Pensioen in 2018: werk aan de winkel

Tweede Kamer binnen

2018 is het eerste volle jaar met minister Koolmees aan het stuur op het pensioendossier. Hij wil snel een pensioenakkoord sluiten. Een spannend dossier met twee grote vraagstukken: een nieuw pensioencontract en de overgang naar degressieve pensioenopbouw. Maar er gebeurt dit jaar nog veel meer. Want de Europese pensioenrichtlijn komt in Nederlandse wetgeving. Wat is het effect van de evaluatie van onder andere het Financieel Toetsingskader? En wat beslist u over kleine pensioenen? U kunt de mouwen weer opstropen dit jaar!

Nieuw contract, hoe gaan buffers werken
De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert over het nieuwe contract. Minister Koolmees wil daarna snel een akkoord met sociale partners sluiten. Het kabinet gaf in het regeerakkoord de randvoorwaarden voor het nieuwe pensioencontract weer. In grote lijnen komt dat neer op pensioenopbouw in persoonlijke pensioenpotten, met in de aanloop naar de pensioendatum geleidelijke overgang naar een collectieve pot voor de uitkeringsfase. En daaroverheen een collectieve buffer om ook tussen generaties risico’s te kunnen delen. Een belangrijke vraag is wel hoe collectieve buffers daarbij gaan werken.

Nieuw contract, er kan al veel
Persoonlijke pensioenpotjes maken het met name in de opbouwfase makkelijker om meer keuzevrijheid in pensioenregelingen op te nemen. Is een pensioenfonds tevreden met het huidige pensioencontract, dan heeft een nieuw contract geen impact. Het nieuwe contract komt namelijk naast de huidige contracten. En veel elementen van het nieuwe contract zijn met introductie van de Wet verbeterde premieregeling nu ook al mogelijk binnen DC-regelingen. In het regeerakkoord staan nog meer mogelijke veranderingen. Zo krijgen DC-regelingen te maken de fiscale vernieuwing met een focus op de premie in plaats van op de uitkering. Gaat een bedrag ineens tot de mogelijkheden behoren? Het kabinet doet daar nog onderzoek naar.

Overgang naar degressieve opbouw
Tegelijk met de invoering van het nieuwe pensioencontract is de overstap gepland naar degressieve pensioenopbouw. En komt een systeem van uniforme premie met een leeftijdsafhankelijke pensioenopbouw. In tegenstelling tot het nieuwe contract heeft dit wel voor alle pensioenregelingen consequenties. Er hangt dus veel af van het pensioenakkoord. Gaat het akkoord ook oplossingen bieden voor de transitieproblematiek?

Ook pensioen voor zelfstandigen?
Een groot deel van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) bouwt geen toereikend pensioen op. Een nieuw stelsel met persoonlijke pensioenvermogens biedt zelfstandigen volgens het kabinet meer mogelijkheden om zich vrijwillig aan te sluiten of aangesloten te blijven. Komen in het akkoord ook afspraken over zelfstandigen? De SER buigt zich ook over een advies over het pensioen voor zzp’ers. Organisaties van zelfstandigen hebben zich bij minister Koolmees gemeld omdat ze aan het overleg willen deelnemen.

IORP II, internationale collectieve waardeoverdracht
Eind juni 2016 bereikte Europa een akkoord over IORP II, de Europese pensioenrichtlijn. In de loop van dit jaar wordt die richtlijn verwerkt in de Nederlandse wetgeving. Lidstaten en dus ook pensioenfondsen moeten in januari 2019 klaar zijn voor de veranderingen die hieruit voort komen. Voor het uitvoeren van een pensioenregeling in een andere lidstaat verandert niets. Maar voor collectieve waardeoverdrachten naar een andere lidstaat gaan wel strengere eisen gelden.

IORP II, sleutelfuncties
Fondsen moeten ook nadenken over de concretere eisen aan de inrichting van de risicomanagementfunctie en van sleutelfuncties: een risicobeheerfunctie, een interne audit functie en een actuariële functie. Fondsen kunnen die functies eventueel uitbesteden. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) wil dat pensioenfondsen anticiperen op de nieuwe eisen.

IORP II, extra informatie op het UPO
Er komt een aantal extra zaken op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Zoals het te verwachten pensioen bij een slechtweerscenario en de dekkingsgraad. En bij DC-regelingen een uitsplitsing van de premiebijdrage van de werkgever en de deelnemer. Ook komt er een specificatie van de eventuele kosten over de afgelopen 12 maanden die in rekening zijn gebracht. De Pensioenfederatie overlegt met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om de informatie zoveel mogelijk gelaagd te blijven aanbieden.

IORP II, langere informatietermijn bij korten
Ook komt er door IORP II een langere informatietermijn als een pensioenfonds moet korten. Die termijn moet ten minste drie maanden voorafgaand aan het doorvoeren van de korting zijn. Dat is langer dan de huidige periode binnen Nederland van ten minste één maand.

Evaluaties
Het is gebruikelijk om na een aantal jaar na te gaan wat er goed werkt aan een wet en wat minder goed. Dit jaar worden het Financieel Toetsingskader, de Wet versterking bestuur pensioenfondsen, de Wet pensioencommunicatie en de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding geëvalueerd. Evaluaties hoeven niet tot wijzigingen te leiden, maar dat kan zeker wel. Zo is al duidelijk dat pensioen vaak vergeten wordt bij scheiding. Daardoor kunnen ex-partners jaren later weer financieel met elkaar te maken krijgen. Er wordt nagedacht over een oplossing hiervoor.

Kleine pensioenen automatisch overdragen
Dit jaar buigt elk pensioenfonds zich over de vraag of het kleine pensioenen van gewezen deelnemers automatisch wil overgedragen naar hun nieuwe pensioenuitvoerder. Voor het einde van het jaar moet de sector in staat zijn deze kleine pensioenen automatisch over te dragen.

Klaar voor de start
In 2018 stropen we met zijn allen de mouwen op. Met een veel omvattend akkoord of nog even verder in kleinere stapjes, dat is de vraag.

Lieke Haijemaije, beleidsadviseur