Collectief omzetten naar 68 jaar voor 1 april 2018 gaat via Klijnsma-route

telefoneren in tekenkamer

Pensioenfondsen kunnen pensioenaanspraken collectief omzetten in aanspraken die ingaan op een hogere pensioenrichtleeftijd. De individuele (gewezen) deelnemer kan geen bezwaar maken. Het wetsvoorstel verduidelijkt wat al mag.

Even leek het of de rechter vond dat een collectieve omzetting zonder bezwaarmogelijkheid niet toegestaan is. Maar in die specifieke zaak was met waarde geschoven tussen pensioensoorten. En dat wijkt af. De wet regelt dit naar verwachting vanaf 1 april 2018. Dat betekent dat fondsen die op 1 januari 2018 de aanspraken collectief herrekenen naar leeftijd 68, dit nog volgens de ‘Klijnsma-route’ doen.

Wetsvoorstel verduidelijkt huidige regeling
Voormalig staatssecretaris Klijnsma maakte met een brief van 17 januari 2013 de zogenaamde ‘Klijnsma-route’ mogelijk. Daarin staat dat pensioenfondsen aanspraken op ouderdomspensioen zonder individuele instemming mogen omzetten naar een hogere pensioenrichtleeftijd. De herrekening vindt actuarieel neutraal plaats. En de deelnemer heeft het recht het pensioen te vervroegen naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd. Zonder dat dit op voorhand de rechten aantast. Als jaren later het pensioen wordt vervroegd, gelden andere vervroegingsfactoren. Dan kan zich wel een klein verschil voordoen met het oorspronkelijke pensioen. Hierbij gaat het om een wijziging van de pensioenaanspraken zonder dat sprake is van waardeoverdracht.

Debat en uitspraak bijna tegelijk
Om dit proces te verduidelijken stelde Klijnsma voor om het omzetten van aanspraken in de wet te verankeren. En wel als een collectieve waardeoverdracht. De Tweede Kamer debatteerde op 7 november over het wetsvoorstel. Juist de volgende dag deed de Rechtbank Limburg uitspraak in een zaak waarin aanspraken op leeftijd 65 collectief waren herrekend naar aanspraken op leeftijd 67. Het fonds had dit ook gedaan bij 3 ex-werknemers die bezwaar hadden gemaakt. De Kamer vroeg minister Koolmees naar de relatie tussen deze uitspraak en het wetsvoorstel.

Waardeoverdracht is nietig als aanspraken worden aangetast
De Rechtbank Limburg oordeelde dat sprake is van een nietige collectieve waardeoverdracht. Er was de mogelijkheid geboden om bezwaar te maken. Drie gewezen deelnemers hadden bezwaar gemaakt en het pensioenfonds had de aanspraken toch omgezet naar 67 jaar. Waarom kon dat in dit geval alleen met instemming van de deelnemers? Het fonds had bij de herrekening een deel van de waarde van het ouderdomspensioen aangewend om partner- en wezenpensioen te verhogen. Dit om de vaste verhouding tussen ouderdoms- en partnerpensioen in stand te laten. Actuarieel bezien was de waarde van alle aanspraken samen voor en na de herrekening gelijk. Maar het ouderdomspensioen was op voorhand wel aangetast omdat het bij vervroeging naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd altijd lager is dan eerst. Deze uitspraak geldt daarom specifiek voor de situatie dat niet alleen het ouderdomspensioen maar ook het partner- en wezenpensioen worden herrekend.

Uitspraak is in lijn met het wetsvoorstel
Minister Koolmees bevestigt in zijn brief van 20 november dat het wetsvoorstel de voorwaarden verduidelijkt die in de brief van Klijnsma staan. Deelnemers profiteren van het schrappen van het bezwaarrecht door het besparen van uitvoeringskosten en een helderdere communicatie. Een van de voorwaarden is dat er geen verschuiving tussen pensioensoorten mag plaatsvinden. Een vaste verhouding van het ouderdomspensioen en het partnerpensioen van 100 : 70 kan de communicatie vereenvoudigen. Maar die vaste verhouding kan bij een herrekening alleen worden gehandhaafd door waarde aan het ouderdomspensioen te onttrekken ten gunste van het partnerpensioen. Dat leidt tot een verlaging van het ouderdomspensioen en een verhoging van het partnerpensioen. Dat is in de ‘Klijnsma-route’ en in het wetsvoorstel alleen mogelijk met bezwaarmogelijkheid. De uitspraak van de rechter heeft daarom geen betekenis voor de gebruikelijke praktijk waarin alleen het ouderdomspensioen wordt herrekend.

Nog even door met ‘Klijnsma-route’
Dit onderdeel van het wetsvoorstel treedt naar verwachting in werking op 1 april 2018. Dat betekent dat pensioenfondsen die op 1 januari 2018 aanspraken collectief herrekenen naar leeftijd 68, dit nog volgens de ‘Klijnsma-route’ kunnen doen. Het is ook mogelijk te wachten tot de wet van kracht is. Maar een dergelijke wijziging doorvoeren in de loop van een kalenderjaar is administratief minder aantrekkelijk. En in het UPO over dat jaar komen dan verschillende pensioenleeftijden te staan. Dat is vanuit communicatie-oogpunt verwarrend.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur