DNB-toets bestuursleden pensioenfonds zorgt voor stevige selectie aan de poort

Pensioenfondsbestuurder is een zware functie. Sinds 2001 toetst toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) kandidaat-pensioenfondsbestuurders daarom op geschiktheid. De DNB-toets komt na de eigen beoordeling door het fonds. De toets vormt een serieuze selectie aan de poort. Kamerlid Van Weyenberg (D66) wilde meer weten over de praktijk van toetsing. Staatssecretaris Klijnsma gaf inzicht in de cijfers. Praktisch alle bestuurders zijn getoetst. 7% van de kandidaat-bestuurders komt niet door de toets. Opvallend is dat 24% van de zittende bestuurders die lid wordt van de beleggingscommissie, niet door de toetsing komt die hoort bij deze nieuwe functie.

De toets is een waarborg voor kwaliteit bestuur
De geschiktheidstoets is sinds 2001 fors aangescherpt. Ging het in het begin om deskundigheid op een aantal aandachtsgebieden. De laatste jaren valt de volle nadruk op vaardigheden en professioneel gedrag. DNB stelt extra hoge eisen aan de functie van voorzitter en aan bestuurders die verantwoordelijk zijn voor vermogensbeheer en risicomanagement. Als een bestuurder voorzitter of lid van de beleggingscommissie wordt, toetst DNB deze persoon opnieuw.

Kwaliteit bestuurders permanent in aandacht
De Nederlandsche Bank toetst standaard bij een nieuwe benoeming. Dat gebeurt nadat de kandidaat-bestuurder door de selectieprocedure van het fonds gekomen is. DNB toetst niet standaard bij herbenoeming. De besturen zelf doen dat wel. Een aanvangstoets is immers een momentopname. Bestuurders moeten continu hun kennis en vaardigheden ontwikkelen. Besturen evalueren regelmatig het functioneren van het bestuur en van individuele bestuurders. Een bestuurder kan in beginsel maximaal twee keer worden herbenoemd. Het bestuur beoordeelt dan eerst of hij/zij nog steeds voldoet aan de profielschets en voldoende tijd beschikbaar heeft. Afhankelijk van het bestuursmodel hebben ook het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht een toetsende rol. De kwaliteit van het bestuur en de bestuurders heeft dus volop de aandacht. DNB kan ook zelf besluiten tot een hertoets. Dat gebeurt als DNB twijfels heeft over het functioneren van een bestuurder. Dat doet DNB hoogst zelden: 2 keer in 2014, 0 keer in 2015 en 1 keer in 2016.

Geschiktheid en prestaties
Van Weyenberg vroeg ook naar de relatie tussen de prestaties van een pensioenfonds en de door toetsing bewezen geschiktheid van haar bestuurders. Staatssecretaris Klijnsma antwoordt dat hier geen onderzoek naar gedaan is. Ze geeft wel aan dat De Nederlandsche Bank themaonderzoeken gedaan heeft waaruit blijkt dat zwakke beheersorganisaties voor beleggingen vaak zijn terug te voeren op de kwaliteit van bestuurders. Als positief punt noemt Klijnsma dat in de loop van de jaren vooruitgang is geboekt op de kwaliteit van bestuurders.

Verduidelijking eisen beleggingskennis
De toetsingseisen zijn niet altijd helder. De Nederlandsche Bank komt met een verduidelijking van het normenkader voor minimaal verwachte beleggingskennis van pensioenfondsbestuurders. Op 7 december licht DNB dit nader toe in een seminar. DNB maakt hierbij onderscheid tussen drie rollen in het bestuur: algemeen bestuurslid, lid beleggingscommissie en voorzitter beleggingscommissie. Bij besturen die geen beleggingscommissie hebben, wordt van alle bestuursleden verwacht dat hun kennis minimaal ligt op het niveau van lid beleggingscommissie. Het verwachte niveau van beleggingskennis is niet verzwaard, maar explicieter beschreven. Wij gaan ervan uit dat DNB deze beschrijving voor de duidelijkheid op de website opneemt. Het lijkt ons ook goed om de ‘Beleidsregel geschiktheid 2012’ hiermee aan te vullen.

Verdere aanscherping eisen niet nodig
Pensioenfondsbestuurder is dus een zware functie. De eisen zijn dan ook hoog. De volgende stap in de politieke discussie is dat Van Weyenberg beoordeelt of hij tevreden is met de antwoorden van staatssecretaris Klijnsma. Vormt dit de opmaat om de geschiktheidseisen verder aan te scherpen? Wij denken niet dat dit nodig is. Uit de antwoorden van Klijnsma blijkt immers dat de kwaliteit van de besturen voortdurend de aandacht heeft van De Nederlandsche Bank én van de besturen zelf. Het is wel prettig dat DNB meer inzicht geeft in de eisen voor bestuurders. Dit zorgt er voor dat kandidaat-bestuurders en fondsen zelf beter kunnen beoordelen of ze aan de kwaliteitseisen voldoen.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur