht voor de OR. Bij overstap naar een verzekeraar wel. De Tweede Kamer wilde dit verschil zo snel mogelijk oplossen. Daarom trad het wetsvoorstel al op 1 oktober in werking. De OR speelt nu bijvoorbeeld een rol bij overstap naar een pensioenfonds of een verzekeraar. Maar de OR is niet aan zet als het pensioen geregeld is via een cao of bij wijziging van een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling.

De SER adviseert over medezeggenschap bij kleine ondernemingen
De Tweede Kamer wilde ook medezeggenschap bij ondernemingen met 10 tot 50 werknemers. Een ondernemingsraad is dan niet verplicht. De ondernemer kan een personeelsvertegenwoordiging instellen. Dat moet hij doen als de meerderheid van de werknemers hem dat vraagt. Op 15 september vroeg staatssecretaris Klijnsma aan de SER om een advies. Zij vindt het een forse uitbreiding van het instemmingsrecht als de personeelsvertegenwoordiging ook instemmingsrecht zou krijgen over pensioen. Klijnsma wil graag vóór 15 januari 2017 een advies over hoe de medezeggenschap over pensioen van werknemers in kleine ondernemingen versterkt kan worden
- zonder het systeem van de Wet op de ondernemingsraden te verstoren,
- rekening houdend met de complexiteit van het terrein pensioen en
- rekening houdend met de noodzaak.

Geen advies over gesloten pensioenregelingen
De Tweede Kamer vroeg ook aandacht voor de medezeggenschap bij gesloten pensioenregelingen. Zo’n regeling geldt alleen voor slapers en pensioengerechtigden. Nieuwe opbouw voor werknemers is ondergebracht in een andere pensioenregeling of is niet meer van toepassing omdat de werkgever de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd . Stel dat de werkgever besluit zo’n gesloten regeling onder te brengen bij een verzekeraar en nooit meer te indexeren. De OR is niet representatief voor de voormalige deelnemers. Hoe wordt geborgd dat de OR dan toch rekening houdt met hun belangen? Staatssecretaris Klijnsma zou de SER advies vragen of de rechten van de voormalige deelnemers goed verankerd zijn. Zij nam deze vraag echter niet mee in de adviesaanvraag aan de SER.

Bestuur bewaakt evenwicht
De medezeggenschap namens voormalige deelnemers is lastig. De belangen van slapers en pensioengerechtigden kunnen, ook als ze in dezelfde regeling deelnemen als actieven, anders zijn dan die van actieven. Ook dan kan een wijziging van de regeling gelden voor slapers en pensioengerechtigden. Zo bezien speelt de representativiteit van de OR niet alleen bij gesloten pensioenregelingen. De OR én de ondernemer zouden rekening moeten houden met de belangen van alle belanghebbenden. Als de gesloten regeling ondergebracht wordt bij een (algemeen) pensioenfonds, kan het bestuur van dat fonds weigeren een besluit uit te voeren als dat niet evenwichtig uitpakt naar een bepaalde groep. Uiteindelijk moet het bestuur kunnen uitleggen dat aan de pensioenregeling een evenwichtige besluitvorming ten grondslag ligt. Met of zonder actieven in de regeling, het bestuur bewaakt het evenwicht. Bij onderbrenging bij een verzekeraar ontbreekt zo’n bewaking.

Door Leo Blom, juridisch beleidsadviseur