Regels pensioen bij scheiding onbekend

De regels rond de verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding worden geëvalueerd. Die zijn niet erg bekend. Minder dan de helft van de mensen in scheiding maakt er gebruik van. Dat is jammer en moet veranderen. Ook moeten er gemakkelijk uitvoerbare rekenregels komen voor verdeling van pensioen bij scheiding in premieregelingen.

Evaluatie
Staatssecretaris Klijnsma laat de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) momenteel evalueren. Er is een tussenrapport. De onbekendheid met de regels rond scheiding is jammer. Meldt een ex zich namelijk niet binnen twee jaar bij het fonds, dan moet hij of zij zijn pensioendeel zelf claimen bij de (gewezen) deelnemer. Andere vraag is of de manier van werken nog wel bij de situatie van nu past. Een idee is om direct een zelfstandig recht te geven aan de ex. Voordeel is dat je niet meer afhankelijk bent van de deelnemer. Maar er kleven ook behoorlijke nadelen aan.

Pensioen bij scheiding in het kort
De Wet VPS regelt de verdeling van het ouderdomspensioen bij een scheiding of bij beëindiging van een geregistreerd partnerschap. Het ouderdomspensioen over de periode van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap gaat in principe door de helft. Uiteraard geldt dit voor het pensioen van beide partijen. Partners kunnen hiervan afwijken. Zo kunnen ze afspreken dat ieder zijn eigen pensioen houdt. Volgens de wet krijgt de ex partner recht op rechtstreekse uitbetaling van zijn deel door het pensioenfonds. Maar dan moet hij/zij dat wel binnen twee jaar aanvragen. Het pensioen volgt de keuzes en het leven van de deelnemer. Overlijdt deze, dan stopt ook het pensioen voor de ex. Je kunt ook kiezen voor een eigen recht op ouderdomspensioen voor de ex-partner. Dan wordt de aanspraak (tezamen met de aanspraak op partnerpensioen) omgerekend naar het leven van de partner en volgt het de gebeurtenissen in het eigen leven.

Minder dan 50% regelt pensioen bij scheiding
30% tot 50% van de gescheiden mensen regelt dat het pensioen via de pensioenuitvoerder betaald wordt. 3% zet het pensioen om in een zelfstandig recht. In de andere 50% tot 70% gevallen moet de vereveningsgerechtigde het pensioen zelf claimen bij de ex-partner. Soms jaren na de scheiding. Dat is geen wenselijke situatie. Een grotere bekendheid van de mogelijkheden en voorwaarden bij uitbetaling door de pensioenuitvoerder kan dat oplossen. Want de bekendheid kan beter. Dat geldt voor de betrokken personen. Maar óók voor scheidingsprofessionals als advocaten en notarissen. Daarom herziet de overheid haar digitale brochure. Ook kijkt de overheid of de informatie eenvoudiger en toegankelijker kan. Ook alternatieven voor de informatievoorziening worden onderzocht.

Pensioenfonds keert niet vanzelf aan ex uit
Pensioenfondsen krijgen automatisch bericht van een scheiding of een beëindiging van een geregistreerd partnerschap via de burgerlijke stand. Daarna zet het fonds het eventueel aanwezige partnerpensioen om in een bijzonder partnerpensioen voor de ex-partner. De ex-partner krijgt hierover een brief. In de brieven die Syntrus Achmea Pensioenbeheer namens pensioenfondsen verstuurt staat daarnaast uitleg over de Wet VPS. En wat mensen moeten doen om de uitbetaling aan de ex via het fonds te regelen. Een pensioenfonds doet dat namelijk niet uit zichzelf.

De ex-partner moet het verzoek hiertoe binnen 2 jaar bij het pensioenfonds indienen. Dan betaalt het fonds rechtstreeks aan de ex uit. Veel fondsen werken overigens ook mee als de aanvraag later binnenkomt. Maar dat komt niet heel vaak voor. Toch bekijkt de staatssecretaris of de meldtermijn van 2 jaar anders moet. En wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn.

Sector-brede afspraak over kosten Pensioenuitvoerders mogen kosten in rekening brengen. Als er meerdere pensioenuitvoerders betrokken zijn bij één scheiding, die verschillende kosten in rekening brengen, leidt dat in de praktijk tot verontwaardiging bij de betrokkenen. De Pensioenfederatie wil daarom sector-brede afspraken over de kosten. Klijnsma ondersteunt dit standpunt.

