Evaluatie toetsingsproces levert meer duidelijkheid op over proces

Het toetsingsproces van bestuurders en commissarissen is adequaat, maar op onderdelen zijn verbeteringen mogelijk. Zo hebben kandidaten en instellingen nog onvoldoende zicht op de inrichting van het toetsingsproces en op de beoordelingscriteria. Er is in de financiële sector wel brede steun voor het doel en het belang van de geschiktheidstoets. Dat concludeert de externe commissie Ottow. Die deed op verzoek van Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoek naar het toetsingsproces. DNB en de AFM gaan beter informeren over de toetsing en meer nadruk leggen op zorgvuldige oordeels- en besluitvorming.

Evaluatie toetsingsproces door externe commissie
Na een eerdere interne evaluatie lieten de toezichthouders DNB en AFM het toetsingsproces ook extern evalueren door de commissie Ottow. In de pensioensector toetst DNB naast bestuurders, leden van de raden van toezicht. De toezichthouders trekken bij de evaluatie samen op omdat ze bij banken en verzekeraars de toetsingen samen uitvoeren. DNB en de AFM zien het rapport als een goede basis voor verbeteringen. Er is vanuit de financiële sector ook kritiek op het rapport. Bijvoorbeeld dat de toetsingscriteria vaag zijn. En dat niet onderzocht is of de toetsing beter bij een andere autoriteit kan worden ondergebracht.

Meer informatie voor kandidaten en instellingen
De commissie Ottow concludeert dat kandidaten en instellingen nog onvoldoende zicht hebben op de inrichting van het toetsingsproces en de beoordelingscriteria. Dit kan leiden tot onzekerheid bij kandidaten. Zij hebben een kwetsbare positie. De aanbeveling van de commissie om een vertrouwenspersoon bij DNB en AFM te benoemen komt daaraan tegemoet. De onafhankelijkheid van die vertrouwenspersoon is wel een kritisch aandachtspunt. DNB en de AFM geven inmiddels duidelijker informatie. Dat helpt de instelling en de kandidaat om zich goed voor te bereiden.

Betere oordeels- en besluitvorming
De overgrote meerderheid van de toetsingen is een papieren proces. Een gesprek is meestal niet nodig. De commissie vindt de opzet en werkwijze van het toetsingsproces een adequate invulling van de wettelijke taak. Er zijn waarborgen voor rechtszekerheid en rechtsbescherming, zoals een interne bezwaar- en externe beroepsprocedure. Een kritiekpunt uit de sector is dat er vanwege het doorlopende toezicht, DNB en AFM een machtspositie hebben. De toezichthouders gaan daarom een duidelijker onderscheid tussen toezicht en toetsing maken. De commissie stelt voor dat een negatief oordeel voortaan schriftelijk bekend wordt gemaakt. En in de uitnodiging voor een eventueel toetsingsgesprek komt nog duidelijker te staan welke onderwerpen aan de orde komen. Dat geeft meer houvast.

Extra eisen beleggingskennis
DNB stelt zwaardere eisen aan bestuurders met beleggingen als aandachtsgebied. Kandidaten voor zo’n functie komen minder vaak door de toetsing. Daarom geeft DNB guidance over welke beleggingskennis nodig is. Dit helpt pensioenfondsen en voordragende partijen bij de selectie van nieuwe kandidaten. Het normenkader en de verwachte beleggingskennis op de verschillende niveaus staan in de brochure Verwacht niveau beleggingskennis bestuurders. Die staat op de website van DNB.

Toetsing verhoogt kwaliteit sector
De laatste jaren is het toetsingsproces aangescherpt. Mede door de financiële crisis. Het toezicht besteedt meer aandacht aan de strategie en het bedrijfsmodel. En aan gedrag en cultuur van financiële instellingen. In het rapport van de commissie staat dat kandidaten unaniem positief zijn over de toetsing. Die zorgt voor kwaliteitsborging van bestuurders en leden van de raden van toezicht verhoogt het lerend vermogen van de sector.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur