3 varianten van persoonlijk pensioen nu al mogelijk

ingang Ridderzaal Den Haag

De pensioendiscussie is aardig opgelaaid. Een uitgelekt concept pensioenakkoord zet in op een collectief contract met onzekere aanspraken. Het kabinet heeft een voorkeur voor persoonlijke pensioenvermogens. Zijn er - als dit doorgaat - nog mogelijkheden voor persoonlijke pensioenpotten? Die zijn er zeker. En wel in 3 varianten. De mate van collectieve elementen varieert.

Met of zonder collectieve buffer
Het kabinet wil het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. De Sociaal-Economische Raad (SER) onderzocht daarom een pensioencontract met collectieve risicodeling tussen alle generaties via een collectieve buffer. Dat contract lijkt echter onvoldoende meerwaarde te bieden.

Onzekere aanspraken
Werkgevers en werknemers kijken nu naar een premieovereenkomst met directe inkoop van aanspraken. Die aanspraken zijn onzeker. Zo’n contract komt dan bij het palet van nu al bestaande mogelijkheden. Het voorstel lijkt wel wat op het reële pensioencontract van een aantal jaren terug. De overheid vond de risico’s bij invaren van oude aanspraken in het nieuwe contract te groot. Durft de overheid het dit keer wel aan?

Varianten persoonlijk pensioen
Komt er als het uitgelekte akkoord doorgaat dan geen mogelijkheid voor persoonlijke pensioenpotten? Dat is een misverstand. De verbeterde premieregeling maakt persoonlijke pensioenpotten met collectieve elementen nu al mogelijk. Wij zien daarbij voor pensioenfondsen drie mogelijke varianten van persoonlijke pensioenpotten. De mate van collectieve elementen varieert. Partijen bij de pensioenregeling kunnen daar nu al voor kiezen.

  1. Persoonlijk pensioen met vaste uitkering

    Met de premies wordt een persoonlijk pensioenvermogen opgebouwd. Dat vermogen wordt uiterlijk op de pensioendatum omgezet in een vaste uitkering. De regels van het financieel toetsingskader gelden daarvoor. In de uitkeringsfase is er dus sprake van een collectief vermogen en een dekkingsgraad. En ook van buffers waarmee alle risico’s worden gedeeld. Er is in deze variant een kans op indexatie en kortingen. De omzetting van vermogen in uitkering kan overigens ook al eerder dan op pensioendatum. Bijvoorbeeld bij het eindigen van de deelneming. Of direct in het jaar van premiebetaling.

  2. Persoonlijk pensioen met variabele uitkering (collectieve variant)

    Ook hier heeft de deelnemer in de opbouwfase een persoonlijk pensioenvermogen. Op de pensioendatum wordt het vermogen omgezet in een variabele uitkering. De uitkeringsfase is volledig collectief. Het collectief van pensioengerechtigden deelt beleggingsrisico, sterfterisico en langlevenrisico. Het collectief kan eventueel ook groter, namelijk met (gewezen) deelnemers vanaf 10 jaar voor de pensioenrichtleeftijd. Nu is dat vanaf 58 jaar. Sterfterisico wordt altijd collectief gedeeld. Er zijn in deze variant geen buffers, maar er is sprake van het zogenaamde 'doorbeleggen'. De regels hiervoor staan in de Wet verbeterde premieregeling.

  3. Persoonlijk pensioen met variabele uitkering (individuele variant)

    Deze variant lijkt op variant 2, maar kent minder risicodeling in de uitkeringsfase. In de opbouwfase is er wederom sprake van een persoonlijk pensioenvermogen. Op de pensioendatum wordt het vermogen omgezet in een variabele uitkering. Verschil is dat de uitkeringsfase bijna volledig individueel is. Het collectief van pensioengerechtigden en (gewezen) deelnemers deelt alleen het sterfterisico. Dat zorgt ervoor dat de pensioenuitkering levenslang is en de pot niet onverwacht leeg is.


Deelnemers hebben overigens in de laatste twee varianten het recht om te kiezen voor een variabele of een vaste uitkering. En soms zelfs voor een combinatie van een vaste en variabele uitkering.

Hoe verder?
Het kabinet heeft een voorkeur voor persoonlijke pensioenvermogens. En hoopt dat zoveel mogelijk pensioenfondsen daarop overgaan. Daar is geen nieuwe variant met collectieve risicodeling tussen alle generaties via een collectieve buffer voor nodig. De verbeterde premieregeling biedt volop ruimte. Minister Koolmees hoopt nog steeds dat de SER met een advies komt. Of hier een nieuw soort contract in zal staan, is nu nog afwachten. Maar het is goed om te realiseren dat er nu ook al veel mogelijkheden zijn.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur en Agnes Joseph, actuaris