Ook bij langere hersteltermijn verlaging van pensioenen

De dekkingsgraden stijgen weer iets. Toch moeten veel pensioenfondsen volgend jaar mogelijk de pensioenen verlagen. In de Tweede Kamer manifesteert zich een tweedeling. Enerzijds zijn er partijen die het stelsel willen aanpassen. Anderzijds zijn er partijen die vinden dat we ons met de huidige lage marktrente kunstmatig arm rekenen. Staatssecretaris Klijnsma liet op verzoek van de Tweede Kamer de effecten van het verlengen van de hersteltermijn in kaart brengen. In januari geeft ze duidelijkheid over een eventuele verlenging van de hersteltermijn. Een langere spreidingstermijn heeft een klein effect. Zonder een economische verbetering ontkomen veel pensioenfondsen niet aan de verlaging van pensioenen.

Stand op 31 december bepalend
In 2017 gaat het gemiddeld om een jaarlijkse verlaging van 0,7% over een periode van 10 jaar. Deze inschatting is gebaseerd op de financiële positie van pensioenfondsen eind september. En is een stuk negatiever dan op basis van de gegevens van eind maart. Sinds eind september zijn de dekkingsgraden weer iets gestegen. Het is afwachten wat de financiële positie is op de peildatum: 31 december 2016. Dat is bepalend.

Onderzoek verlengen hersteltermijnen
Bij een herstelperiode van 10 jaar wordt het pensioen verlaagd van in totaal 2,1 miljoen mensen waaronder 200.000 gepensioneerden. De Tweede Kamer vroeg staatssecretaris Klijnsma wat de effecten zijn van het verlengen van de hersteltermijn. De Nederlandsche Bank (DNB) onderzocht de financiële gevolgen van verlenging van de hersteltermijn in 2017 met 1 of 2 jaar. Het Centraal Planbureau (CPB) keek naar de generatie-effecten voor pensioenfondsen. Klijnsma stuurde hierover op 18 november een brief aan de Tweede Kamer.

Geen meerderheid 2% rekenrente
De vakorganisaties FNV, CNV en VCP vroegen de Tweede Kamer om verlaging van pensioenen te voorkomen. Op 18 november diende 50Plus daarom een initiatiefwetsvoorstel in. Volgens dit voorstel mogen pensioenfondsen hun verplichtingen tegen minimaal 2% waarderen zolang de Europese Centrale Bank een ruim monetair beleid voert. De Raad van State is om advies gevraagd. De meerderheid van de Tweede Kamer ziet niets in dit voorstel. Vooral vanwege de nadelen voor jongere deelnemers. Dat bleek tijdens het overleg in de Tweede Kamer op 24 november.

Beperkt effect van verlengen hersteltermijn
Verlenging van de hersteltermijn met 1 jaar heeft een zeer beperkt effect op het aantal mensen van wie het pensioen omlaag gaat. Bij een hersteltermijn van 11 jaar krijgen namelijk nog steeds 2 miljoen deelnemers waaronder 190.000 gepensioneerden een verlaging. Het gaat dan om 24 fondsen. Een hersteltermijn van 12 jaar heeft een groter effect. Dan krijgen 1 miljoen deelnemers waaronder 100.000 gepensioneerden een verlaging. Het gaat dan om 17 fondsen. In beide gevallen valt de jaarlijkse verlaging lager uit, namelijk gemiddeld 0,4%.

Generatieneutraal
Het Centraal Planbureau gaf een inschatting van de generatie-effecten van een tijdelijke verlenging van de hersteltermijn. Bij dekkingsgraden van minder dan 100% is een verlenging van de hersteltermijn licht in het voordeel van gepensioneerden. Bij dekkingsgraden van minder dan 80% is verlenging licht in het nadeel van oudere werknemers. Het effect van een langere hersteltermijn is dat minder deelnemers en gepensioneerden te maken krijgen met een verlaging. In beide gevallen is de verlaging nog steeds 0,4%. Uiteindelijk moet ieder pensioenfonds een generatieneutrale afweging maken.

Groot aantal fondsen ontkomt niet aan verlagen
Door de gedaalde marktrente in 2016 is de kostprijs van pensioen gestegen. Daardoor is de premiedekkingsgraad in 2016 gedaald. Klijnsma wijst er op dat DNB in beeld bracht wat er gebeurt als de kostprijs van pensioen gelijk zou blijven. Dat heeft een heel groot effect: in dat geval krijgen heel veel mensen geen verlaging. Nog maar 80.000 deelnemers waaronder 60.000 gepensioneerden bij een hersteltermijn van 12 jaar. Dat kan echter alleen als de premiedekkingsgraad in 2016 en 2017 niet wijzigt. Daarvoor moeten sociale partners de premie structureel verhogen of de opbouw structureel verlagen. In beide gevallen met tientallen procenten. Dat is een volstrekt academisch scenario. Wij verwachten bij gelijke economische omstandigheden dan ook dat ook bij verlenging van de hersteltermijn een groot aantal pensioenfondsen niet kan ontkomen aan verlaging van pensioenen.

Duidelijkheid over hersteltermijn in januari
Uitgangspunt voor een besluit over een eventuele verlaging in 2017 is uiteindelijk de financiële positie van een fonds op 31 december 2016. De financiële positie van fondsen wisselde afgelopen maanden sterk. De kaders waarbinnen fondsen kunnen werken, zijn nog niet volledig duidelijk. Staatssecretaris Klijnsma laat namelijk pas in de tweede helft van januari weten of ze de hersteltermijn inderdaad verlengt. Fondsen kunnen al wel bepalen of spreiding over een langere periode evenwichtig is. Maar fondsen die hiervan gebruik willen maken, moeten nog wel even geduld hebben.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur