Eenvoudig proces van groot belang bij automatische waardeoverdracht kleine pensioen

Staatssecretaris Klijnsma wil met automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen de pensioenbestemming behouden. Dat verbetert de pensioenvoorziening van werknemers met korte dienstverbanden. Afkoop van kleine pensioenen vervalt door het plan. Maar wij vinden dat afkoop toch mogelijk moet blijven. Namelijk in de situatie dat er na een aantal jaren nog geen nieuwe uitvoerder is. Ander goed nieuws is dat hele kleine pensioenen gaan vervallen. Maar de grens waaronder een klein pensioen vervalt, kan wat ons betreft wel nog wat omhoog. De kosten van waardeoverdracht moeten namelijk in verhouding staan tot het pensioen. Een eenvoudig proces voor automatische waardeoverdracht is daarom ook vanuit kostenoogpunt van groot belang.

Randvoorwaarde: lage kosten
Kleine pensioenen zijn lager dan € 465,94 per jaar. Klijnsma geeft de hoofdlijnen van de nieuwe regeling voor automatische waardeoverdracht. Daarover bereikte ze overeenstemming met de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. Het gaat om een afweging tussen het belang van de individuele deelnemer en de belangen van de overige deelnemers. En om de gevolgen voor pensioenuitvoerders (fondsen en verzekeraars). De nieuwe regeling moet kostenefficiënt en effectief zijn. Klijnsma stelt daarom het wetsvoorstel en de daarbij behorende lagere regelgeving op na verdere afstemming met het pensioenveld. Wij vinden deze afstemming heel belangrijk. Juist details kunnen grote gevolgen hebben voor de uitvoering. En daardoor tot meerkosten leiden. Klijnsma streeft ernaar dat het wetsvoorstel over de automatische waardeoverdracht op 1 januari 2018 in werking treedt.

Recht op automatische waardeoverdracht
Het recht van pensioenuitvoerders om kleine pensioenen af te kopen vervalt. Zij krijgen het recht om kleine pensioenen over te dragen naar de nieuwe uitvoerder. De nieuwe uitvoerder is verplicht deze overdracht te accepteren. Uitvoerders die mee doen aan het systeem van waardeoverdracht, mogen ervoor kiezen om niet alleen nieuwe, maar ook bestaande slapersrechten over te dragen. Een verplichting tot waardeoverdracht komt er niet. Dit omdat er uitvoerders zijn die nu bewust geen afkoopbeleid voeren.

Eenvoudig systeem
Het moet een zo eenvoudig en automatisch mogelijk systeem worden. Daarom kunnen gewezen deelnemers met een klein pensioen geen bezwaar maken tegen automatische waardeoverdracht daarvan. De automatische waardeoverdracht vindt ook plaats als reguliere waardeoverdracht opgeschort is wegens een dekkingstekort. Dat benadeelt de achterblijvende deelnemers. Maar omdat het om relatief lage bedragen gaat, vindt Klijnsma dat geen probleem. Zij bekijkt nog of dit niet leidt tot ongewenste situaties voor de achterblijvers.

Extra taak voor Pensioenregister
Waardeoverdracht zonder tussenkomst van de gewezen deelnemer vraagt om efficiënte informatie-uitwisseling. Klijnsma geeft het Pensioenregister een extra taak als centrale gegevensuitwisselaar. De overdragende uitvoerder checkt dan bij het Pensioenregister of de gewezen deelnemer bij een nieuwe uitvoerder pensioen opbouwt. De overdragende uitvoerder toetst dit voor de eerste keer binnen één jaar na uitdiensttreding.

Tot in lengte van jaren toetsen
Niet altijd is er een nieuwe uitvoerder om het kleine pensioen naar over te dragen. Bijvoorbeeld als de gewezen deelnemer niet direct gaat werken. Of gaat werken zonder pensioen op te bouwen bijvoorbeeld als zelfstandige. Daarom moet de overdragende uitvoerder elk jaar toetsen of er alsnog een nieuwe uitvoerder is. Volgens ons is dat duur. Dit kan er namelijk toe leiden dat tientallen jaren elk jaar een toets bij het Pensioenregister dient plaats te vinden. Al die jaren lopen de kosten voor het kleine pensioen door. Het lijkt ons beter om het kleine pensioen af te kopen als het na 3 of 5 jaar nog steeds niet kan worden overgedragen. Wij vinden het jammer dat dit pas bespreekbaar is bij de evaluatie van de wet. Die wordt 3 jaar na invoering gehouden.

Kruimelpensioenen vervallen
Bij hele kleine pensioenen staan de kosten van de administratie, afkoop en waardeoverdracht niet in verhouding tot de kleine aanspraken. Daarom wil Klijnsma deze hele kleine pensioenen laten vervallen. Over het omslagpunt is discussie mogelijk. Klijnsma wil de grens voor premieovereenkomsten stellen op een afkoopwaarde van € 14. Dit komt bij een uitkeringsovereenkomst neer op een pensioen van circa € 2 per jaar. Die € 14 komt overeen met het minimum bedrag voor heffing of teruggave van inkomstenbelasting.

Een mooie eerste stap
Met het vervallen van kruimelpensioenen gaat een oude wens van de pensioensector in vervulling. Vanaf 2015 wordt een kruimel-AOW niet meer uitgekeerd, dat is 2% van het AOW-pensioen. Dat komt neer op jaarlijks bijna €190, een veelvoud van de nu gekozen € 2. Uit een CBS-rapport van dit voorjaar bleek dat er bij zeven pensioenfondsen met veel kleine slapersrechten meer dan 100.000 aanspraken zijn van minder dan € 1 en 650.000 aanspraken van minder dan € 10. Afkoop kost gemiddeld € 20 en waardeoverdracht € 40 tot € 100. Zo bezien is het vervallen van pensioenen van kleiner dan € 2 per jaar een mooie eerste stap. Maar het heeft een beperkt effect op de uitvoeringskosten voor iets hogere kleine pensioenen. De kosten van de voorgestelde automatische waardeoverdracht zijn lager dan de huidige kosten. Maar ze staan nog steeds niet in verhouding tot hele kleine aanspraken. Wat ons betreft kan de grens voor het vervallen van pensioen daarom omhoog naar het bedrag van de gemiddelde kosten voor een automatische waardeoverdracht.

Leo Blom, juridische beleidsadviseur