Wel of geen eigen recht?
De ex-partner is afhankelijk van de keuzes die de (gewezen) deelnemer maakt. Bijvoorbeeld voor de ingangsdatum van het pensioen. Je kunt je afvragen of dit anno 2017 nog wel past. Daarnaast schuift de AOW-leeftijd op. Daardoor kan een leeftijdsverschil tussen de partners, die daardoor verschillende ingangsdata van de AOW hebben, problematischer worden. Een eigen pensioenrecht – zogeheten conversie – is dan een oplossing. Dan kan de ex-partner helemaal zelf beslissen over het ingangsmoment. Maar een conversie heeft ook nadelen. Zo is er geen aanspraak meer op (bijzonder) partnerpensioen na het overlijden van de voormalige partner. Dat komt omdat dat partnerpensioen mee is omgezet naar het eigen recht. Dat kan een probleem zijn als de achterblijvende ex afhankelijk was van alimentatie. Die eindigt immers bij het overlijden van de voormalige partner. Daarnaast is het omzetten definitief. Het eerder overlijden van de ex leidt niet tot een toename van het ouderdomspensioen van de voormalige partner. Dat geldt wel bij een gewone verevening. Een besluit om een eigen recht tot de standaard te verheffen, moet de wetgever dan ook niet lichtzinnig nemen.

Pensioen en scheiding van samenwoners
Voor ongehuwd samenwonenden geldt de Wet VPS niet. De Pensioenwet wel. Ook gelden voor verevening van ouderdomspensioen en afsplitsing van bijzonder partnerpensioen verschillende periodes. Voor bijzonder partnerpensioen telt ook de periode vóór het huwelijk of ongehuwd samenwonen mee. Deze verschillen leiden tot verwarring. De staatssecretaris onderzoekt daarom wat de (financiële) gevolgen zijn als de wet ook voor ongehuwd samenwonenden gaat gelden. Ook wil zij kijken of het scheidingsbegrip gelijk kan worden getrokken. Per 2018 valt vermogen dat opgebouwd is vóór het huwelijk buiten de gemeenschap van goederen. Klijnsma vraagt zich af of dit aanleiding is om de voorhuwelijkse periode bij bijzonder partnerpensioen niet meer mee te tellen.

Rekenregels voor premieregelingen
Pensioenfondsen en verzekeraars kunnen goed uit de voeten met de Wet VPS als het gaat om middelloonregelingen. Wel kan de berekening eenvoudiger. Hoe meer tijd er verstreken is sinds de scheiding, hoe complexer de berekening. Een voorstel is om bijvoorbeeld uit te gaan van de verhouding huwelijkse periode ten opzichte van de deelnameperiode.

Bij premieovereenkomsten biedt de Wet VPS onvoldoende handvatten. In de praktijk gaan uitvoerders er daardoor niet eenduidig mee om. De berekeningsmethode verschilt, en ook de manier van communiceren. Ook is niet duidelijk wat het moment van vaststellen van de te verdelen waarde is. Daardoor is het onduidelijk voor wiens rekening tussentijdse koersverschillen komen. Dat is een probleem. Klijnsma bekijkt of er betere rekenregels kunnen worden opgesteld. Die moeten recht doen aan beide ex-partners, werkbaar zijn bij alle soorten pensioenregelingen en bovendien tot vereenvoudigde berekeningen kunnen leiden.

Betere rekenregels van groot belang
Wij herkennen de knelpunten uit de evaluatie. Meer bekendheid van de regels kan winst voor de ex opleveren. En het aantal premieregelingen neemt toe. Daarom zijn we er groot voorstander van dat er duidelijke en gemakkelijk uitvoerbare rekenregels komen voor de verdeling van het pensioen. Een wettelijk recht op verevening voor samenwoners gaat volgens ons nogal ver. Wat wel positief zou zijn is als de wetgever uitdrukkelijk toestaat dat pensioenfondsen mogen meewerken aan verevening op verzoek van de samenwoners. Daarover is nu onduidelijkheid.

Jos van der Zanden, senior pensioenjurist