Kleine ondernemingspensioenfondsen kunnen door met visitatiecommissie

zakelijke bespreking

Het plan om een raad van toezicht voor alle fondsen verplicht te maken, is van de baan. Kleinere ondernemingspensioenfondsen kunnen dus ook verder met een visitatiecommissie. De rollen en taken van het intern toezicht en het verantwoordingsorgaan vragen verdere afstemming. Het is daarom goed om adviezen tussen de organen te delen. Verdere professionalisering is mogelijk binnen de huidige bestuursmodellen. Er zijn ruim 255 voorstellen voor verbetering gegeven. Dat blijkt uit de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen. Minister Koolmees ziet nu geen aanleiding om de wet te wijzigen, maar gaat wel in gesprek met de sector over de vele verbetervoorstellen. De Tweede Kamer wil actie om meer diversiteit te realiseren.

Visitatiecommissie blijft mogelijk bij kleinere opf’en
Ondernemingspensioenfondsen (opf’en) met een paritair of onafhankelijk bestuur kunnen kiezen uit een raad van toezicht of een visitatiecommissie. De overgrote meerderheid van deze opf’en heeft een visitatiecommissie (ruim 90%). Deze opf’en met een beheerd vermogen van meer dan € 1 miljard moeten uiterlijk 1 oktober 2018 een raad van toezicht instellen. Het gaat om 31 opf’en. Het was de bedoeling om bij de evaluatie te bezien of ook kleinere opf’n verplicht worden om een raad van toezicht te hebben. Maar minister Koolmees komt hier niet op terug. Dat betekent dat kleinere opf’en verder kunnen met een visitatiecommissie. Door liquidatie van vooral kleinere opf’n neemt het aantal opf’en met een visitatiecommissie wel af. Van de 10 beroepspensioenfondsen hebben er 7 een visitatiecommissie en 3 een raad van toezicht. Voor bpf’en is voor het intern toezicht een raad van toezicht wel verplicht.

Maak meer werk van diversiteit
De diversiteit blijft achter bij de verwachtingen. De evaluatie bevestigt dit beeld dat onlangs door de Monitoringcommissie Code Pensioenfondsen is geschetst. Van de pensioenfondsen heeft circa 40% geen vrouw in het bestuur en heeft circa 65% geen bestuurder jonger dan 40 jaar. De cijfers zijn voor het verantwoordings- en belanghebbendenorgaan vergelijkbaar. Dit terwijl de pensioenfondspopulatie veelal wel divers is. Minister Koolmees wil samen met de sector kijken welke extra inspanningen mogelijk zijn om de diversiteitsnormen te realiseren. De Tweede Kamer toonde zich op 14 maart heel kritisch. De Kamer denkt aan het stellen van deadlines (binnen 1,5 jaar wél voldoen aan de normen) of het wettelijk afdwingen van diversiteit. De minister gaat eerst het gesprek aangaan over de aanbevelingen van de Monitoringcommissie en de te verwachten resultaten van de Handreiking Vergroting Diversiteit.

Diversiteit sterker bij beroepsfondsen
Bij beroepspensioenfondsen (brf’en) bestaat het bestuur uit vertegenwoordigers van beroepsgenoten. Op het vlak van diversiteit liggen de brf’en vóór op de rest van de pensioensector: de besturen bestaan voor 22% uit vrouwen en voor 9% uit personen jonger dan 40 jaar. In de hele sector is dit 15% en 6,7%.

Beroepsbestuur bij apf’en
Eind 2017 zijn er 7 algemene pensioenfondsen (apf’en). Zij kiezen vaker voor de nieuwe mogelijkheden. De 5 apf’en die zijn voortgekomen uit de grote verzekeraars, hebben een onafhankelijk bestuursmodel. Het apf dat is opgericht door een uitvoeringsorganisatie, heeft een onafhankelijk gemengd model en het apf dat ontstaan is uit 2 opf’en, heeft een omgekeerd gemengd model.

