Prinsjesdag wachten op een nieuw kabinet

Het huidige kabinet laat veel ruimte voor het volgende kabinet. Dat geldt ook voor het belangrijkste pensioenonderwerp: de overgang naar een nieuw stelsel. Het kabinet biedt wel vanaf 1 januari de nieuwe mogelijkheid voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen om te fuseren met tijdelijk gescheiden vermogens.

Brede kaders nieuw stelsel
De invulling van een nieuw pensioenstelsel is aan het volgende kabinet. Het huidige kabinet formuleert de hoofdlijnen ervan daarom breed. Het gaat om een collectief en solidair stelsel met verplichtstelling, met een toereikend pensioen voor álle werkenden, een neutralere manier van pensioen opbouwen, ruimte voor een nieuw pensioencontract en meer keuzevrijheid en maatwerk. Vorig jaar vulde het kabinet een neutralere manier van pensioen opbouwen nog expliciet in als het afschaffen van de doorsneesystematiek.

SER werkt aan advies
Met alle werkenden worden naast werknemers ook zzp-ers bedoeld. Een toereikend pensioen betekent, niet te veel en niet te weinig pensioen. Bij te weinig pensioen is er namelijk een risico voor armoede onder ouderen. Bij te veel pensioen, vragen de besparingen ervoor te veel van de huidige en toekomstige welvaart. De Sociaal-Economische Raad (SER) werkt aan een advies over een nieuw pensioencontract. En over de positie van zelfstandigen in het toekomstige pensioenstelsel. Oorspronkelijk zou dat advies in het voorjaar worden uitgebracht, maar de SER heeft meer tijd nodig om tot een gedragen advies over het pensioencontract te komen.

Schaalvergroting bpf-en
Met ingang van 1 januari 2018 krijgen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (bpfen) de mogelijkheid om bij een fusie tijdelijk gescheiden vermogens aan te houden. Ze moeten wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Doel daarvan is de bescherming van de deelnemer en de juridische houdbaarheid van de verplichtstelling. Het is afwachten wat de precieze voorwaarden zijn. En of fondsen het een werkbare oplossing vinden. De Raad van State heeft inmiddels geadviseerd. Het wetsvoorstel zal dus wel snel naar de Kamer gaan.

Geen fiscale nieuwtjes
Meestal komen er met Prinsjesdag ook een aantal nieuwe fiscale regels. Voor pensioen is dat dit jaar niet het geval. Het fiscale kader voor 2018 was namelijk al bekend. De pensioenrichtleeftijd gaat omhoog naar 68 jaar. Het maximale opbouwpercentage blijft 1,875%. Een fonds kan eventueel wel kiezen voor een lagere pensioenrichtleeftijd. Maar dan moet het opbouwpercentage omlaag.

Evaluaties in de pijplijn
De komende tijd wordt een aantal wetten geëvalueerd. Namelijk het Financieel Toetsingskader, de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en de Wet Pensioencommunicatie en de Wet verevening bij scheiding. De pensioensector speelt een rol bij het geven van input voor deze evaluaties. En er kunnen belangrijke praktische wijzigingen uit komen. Maar ook hier is het nog even afwachten.

Van Prinsjesdag naar regeerakkoord
Het was kortom een beleidsarme Prinsjesdag. Eventuele eerste wijzigingen op pensioengebied verwachten we in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Het nieuwe kabinet zoekt daarbij mogelijk ruimte voor maatschappelijk draagvlak. Want het steunt op de krapst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer van 76 zetels. Een gedragen SER-advies kan bijdragen aan het benodigde draagvlak.

Door Lieke Haijemaije, beleidsadviseur