Voorzet voor verbeteringen van het Financieel Toetsingskader

stapeltje euromunten

Het in 2015 aangepaste Financieel Toetsingskader (FTK) is geëvalueerd. De evaluatie geeft volgens het kabinet geen aanleiding tot grote verbeteringen. Dat is niet heel verwonderlijk. Veel fundamentele vraagstukken, zoals de te hanteren rekenrente, schuift het kabinet namelijk door als onderdeel van de vernieuwing van het pensioenstelsel. Het kabinet ziet wel ruimte voor kleinere technische verbeteringen aan de haalbaarheidstoets, de reikwijdte van de beleidsdekkingsgraad en de reële dekkingsgraad. Minister Koolmees wil hierover overleggen met de sector. Wij geven daarvoor een voorzet.

Haalbaarheidstoets meer fondsspecifiek
De haalbaarheidstoets zet aan tot nadenken en tot overleg over de risicohouding van een pensioenfonds. Ook brengt het pensioenen voor verschillende generaties in beeld. Dat helpt bij het nadenken over evenwichtige belangenafweging. Prima doelstellingen waar iedereen zich in kan vinden. Alleen laat de technische uitwerking ervan te wensen over.

Wij zien een aantal gebreken.

  • Ambitie fonds versus uitgangspunten toets. Het te berekenen pensioenresultaat in de haalbaarheidstoets is gebaseerd op een pensioen met volledige prijsinflatie. De ambitie van een pensioenfonds kan anders zijn. Maar de haalbaarheidstoets sluit daar dan niet bij aan.
  • Complex en onbetrouwbaar. Het pensioenresultaat is een complexe risicomaat. en rekent de haalbaarheidstoets 60 jaar vooruit. De toets doet alsof er in de tussentijd niets gebeurt. De dekkingsgraden stijgen tot duizenden procenten in die berekeningen. Die extreme dekkingsgraden illustreren hoe ongeloofwaardig de uitkomsten van de toets zijn.
  • Duur. De uitvoering van de haalbaarheidstoets is bovendien relatief duur. Dat komt onder andere door het voorschrift tot het op deelnemersniveau meenemen van gemiste indexatie op basis van prijsinflatie vanaf 1-1-2015.
  • Inconsistent. De door te rekenen economische scenario’s zijn niet in lijn met de economische verwachtingen die een pensioenfonds mag hanteren in het herstelplan. Door deze inconsistentie zijn de resultaten van de haalbaarheidstoets niet bruikbaar bij de beleidsafweging door het pensioenfonds.

Wij zien dan ook de volgende verbeterpunten:

  • Laat pensioenfondsen hun eigen ambitie doorrekenen in een haalbaarheidstoets. Dat is meer herkenbaar en informatiever voor pensioenfondsen.
  • Vijftien jaar vooruit rekenen is voldoende. Ook op een horizon van vijftien jaar kan je namelijk de impact van besluiten en ontwikkelingen op alle generaties laten zien.
  • Stop met het voorschrift om prijs-indexatieachterstanden op deelnemersniveau mee te nemen. Dit is voor de uitkomst van de berekening overbodig gedetailleerd,
  • maar leidt wel tot hoge kosten voor de uitvoering van de haalbaarheidstoets.
  • Creëer consistentie met de aannames in het herstelplan door pensioenfondsen eigen economische scenario’s te laten kiezen binnen grenzen.

Reikwijdte beleidsdekkingsgraad beperken
De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de actuele dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad is in het FTK geïntroduceerd om de invloed van dagkoersen op het fondsbeleid te beperken.

Dit doel is maar in beperkte mate bereikt. De beleidsdekkingsgraad is behulpzaam voor communicatie naar deelnemers en momenten van waardeoverdracht. Maar het besluit of er een korting plaats moet vinden en hoe hoog die korting is, is nog steeds afhankelijk van de actuele dekkingsgraad. Ofwel van dagkoersen. Het gaat om één van de belangrijkste beslissingen voor een pensioenfonds. De actuele dekkingsgraad en dus niet de beleidsdekkingsgraad is namelijk het startpunt in de herstelplanberekening. En de impact hiervan kan fors zijn. De actuele dekkingsgraad kan van maand op maand zo 5% schelen. Dus als de actuele dekkingsgraad een beetje beroerd uitkomt op het moment van vaststellen van een herstelplan, dan kan het pensioen zo 5% meer gekort worden. Op basis van dagkoersen. Dus voor stabiliteit op dit belangrijke punt helpt de invoering van de beleidsdekkingsgraad niet.

Afschaffen van de beleidsdekkingsgraad is een mogelijkheid, maar als middenweg zien we ook een kleinere verbetering. Het herstelplan start nu op actuele dekkingsgraad en eindigt als de beleidsdekkingsgraad gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. Dit geeft effectief een half jaar kortere hersteltermijn. Dat komt doordat de beleidsdekkingsgraad het 12-maandsgemiddelde is van actuele dekkingsgraden. Wij stellen voor om de herstelplanberekening alleen op actuele dekkingsgraad te baseren. Dus ook als eindpunt.

Reële dekkingsgraad aanpassen
Er is bij de wijziging van het FTK ook een reële dekkingsgraad geïntroduceerd. Dit moest inzicht geven in de indexatiecapaciteit van pensioenfondsen. Het enthousiasme in de sector is hiervoor echter niet groot.

Er is in het nieuwe FTK namelijk een wirwar aan dekkingsgraaddefinities ontstaan. We kennen nu de actuele dekkingsgraad op de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rente, de beleidsdekkingsgraad, de (minimaal) vereiste dekkingsgraad, de dekkingsgraad voor volledige toeslagverlening, de kritieke dekkingsgraad om een korting te vermijden en de reële dekkingsgraad. Pensioenfondsen hanteren daarnaast zelf ook nog andere dekkingsgraden, zoals de actuele dekkingsgraad op marktrente. Ofwel het is er niet duidelijker op geworden.

Het schrappen van de verplichting om de reële dekkingsgraad op basis van een FTK-definitie te publiceren, is volgens ons een verbetering. Het idee om inzicht te geven in de indexatiecapaciteit was sympathiek. Maar het kost alleen maar geld en is niet informatief. Daarbij zien we twee varianten: stop met verplicht publiceren van de reële dekkingsgraad, of pas de berekeningswijze van de reële dekkingsgraad aan. In dat laatste geval is de vóór aanpassing FTK meest gangbare definitie een logische keuze. Ofwel, reken de reële dekkingsgraad uit op basis van de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rente, en inflatieverwachtingen conform Commissie parameters.

Fundamentele verbeterpunten
Aanpassingen in de haalbaarheidstoets, reikwijdte van de beleidsdekkingsgraad en in de reële dekkingsgraad zijn kleine verbeteringen. Wij denken dat de evaluatie van het FTK ook een goed moment is om meer fundamentele punten aan te grijpen. Denk aan het aanpassen van de systematiek van korting voor pensioenfondsen die vijf jaar lang in dekkingstekort verkeren. Of de te hanteren rekenrente. Het kabinet schuift deze zaken voor zich uit, en verwijst hiervoor naar de vernieuwing van het pensioenstelsel. Maar de pensioenhervorming gaat op zijn vroegst in 2021 in. Bovendien is na de hervorming van het stelsel een uitkeringsovereenkomst (in aangepaste vorm) wellicht nog steeds mogelijk. Het verbeteren van het huidige FTK is daarom misschien belangrijker dan gedacht.

Agnes Joseph, actuaris