Paritair model blijft dominant
Ondernemingspensioenfondsen (opf’en) en bedrijfstakpensioenfondsen (bpf’en) bleven in overgrote meerderheid bij het paritair model. Het omgekeerd gemengd model is enigszins in opkomst. Het onafhankelijk gemengd model komt niet voor bij opf’en en bpf’en. Jaarlijks liquideren zo’n 20 tot 40 pensioenfondsen met vooral een paritair model. Hieronder een overzicht van de ontwikkeling in de keuze van bestuursmodellen van 2014 tot 2016.

nieuws kleine pensioenfondsen

Verschillende beleving bij overlap in rollen en taken
Is er sprake van voldoende stroomlijning van taken en organen? Hierover lopen de meningen sterk uiteen. Een deel van de drie fondsorganen stelt dat er overlap is in rollen, taken en bevoegdheden van de organen. Toch vindt een grote meerderheid van de fondsorganen de afbakening van rollen, taken en bevoegdheden duidelijk. Ter illustratie: de raad van toezicht heeft voor bestuursbesluiten over beloningsbeleid, collectieve waardeoverdracht en liquidatie, fusie of splitsing van het fonds een goedkeuringsrecht. Het verantwoordingsorgaan heeft voor deze besluiten een adviesrecht. Er is dus wel sprake van overlap, maar deze is niet onduidelijk. Bovendien gaat het om weinig voorkomende besluiten. Geconstateerd wordt dat stroomlijning van taken en organen wordt beperkt als gegeven adviezen niet toegankelijk zijn voor andere organen. Het is daarom beter om adviezen wel te delen.

Fonds kan eigen bestuursmodel evalueren
Deze evaluatie kan voor fondsbesturen aanleiding zijn om nog eens te evalueren of hun fonds het meest passende bestuursmodel heeft. Bij het kiezen van een bestuursmodel zijn vooral van belang de adequate vertegenwoordiging van de risicogroepen, de eventuele meerwaarde ten opzichte van het paritaire model en de bestuurskosten. Nauwelijks van belang zijn de beschikbaarheid van kandidaten, het tijdsbeslag van bestuurswerk en de geschiktheidseisen. Dit is anders dan vaak wordt gedacht.

Verschillende modellen leveren andere vragen
Bestuurders in een paritair model twijfelen over de onafhankelijkheid van het intern toezicht in een gemengd model. Bij de gemengde modellen en het onafhankelijk model zijn deskundigheid, tijdsbeslag van bestuurswerk en de kracht van het intern toezicht belangrijke overwegingen. Ook in een paritair bestuur kunnen onafhankelijke deskundigen worden benoemd. Maar daar is naar verhouding vrij weinig behoefte aan.

Heel veel verbetervoorstellen
In de gehouden enquêtes hebben bestuurders en leden van toezicht- en medezeggenschapsorganen 255 voorstellen gedaan voor verdere verbetering van de governance in de pensioensector. Daarnaast zijn in rondetafelgesprekken met bestuurders en experts nog een aantal verbetervoorstellen gedaan. Opvallend is dat zij de resultaten van de enquêtes te rooskleurig vinden. Bij verbeteringen gaat het bijvoorbeeld om deskundigheid en functioneren van het verantwoordingsorgaan, samenwerking binnen het fonds, een onafhankelijke voorzitter in paritaire besturen zonder stemrecht, de normen over tijdsbeslag. Maar het pensioenveld blijkt ook behoefte te hebben aan rust op het gebied van wet- en regelgeving, opdat fondsen hun governance verder op orde kunnen brengen. Dat kan leiden tot meer taakvolwassenheid. In dit opzicht is er een zeer divers beeld.

Koolmees gaat in gesprek
De evaluatie leidt niet direct tot aanscherping van wet- en regelgeving. Dat geeft bestuurlijke rust. Maar het pensioenveld deed maar liefst ruim 255 verbetervoorstellen. Daar gaat toch een zekere druk van uit om hiermee aan de slag te gaan. Zeker omdat minister Koolmees met de sector in gesprek wil om verdere professionalisering te realiseren. Het is zaak dat pensioenfondsen hierin zelf hun keuzes kunnen blijven maken. De organisatie van het pensioenfonds moet effectief bijdragen aan goed bestuur, intern toezicht en medezeggenschap. En fondsen moeten zich kunnen concentreren op het eigenlijke bestuurswerk.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur