Fondsen kunnen besluiten over deelname automatische waardeoverdracht klein pensioen

zakelijk overleg ronde tafel

Pensioenuitvoerders kunnen straks kleine pensioenen automatisch overdragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Voordeel van overdragen in plaats van afkopen. Voordeel is dat de pensioenbestemming behouden blijft. Een eenvoudig en kostenefficiënt proces is daarbij wel essentieel. Afkoop blijft mogelijk als er na 5 jaar geen nieuwe pensioenuitvoerder is.

De Tweede Kamer regelde deze verbetering. Maar de Kamer wil ook een keuzemogelijkheid bieden voor een vorige uitvoerder. En een laatste kans voor de gewezen deelnemer om een afkoop van pensioenen van € 2 of lager per jaar te krijgen.

De Tweede Kamer ging op 21 november 2017 akkoord met het Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen. Het gaat om automatische waardeoverdracht. En pensioenen van € 2 of lager per jaar vervallen van rechtswege. De regeling treedt in werking op 1 januari 2019.

Afkoop en overdracht niet door elkaar
De regeling zou oorspronkelijk al gelden voor kleine pensioenen die ontstonden vanaf 1 januari 2017. Maar in de stopbrieven aan deze gewezen deelnemers staat nog dat het pensioen na 2 jaar wordt afgekocht. De Tweede Kamer had er oog voor dat dit verwarrend is. De knip tussen bestaande en nieuwe kleine pensioenen ligt daarom op 1 januari 2018 in plaats van 1 januari 2017. In de stopbrieven die fondsen vanaf januari 2018 sturen, kan de aankondiging van de afkoop vervallen. Zodra het bestuur besloten heeft om mee te doen met het systeem van automatische waardeoverdracht, moet dat in de stopbrieven komen te staan.

Na 5 jaar alsnog afkopen
Het pensioenregister weet of er een nieuwe pensioenuitvoerder is. Totdat het pensioen is overgedragen, moet het fonds jaarlijks aan het pensioenregister vragen of er een nieuwe uitvoerder is. Maar sommige gewezen deelnemers verhuizen naar het buitenland. Of worden zelfstandige. De deelnemer bouwt dus niet altijd ergens anders pensioen op. De Raad van State en de Tweede Kamer vroegen daarom of een klein pensioen na een aantal jaar toch kan worden afgekocht. Staatssecretaris Klijnsma. Het kabinet wilde dat bekijken bij de evaluatie over 3 jaar. Maar de Tweede Kamer regelde het nu al. Afkoop in die gevallen is na 5 jaar mogelijk. Ook deze wijziging is goed voor de praktijk.

Keuzerecht past niet bij kostenefficiënt proces
Over 3 jaar staat een evaluatie van de wet gepland. Eén van de punten voor de evaluatie is de mogelijkheid van een overdracht naar een vorige pensioenuitvoerder. De Kamer wil nu al snel weten wat de bezwaren zijn om deelnemers de keuze te bieden om hun kleine pensioen over te dragen naar een vorige pensioenuitvoerder. Maar het idee was om een heel eenvoudig proces op te zetten. Dit keuzerecht leidt tot forse toename van complexiteit en kosten van de uitvoering. Terwijl deelnemers maar een heel klein materieel belang hierbij hebben.

Inzicht in overdrachtswaarde
Als het kleine pensioen is overgedragen, krijgen deelnemers het recht de berekening van de overdrachtswaarde op te vragen bij de overdragende pensioenuitvoerder. Dat staat straks in de lagere regelgeving. Dit betekent extra werk. Maar daar staat tegenover dat de mogelijkheid om deze informatie op te vragen, het vertrouwen in het pensioenstelsel vergroot.

Zoektocht naar kleine pensioentjes?
De Tweede Kamer is kritisch over het vervallen van bestaande heel kleine pensioenen. Het gaat om pensioenen van € 2 of minder per jaar. De Kamer vroeg of er een laatste poging gedaan kan worden om het heel kleine pensioen bij de betreffende mensen te krijgen. Tot 2019 kunnen volgens minister Koolmees gewezen deelnemers met heel kleine pensioenen nog gebruik maken van individuele waardeoverdracht. En pensioenuitvoerders van het recht op afkoop.

Minister Koolmees riep iedereen op om op zoek te gaan naar de heel kleine pensioentjes. Daarvan zijn er meer dan 200.000. U kunt er als pensioenfonds voor kiezen om op de website te melden dat heel kleine pensioenen gaan vervallen. En dat men zich nog kan melden voor een afkoop. Maar persoonsgerichte informatie en individuele waardeoverdracht raden wij af. De kosten daarvan staan namelijk in geen enkele verhouding tot de waarde van de heel kleine pensioenen (maximaal € 35 à € 40 bruto). Dat zou de belangen van andere deelnemers te veel schaden.

Kruimel AOW vastgesteld op 200 euro
Juist vanwege de onevenredige kosten vinden wij de zorgen over het vervallen van heel kleine pensioenen opvallend. Zeker ook in het licht van het beleid van de overheid om een ‘kruimel AOW’ niet uit te keren om administratieve lasten te beperken. Dat is het geval als minder dan een jaar, bijvoorbeeld 11 maanden, AOW is opgebouwd. Bij een kruimel-AOW kan het om € 200 bruto per jaar gaan. Dat is een veelvoud van € 2 per jaar of van de waarde daarvan.

Besluiten over deelname
De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel niet inhoudelijk. Dat betekent dat het een hamerstuk wordt. Voordeel is dat de goedkeuring van het wetsvoorstel snel een feit kan zijn. Daarna komt het samen met de lagere regelgeving in het Staatsblad. Pensioenfondsen kunnen besluiten om mee te gaan doen met het systeem van automatische waardeoverdracht en de invoering voorbereiden. Dan kunt u ook de pensioencommunicatie daaraan aanpassen.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur