Halve maatregelen bij governance beroeps- en ondernemingspensioenfondsen

interessante uitleg

De Verzamelwet pensioenen verduidelijkt per 1 juli 2017 een aantal zaken op het gebied van governance. Zo wordt het intern toezicht bij grote ondernemingspensioenfondsen aangescherpt. Die moeten een raad van toezicht instellen. Wij missen wel een invoeringstermijn daarbij. Beroepspensioenfondsen kunnen de pensioenregeling gemakkelijker wijzigen. Maar het kan nog een stap beter. En de medezeggenschap bij beroepspensioenfondsen wordt versterkt. Want het verantwoordingsorgaan krijgt dezelfde adviesrechten als bij een fonds dat onder de Pensioenwet valt.

Raad van toezicht verplicht
Een ondernemingspensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur moet een raad van toezicht instellen. Dat geldt alleen voor fondsen met een belegd vermogen van meer dan € 1 miljard. Nu kan zo’n fonds voor het intern toezicht nog gebruik maken van jaarlijkse visitatie. Bedrijfstakpensioenfondsen met een paritair of onafhankelijk bestuur moesten door de Wet versterking bestuur pensioenfondsen per 1 juli 2014 een raad van toezicht instellen. In 2017 zou geëvalueerd worden of ondernemingspensioenfondsen ook een raad van toezicht nodig hebben. De Eerste Kamer vond dat niet genoeg. Staatssecretaris Klijnsma beloofde daarom dat na 3 jaar, dus op 1 juli 2017, ook ondernemingspensioenfondsen een raad van toezicht moeten instellen.

Overgangstermijn wenselijk
Het zou wat ons betreft beter zijn om de effectiviteit van beide vormen van intern toezicht eerst in de evaluatie te vergelijken. Gelukkig hoeven kleinere ondernemingspensioenfondsen nu geen raad van toezicht in te stellen. Dit om extra administratieve lasten te voorkomen. Maar ook voor kleinere ondernemingspensioenfondsen kan nog wel uit de evaluatie volgen dat een raad van toezicht alsnog verplicht wordt. 31 grote ondernemingspensioenfondsen moeten nu snel een raad van toezicht instellen. Wij vinden dat deze fondsen genoeg tijd moeten hebben om dit voor te bereiden. Een overgangstermijn tot bijvoorbeeld tot 1 januari 2018 is wat ons betreft passend.

Geen zienswijzen bij wijziging beroepspensioenregeling
Bij een beroepspensioenfonds kan de beroepspensioenvereniging de pensioenregeling wijzigen. Maar dat is niet zo eenvoudig. De vereniging moet zo’n wijziging aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) sturen. De minister publiceert de wijziging in de Staatscourant. Als iemand een zienswijze indient, moet de vereniging aantonen representatief te zijn voor de beroepsgroep. Deze procedure wordt eenvoudiger. Er kan geen zienswijze meer worden ingediend. Toetsing van de representativiteit vindt namelijk al 5-jaarlijks plaats. En eventueel ook bij tussentijdse wijziging van de verplichtstelling. Publicatie zou nog nodig zijn om niet-leden te informeren. Wij vinden deze wijziging half werk. Extra melding aan de minister en DNB is overbodig. Want het fonds informeert alle deelnemers zelf al over de wijzing van de regeling. En het fonds informeert DNB over de reglementswijziging. Deze extra melding is alleen nog zinvol als de regeling wordt uitgevoerd door een verzekeraar of een premiepensioeninstelling.

Verantwoordingsorgaan beroepspensioenfonds zelfde adviesrechten
Het verantwoordingsorgaan bij een beroepspensioenfonds heeft minder adviesrechten dan bij een pensioenfonds dat onder de Pensioenwet valt. Dat komt omdat bij de behandeling van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen adviesrechten in de Pensioenwet zijn opgenomen, maar niet in de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Dit verschil verdwijnt nu. Het verantwoordingsorgaan bij een beroepspensioenfonds krijgt adviesrecht bij collectieve waardeoverdracht, liquidatie, fusie of splitsing van het fonds en over de uitvoeringsovereenkomst. Het krijgt ook een beroepsrecht als een besluit niet in overeenstemming is met het advies van het verantwoordingsorgaan.

Publicatie onnodig
De Verzamelwet verbetert de procedure voor beroepspensioenfondsen bij wijziging van de regeling. Wat ons betreft kan het nog een stapje beter. Want het is ook niet nodig om de wijziging extra te publiceren voor niet-leden. Het fonds moet immers alle deelnemers op de hoogte brengen van alle wijzigingen in de regeling. Het is goed dat het verschil in adviesrechten tussen beroepspensioenfondsen en andere pensioenfondsen verdwijnt. Tot slot zien wij liever wat meer tijd voor het inrichten van een raad van toezicht voor grote ondernemingspensioenfondsen. Met name voor fondsen die aan het liquideren zijn.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur