Verwijs voor maximumleeftijd verplichtstelling naar pensioenrichtleeftijd

Iedere keer als een beroepspensioenfonds of een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds de pensioenrichtleeftijd verhoogt, moet de verplichtstelling worden aangepast. Staatssecretaris Klijnsma regelt nu dat de verplichtstelling daarvoor nog maar eenmaal gewijzigd hoeft te worden. Het fonds kan de maximumleeftijd daarvoor koppelen aan de pensioenrichtleeftijd of de AOW-leeftijd.

Gefixeerde leeftijd
Uit de werkingssfeer van de verplichtstelling blijkt voor wie de verplichtstelling geldt. Daarin staat dus een minimumleeftijd en een maximumleeftijd voor deelname aan de pensioenregeling. De meeste fondsen hebben een paar jaar geleden de maximumleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar. Dit vanwege de verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd. En die fiscale leeftijd wordt 68 jaar per 1 januari 2018. In de toekomst gaat de pensioenrichtleeftijd naar verwachting vaker omhoog. Dat gebeurt op basis van de verdere stijging van de levensverwachting. En bij iedere wijziging moet de representativiteit van de beroepspensioenverenigingen of de sociale partners worden aangetoond. Dat is een nogal omslachtige procedure.

Verwijs naar de fiscale pensioenrichtleeftijd
Dat kan makkelijker. En wel door te verwijzen naar de fiscale pensioenrichtleeftijd in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. Dan hoeft de verplichtstelling maar eenmaal te worden gewijzigd. De maximumleeftijd gaat dan bij iedere toekomstige verhoging van de pensioenrichtleeftijd automatisch omhoog. De verplichtstelling hoeft dan niet meer aangepast te worden aan een wijziging van de fiscale pensioenrichtleeftijd. Als een deelnemer na de AOW-leeftijd doorwerkt, wordt het pensioen verder opgebouwd. Nadeel van een koppeling aan de fiscale pensioenrichtleeftijd is dat daarmee ook vastligt dat het fonds toekomstige verhogingen van de fiscale pensioenrichtleeftijd volgt.

Maar het is niet verplicht om alle toekomstige verhogingen te volgen
De beroepspensioenvereniging of sociale partners kunnen op een bepaald moment de minister van SZW vragen om de gewenste leeftijd te fixeren in de verplichtstelling. Een enkele keer de maximum pensioenleeftijd niet verhogen, is per saldo minder bewerkelijk dan de verplichtstelling iedere keer wijzigen.

Of naar de AOW-leeftijd
Ook kan het fonds verwijzen naar de pensioengerechtigde leeftijd in artikel 7a van de AOW. Dat ligt voor de hand als het pensioenfonds als reglementaire pensioeningangsdatum de AOW-leeftijd hanteert. Verschil is dat als een deelnemer doorwerkt na de AOW-leeftijd, dan geen verdere pensioenopbouw meer plaats vindt.

SER en STAR positief
Zowel voor beroepspensioenfondsen als voor bedrijfstakpensioenfondsen geldt een toetsingskader. In dat toetsingskader staan de criteria en procedures voor een aanvraag om een verplichtstelling te wijzigen. De gewijzigde toetsingskaders zijn 31 augustus gepubliceerd in de Staatscourant. De Sociaal-Economische Raad (SER) stemde onlangs in met de wijziging van het toetsingskader voor beroepspensioenfondsen. En de Stichting van de Arbeid (STAR) adviseerde positief over de wijziging van het toetsingskader voor bedrijfstakpensioenfondsen.

Nu aanvragen
Wij adviseren pensioenfondsen die de maximum pensioenleeftijd willen koppelen aan de fiscale pensioenrichtleeftijd of de AOW-leeftijd niet langer te wachten met het aanvragen van de wijziging van de verplichtstelling. Dat maakt het mogelijk dat de wijziging van de verplichtstelling vóór de jaarwisseling rond is. De kans daarop is groter omdat het Verbond van Verzekeraars op verzoek van de Pensioenfederatie geen zienswijzen zal indienen. Voorwaarde is dat de wijziging uitsluitend betrekking heeft op de maximumleeftijd in de verplichtstelling. Dan kan de procedure zelfs in maximaal 8 weken worden afgerond.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur