Eén fiscaal maximale premie lijkt eenvoudiger

geld in spaarpot

... maar is waarschijnlijk ook soberder.

Het kabinet gaat onderzoeken of het fiscaal kader voor pensioenen alleen op de premie kan worden begrensd. Dat heeft veel voordelen vanuit het oogpunt van eenvoud en kosten. Maar wij denken dat niet alle fondsen dan nog steeds dezelfde pensioenaanspraken aan hun deelnemers kunnen verlenen. Dat is een lastige boodschap. En niet goed voor het vertrouwen van deelnemers in hun pensioen.

De overheid heeft als uitgangspunt om de pensioenopbouw niet verder te versoberen. Begrenzing op de premie betekent hoogst waarschijnlijk een keuze voor één uniforme maximaal aftrekbare pensioenpremie. We kijken hoe dat praktisch uitpakt.

Hoe zit het nu?
Voor DB-regelingen kijkt de fiscus naar een combinatie van 3 dingen: minimale fiscale franchise, minimale pensioenrichtleeftijden en maximale opbouwpercentages. Voor DC-regelingen gelden al fiscale premiegrenzen. Met deze premiegrenzen voor DC krijg je pensioenresultaten die vergelijkbaar zijn met de op te bouwen pensioenen in DB-regelingen. Voor alle regelingen is daardoor de basis (direct of indirect) de maximaal te bereiken jaarlijks in te kopen pensioenaanspraak.

Oorzaak verschillen in premiehoogten tussen pensioenfondsen
De hoogte van pensioenpremie wordt onder meer beïnvloed door:

  • De gemiddelde leeftijd van het deelnemerbestand. Stel dat 2 fondsen dezelfde regeling hebben. De premie voor een fonds met een lage gemiddelde leeftijd is dan lager dan voor een fonds met een hoge gemiddelde leeftijd.
  • De hoogte van de in de premie ingerekende rente. Hoe lager deze rente is, hoe hoger de premie wordt.
  • De keuze van het pensioenfonds om wel of geen gedempte kostendekkende premie te hanteren. Op dit moment leidt een gedempte premie veelal tot een lagere premie dan een premie op basis van de actuele marktrente.
  • De hoogte van de ambities van het pensioenfonds. Hoe hoger de ambities van het fonds, hoe hoger de premie.
  • De hoogte van de te maken kosten en buffervereisten. Deze verschillen van fonds tot fonds.

  • Kostprijs van pensioen is ook heel verschillend
    Er speelt nog iets anders naast de hiervoor aangegeven oorzaken voor verschillen in de premie. Met dezelfde premie krijg je namelijk niet hetzelfde pensioen bij verschillende fondsen. Dat komt door een verschil in levensverwachting tussen de deelnemerspopulaties van pensioenfondsen. Het verschil in benodigde premie op basis van een actuele rente kan daarbij oplopen tot 20% of meer. Bij één uniforme opbouw horen nu dus heel veel verschillende niveaus van premies.

    Bij uniforme pensioenpremie loopt opbouw uit elkaar
    Voor één uniforme maximaal fiscaal aftrekbare pensioenpremie kunnen pensioenfondsen dus heel verschillende aanspraken opbouwen. Want de aanspraak is afhankelijk van de kostprijs per eenheid pensioen. En dus kan je voor de uniforme pensioenpremie van een pensioenfonds met deelnemers met een hoge levensverwachting minder pensioenaanspraken opbouwen dan bij een pensioenfonds met deelnemers met een lage levensverwachting.

    Veel te veel of veel te weinig
    Welk niveau van uniforme maximale pensioenpremie is passend voor Nederland als geheel? We kijken naar de twee uitersten. Het ene uiterste is een premie waarbij ieder pensioenfonds de maximaal geldende pensioenaanspraken kan opbouwen. Dus ook de fondsen met de hoogste levensverwachting. Voordeel is dat alle deelnemers dan ten minste dezelfde aanspraken kunnen krijgen als nu. Maar als een fonds met een structureel lage levensverwachting voor deze premie kiest, dan zijn de aanspraken naar de huidige normen fiscaal bovenmatig. En dat effect is nog groter als het pensioenfonds werkt met een kostendekkende premie op basis van een dempingsmechanisme.

    Het andere uiterste is een uniforme premie op het niveau van het fonds met de laagste levensverwachting. De deelnemers in dit pensioenfonds kunnen dan dezelfde pensioenaanspraken als nu krijgen. Maar deelnemers in een fonds met een hogere levensverwachting bouwen dan minder pensioenaanspraken op dan nu. Daarom levert dit voor veel fondsen dan een verlaging van op te bouwen pensioenaanspraken op.

    Effect gemiddelde premie
    Kun je dit probleem oplossen door uit te gaan van de gemiddelde premie voor heel Nederland? Dit compromis betekent dat een deel van de fondsen in vergelijking met nu minder pensioen kan opbouwen. Een andere deel van de fondsen kan dan pensioenaanspraken opbouwen die nu bovenmatig zouden zijn. En als je over gaat naar één maximaal fiscaal aftrekbare pensioenpremie is belangrijk hoe lang deze maximale premie geldig blijft. Levensverwachting en rentestand zijn immers van invloed op de kostprijs van pensioen. Wordt de maximale premie dan jaarlijks aan de hand van de ontwikkeling van de marktrente en levensverwachting aangepast? Als pensioenfondsbestuurder is het belangrijk om het effect van de premiehoogte op de aanspraken van uw deelnemers scherp te hebben.

    Beoogd voordeel: eenvoud en daarmee verlaging van kosten
    Een overstap van de huidige fiscaal maximale opbouwmogelijkheden naar een fiscaal maximaal aftrekbare premie heeft als voordeel dat het eenvoudig is. Er hoeven minder controleurs vanuit de Belastingdienst na te gaan of sprake is van fiscale bovenmatigheid. Ook bij pensioenfondsen scheelt het werk. Dat betekent minder kosten bij de Belastingdienst en in de uitvoering. En dat daardoor dus meer middelen beschikbaar komen voor de pensioenen.

    In de praktijk voor een deel een bezuiniging
    Als de overheid kiest voor één uniforme pensioenpremie met een gemiddeld premieniveau. En als deze premie periodiek wordt aangepast op basis van rentestand en levensverwachting. Dan kan een deel van de pensioenfondsen meer dan de huidige maximale pensioenopbouw toekennen. En een ander deel kan dan minder toekennen. Dat beperkt in de praktijk toch de mogelijkheden voor pensioenopbouw. Het kan werken, als je dit versoberende effect accepteert. Maar als het uitgangspunt is om de op te bouwen pensioenaanspraken niet te versoberen, is een begrenzing op de premie dus eigenlijk niet aan te raden. En als invoering van één uniform maximaal premiepercentage leidt tot een versobering van pensioenen, heeft dit een nieuwe negatieve impact op het vertrouwen in het pensioenstelsel. En daar zit niemand op te wachten. Het lijkt goed dat het kabinet dit effect in het onderzoek meeneemt.

    Jos Huisman, actuaris