Nieuwe Europese pensioenrichtlijn: sleutelfunctionarissen toetsen en effect op UPO

kaart van Europa

Eind juni 2016 bereikten vertegenwoordigers van de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een compromis over de nieuwe Europese pensioenrichtlijn. Nederland moet de pensioenwetgeving hier uiterlijk 13 januari 2019 op hebben aangepast. Staatssecretaris Klijnsma schreef er een brief over aan de Tweede Kamer. De meeste regels in de richtlijn hebben geen invloed op de praktijk bij Nederlandse pensioenfondsen. Wel komen er regels voor sleutelfunctionarissen en verandert de informatie op het UPO. Verder mogen toezichthouders sancties openbaar maken, maar dat was al zo in Nederland. En er zijn heldere regels voor grensoverschrijdende pensioenoverdrachten.

Sleutelfunctionarissen
De richtlijn scherpt de governance van pensioenfondsen aan. Het fonds moet beleidslijnen voor risicobeheer, interne audit, actuariële en uitbestede activiteiten schriftelijk vastleggen. Het bestuur moet de beleidslijnen goedkeuren en ten minste om de drie jaar evalueren. Het fonds moet ook het beloningsbeleid minimaal elke drie jaar evalueren. De richtlijn schrijft voor dat een pensioenfonds beschikt over sleutelfuncties voor risicobeheer, interne audit en actuariële zaken. Het pensioenfonds toetst de geschiktheid en betrouwbaarheid van sleutelfunctionarissen vóór hun benoeming. Ook informeert het fonds toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) tijdig over uitbesteding en over ‘latere belangrijke ontwikkelingen’. Bijvoorbeeld over het opzeggen van een uitbestedingsovereenkomst en het aangaan van een nieuwe.

Pensioencommunicatie nog steeds gelaagd?
De richtlijn bevat enkele nieuwe vereisten die de lidstaten zelf kunnen invullen. Op een aantal punten sluiten de nieuwe vereisten aan bij de Nederlandse praktijk. Maar de regels over het ‘pensioenoverzicht’ botsen daarmee. Het fonds moet op grond van de richtlijn jaarlijks een ‘pensioenoverzicht’ aan iedere (gewezen) deelnemer ter beschikking stellen. Dit is voor gewezen deelnemers nu om de vijf jaar. Het overzicht bevat meer informatie dan op het korte UPO staat. Zo moeten ook de pensioenleeftijd, scenario’s met het verwacht pensioen, betaalde premies en bij DC-regelingen ingehouden kosten worden vermeld. Dit alles op het UPO opnemen, ondermijnt het gelaagd informeren. In 2017 is juist gekozen voor een kort UPO met een verwijzing naar de website voor de toelichting. Op dit moment is nog de vraag of je op het papieren UPO mag verwijzen naar een uitgebreider document op de website. Het speelt minder als het fonds het UPO digitaal beschikbaar stelt. Dan kan de ontvanger immers doorklikken naar aanvullende informatie.

Toezichtinformatie openbaar
De pensioenwetgeving geeft de toezichthouder de bevoegdheid om sancties die aan pensioenfondsen worden opgelegd openbaar te maken. Uitgangspunt in de richtlijn is dat de toezichthouder sancties openbaar maakt. En de toezichthouder kan statistische gegevens over het financieel toezicht openbaar maken. Het gaat in de vorm van een overzicht van anonieme gegevens van pensioenfondsen samen. Dat wordt verplicht. Deze regel heeft geen gevolgen voor Nederland, want het sluit aan bij de huidige praktijk.

Waarborgen bij grensoverschrijdende overdrachten
DNB toetst een collectieve waardeoverdracht naar een buitenlandse pensioeninstelling. In de richtlijn is bepaald op basis van welke gronden DNB een verbod op het doorvoeren van zo’n overdracht kan opleggen. Verder moet een meerderheid van de deelnemers en pensioengerechtigden akkoord gaan met de overdracht naar het buitenland. Staatssecretaris Klijnsma gaat ervan uit dat het in de praktijk gaat om goedkeuring door een meerderheid van de leden van het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan die de deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigen.

Op weg naar een interne markt?
Opvallend is dat het in de discussie niet gaat over het achterliggende doel van de richtlijn. Namelijk een Europese markt voor grensoverschrijdende pensioenen. Dat was het doel in 2003 van de eerste Europese pensioenrichtlijn. Het Europees Parlement en de Raad van de EU vonden ook in 2016 dat een echte interne markt voor bedrijfspensioenvoorziening van wezenlijk belang is. Maar in de praktijk sinds 2003 kwam van een interne markt weinig terecht. Grensoverschrijdende pensioenuitvoering komt heel weinig voor. Nederlandse pensioenregelingen worden voor minder dan 0,1 procent van het totaal aantal deelnemers in het buitenland uitgevoerd (vooral in België). Buitenlandse regelingen worden niet in Nederland uitgevoerd.

Meer details komen in wetsvoorstel
De komende periode werkt het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid verder aan het wetsvoorstel dat de nieuwe regels vastlegt in onze pensioenwetgeving. Dat wetsvoorstel gaat meer details geven. Zoals meer duidelijkheid over welke aanpassingen in het UPO nodig zijn en wat de mogelijkheden zijn om gelaagd te blijven communiceren.

Pensioenstelsel is een zaak van Nederland, niet van Europa
De Europese Commissie gaat op verzoek van de Europese ministers van Financiën de fiscale houdbaarheid van de pensioenstelsels in Europa onderzoeken. Op 12 april hield de Tweede Kamer daar een debat over met minister Dijsselbloem van Financiën. Een meerderheid van de Kamer volgt dit kritisch en nam drie moties aan. Een onderzoek mag volgens de Kamer niet leiden tot meer Europese regels over de pensioenen. De zeggenschap over de pensioenen moet blijven bij de lidstaten. En de Kamer is tegen een raamwerk voor Europees persoonlijke pensioenproducten in de derde pijler.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur