Grote ondernemingspensioenfondsen moeten een raad van toezicht instellen

Ondernemingspensioenfondsen met een beheerd vermogen van meer dan een miljard euro moeten vanaf 1 januari 2018 een raad van toezicht hebben. Woensdag debatteerde de Tweede Kamer hierover. Staatssecretaris Klijnsma houdt vast aan dit voorstel. Eerdere kritische Kamervragen leverden op dat niet alleen reële, maar ook nominale bedragen op het UPO komen. Voor slapers die op of na 1 juli 2016 nog actief deelnemer waren, moet het fonds pensioen 1-2-3 op de website zetten. In het debat vroeg de Tweede Kamer om een oplossing voor problemen bij vrijwillige pensioenregelingen.

Met de Verzamelwet pensioenen 2017 wil de overheid de pensioenwetgeving verbeteren. Sommige onderwerpen waren niet duidelijk geregeld. Enkele onderwerpen zijn verduidelijkt. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Klijnsma op vragen van Kamerleden. En uit de nota van wijziging. Maar niet alle wijzigingen in de Verzamelwet over communicatie en de raad van toezicht zijn gunstig. Op 13 juni stemt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel. De Kamer wil op korte termijn overleggen over een oplossing voor problemen bij vrijwillige pensioenregelingen.

Websiteverplichting vanaf 1 juli 2016
Pensioen 1-2-3 bevat informatie die relevant is voor deelnemers. Maar niet voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van vóór 1 juli 2016. Vanaf deze datum geldt voor pensioenuitvoerders de plicht om bepaalde informatie op de website beschikbaar te hebben. Het leek dat de informatie van vóór 1 juli 2016 op verzoek beschikbaar moet zijn. Klijnsma verduidelijkte dat de verplichting om op de website voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden informatie ter beschikking te stellen, alleen geldt indien de werknemer of gewezen werknemer op of na 1 juli 2016 deelnemer was.

Nominale bedragen sneuvelen niet
In de Wet pensioencommunicatie is geregeld dat het ouderdomspensioen tevens wordt weergegeven op basis van een pessimistisch, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. Bijvoorbeeld in het pensioenregister. De bedoeling is dat uit de scenario’s blijkt dat de pensioenuitkering onzeker is. De weergave in scenario’s wordt verplicht zodra de benodigde rekenmethodiek is vastgesteld. De Verzamelwet regelde dat dan de nominale weergave niet meer verplicht is. Klijnsma vond nominale weergave naast reële bedragen verwarrend. Onderzoek toont echter aan dat het voor de deelnemer juist begrijpelijker is als er nominale bedragen gecommuniceerd worden. Kamerleden van D66, VVD en 50Plus stelden dan ook kritische vragen. De VVD-leden vroegen of aan de keuze voor alleen reële bedragen onderzoek ten grondslag ligt. In de nota van wijziging is dit onderdeel geschrapt. Dat vinden wij een goede zaak. Klijnsma verwacht dat weergave in scenario’s in 2018 kan worden ingevoerd. Dat is nog te bezien want er is nog veel onduidelijk over de rekenmethodiek. De discussie speelt de komende periode.

Raad van toezicht per 1 januari 2018 verplicht voor grote ondernemingspensioenfondsen
Een ondernemingspensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur moet per 1 januari 2018 een raad van toezicht instellen als het een beheerd vermogen heeft van meer dan € 1 miljard op 31 december 2017 én op 31 december 2016. Eerst was er maar één meetmoment zodat het onduidelijk kon zijn of een fonds een raad van toezicht moet instellen. Het balanstotaal kan immers in korte tijd fors toe- en afnemen. De verplichting om een raad van toezicht in te stellen, treedt een half jaar later in werking, dus op 1 januari 2018. Eerdere balansdata tellen hierbij mee. Dat kan betekenen dat een fonds direct over een raad van toezicht moet beschikken. Klijnsma meent dat deze fondsen al drie jaar de tijd hebben om een raad van toezicht in te richten. Zij had dat immers aan de Eerste Kamer beloofd. Dit is ons te gemakkelijk. Of er een raad van toezicht nodig is, zou namelijk geëvalueerd worden in 2017. Hoe dan ook, de betrokken fondsen doen er goed aan de instelling van een raad van toezicht in gang te zetten.

In het debat stelden VVD en SP voor dit onderdeel uit het wetsvoorstel te halen. Zij vinden dit te groot voor een verzamelwet. Binnenkort gaat de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen van start. Daar komt ook het functoneren van de visitatiecommissies aan de orde. Uitkomst van de evaluatie kan zijn dat een raad van toezicht verplicht wordt. Voor grote en misschien ook voor kleinere ondernemingspensioenfondsen (met een beheerd vermogen van niet meer dan € 1 miljard).

Zonder werkgeversbijdrage fors minder kapitaal
Een vrijwillige pensioenregeling bij een pensioenfonds moet ofwel aan de eis voldoen dat de werkgever tenminste 10%van de premie betaalt, ofwel aan de eis dat de uitkering wordt ingekocht in de basisregeling. De 10%-werkgeversbijdrage is vooral bij bedrijfstakpensioenfondsen niet haalbaar. Dat betekent dus dat de deelnemer op de pensioendatum een uitkering in de basisregeling moet inkopen met een opslag voor het vereist eigen vermogen. Door deze opslag loopt de deelnemer het risico om 25 tot 30% van het kapitaal te verliezen. Ook heeft de deelnemer géén mogelijkheíd om te kiezen voor een variabele uitkering. Dat maakt vrijwillige regelingen in de huidige situatie eigenlijk onaantrekkelijk voor deelnemers. De Pensioenfederatie pleit daarom voor versoepeling van de solidariteitseisen.

Klijnsma wil fundamentele discussie, Kamer wil oplossing
Klijnsma vindt het nu niet het juiste moment voor andere regels voor netto pensioen. Dit betekent wijziging in de taakafbakeningseisen en raakt aan de markordening in de tweede pijler. Meer ruimte voor vrijwillige regelingen bij pensioenfondsen kan leiden tot minder ruimte voor andere pensioenuitvoerders. Dergelijke afwegingen vergen volgens Klijnsma een fundamentele discussie met alle betrokken partijen uit het pensioenveld. En raken eveneens aan de discussie over de toekomst van het pensioenstelsel. Ze laat het aan een volgend kabinet om daarin nadere stappen te zetten. In elk geval VVD, D66 en 50Plus nemen hiermee geen genoegen. Zij willen op korte termijn een voorstel voor een oplossing. En dat met Klijnsma bespreken in het algemeen overleg pensioenonderwerpen op 15 juni. Klijnsma gaat proberen vóór die datum een brief hierover te sturen aan de Kamer.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur