Overstap naar degressieve opbouw heeft effect op alle regelingen

interessante uitleg

In het regeerakkoord van Rutte III staat dat de doorsneesystematiek verdwijnt. Dit voornemen betekent dat alle pensioenregelingen over moeten stappen naar een gelijk premiepercentage in combinatie met een degressieve opbouw. Ook als een fonds nu geen doorsneesystematiek hanteert. Het kabinet wil namelijk ook geen progressieve premies. De impact is dus altijd groot. Wat betekent de verplichte overgang naar degressieve opbouw voor uw fonds?

Weg met omslagelementen
Het kabinet wil af van de doorsneesystematiek. In die systematiek betalen jongeren actuarieel gezien meer dan overeen komt met de opbouw, ouderen betalen juist minder. Maar pensioenregelingen versoberen en de arbeidsmarkt is veranderd. Daardoor neemt de bereidheid om te betalen voor andere generaties af. Een overstap naar degressieve opbouw lost dat probleem op. Deelnemers – jonge(re) en oude(re) – krijgen namelijk een opbouw die past bij de ingelegde premie.

Progressieve premie mag ook niet
De doorsneesystematiek is het verplichte financieringssysteem voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Maar het overstappen naar degressieve opbouw is verplicht voor alle fondsen. Ook voor fondsen die een progressieve premie hanteren. En het geldt ook voor regelingen waarbij de werknemers weliswaar een gelijke premie betalen, maar de werkgever het hogere deel van een progressieve premie betaalt. Het kan dus om DB-, maar ook om DC-regelingen gaan. Het kabinet wil geen progressieve premies, omdat dit de arbeidsmarktpositie van ouderen mogelijk verslechtert.

DB-regeling gaat mogelijk niet samen met degressieve opbouw
Aan de overstap zitten een aantal haken en ogen. Zo is er voor fondsen met een DB–regeling een complicatie. Want degressieve opbouw past mogelijk niet bij DB-regelingen. Degressieve opbouw houdt in dat de pensioenopbouw lager wordt naarmate de deelnemer ouder wordt. Volgens de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) mag je geen lagere opbouw geven aan oudere werknemers. Er is een alternatief. Er bestaat namelijk een DC-regeling die de premie direct omzet in een aanspraak. Die aanspraken worden dan berekend met degressieve opbouwpercentages. Deze variant voldoet wel aan de wet. Voor fondsen die een DB-aanspraak willen blijven hanteren, zou dit alternatief een nieuwe regeling betekenen. Een ander alternatief is het nieuwe pensioencontract waaraan de SER werkt. Dat is een DC-regeling op basis van persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

Minder pensioen huidige deelnemers

  • De overstap naar degressieve opbouw leidt ook tot een transitievraagstuk. Huidige deelnemers krijgen namelijk een lagere pensioenopbouw in de toekomst. De groep van ‘middelbare leeftijd’ wordt hierbij het zwaarst geraakt. We splitsen de effecten uit naar DB en DC–regelingen.
  • Deelnemers aan een DB-regeling krijgen nu dezelfde opbouw voor dezelfde premie. Bij degressieve opbouw wordt de pensioenopbouw lager naarmate de deelnemer ouder wordt. Huidige deelnemers hebben in het verleden niet de hogere opbouw gehad, maar krijgen in de toekomst wel de lagere opbouw.
  • In DC-regelingen wordt nu vaak een progressieve premie betaald. Bij degressieve opbouw is een vlakke premie verplicht. Dat betekent dat huidige deelnemers in de toekomst geen premieverhogingen meer krijgen, terwijl er in het verleden een lagere premie is betaald.

Compensatie kost geld
Als deelnemers volledig gecompenseerd worden voor de lagere pensioenopbouw, kost de transitie naar degressieve opbouw tientallen miljarden euro’s. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven dat er extra fiscale ruimte komt om compensatiepremies te kunnen betalen. Maar dat is niet voldoende voor deze overstap.

Overstap in 2 delen
De overstap naar een nieuw stelsel bestaat uit 2 delen. Een overstap naar degressieve opbouw. En de eventuele overstap naar een nieuw contract. In dit artikel bespreken we het effect van de overstap naar degressieve opbouw. In de SER wordt nu gesproken over hoe zo’n nieuw contract er uit kan zien.

Jeroen Beelen, Manager Actuarieel Control en Fondscontrol
Lieke Haijemaije, beleidsadviseur