Pensioen en de tragedie van de meent

opa en kleinkind

Collectief pensioen leidt tot discussie tussen generaties. Een discussie die doet denken aan de zogenaamde ‘tragedie van de meent’. Gelukkig zijn er oplossingen om zo’n tragedie te voorkomen. Zoals persoonlijke pensioenvermogens, maar ook kleinere en meer ‘zelf regulerende’ coöperaties.

Wekelijks zijn er mediaberichten van jongeren en ouderen over pensioen. Samen hebben ze een collectief pensioenvermogen opgebouwd. Iedereen maakt aanspraak op een deel daarvan. Maar hoeveel aanspraak exact? Daar is veel discussie over. Ouderen willen weer indexatie. De pensioenpot is immers ongelooflijk groot, waarom gaan de uitkeringen niet omhoog? De jongeren zijn het daar niet mee eens. De grote pensioenpot is nodig omdat toekomstig pensioen momenteel erg duur is. Als er nu teveel uitgekeerd wordt is er straks ‘niks’ meer over tegen de tijd dat zij aan pensioen toe zijn.

Dit doet denken aan de ‘tragedy of the commons’, ofwel de ‘tragedie van de meent’. Deze tragedie is beschreven in 1833 door de Britse econoom William Forster Lloyd. In Engeland heb je de ‘commons’, gemeenschappelijke stukken weidegrond waarop vroeger de koeien van verschillende boeren graasden. Er was een overvloed aan gras en de koeien hadden het prima. Maar de boeren wilden meer. Iedere boer voor zich dacht toen: als ik nu meer koeien ga houden dan kan ik meer melk verkopen en dus meer winst maken. In eerste instantie leek dit prima te gaan, maar op den duur leidde dit tot overbegrazing. Minder gras voor de koeien betekende op den duur minder melk en dus minder opbrengst voor alle boeren.

In pensioenland hebben we misschien ook wel een soort ‘meent’ gecreëerd: een grote pot pensioengeld met onduidelijke eigendomsrechten, waar vele mensen een aanspraak op hebben. Iedere generatie lijkt daar nu zoveel mogelijk uit te willen halen. Maar meer opbrengst voor de één betekent minder opbrengst voor de ander, en als we het ver doorvoeren misschien uiteindelijk zelfs wel minder opbrengst voor iedereen.

In 1968 kwam de ecoloog Garrett Hardin met twee oplossingsrichtingen voor de tragedie van de meent. Het toekennen van individuele eigendomsrechten van de meent, of afdwingbare regels via de overheid. Soms lijken we hier in pensioenland nu ook een beetje naar te neigen. Of we delen de collectieve pensioenpot op in individuele potjes. Of de overheid grijpt in. Maar mogelijk hoeft het niet zover te komen.

In de jaren ‘70 vond politicologe Elinor Ostrom namelijk een groot aantal voorbeelden van coöperatief beheerde commons die prima functioneerden zonder inmenging van de overheid. De boodschap van haar werk was dat groepen in staat zijn om de tragedie van de meent te vermijden zonder top-down regelgeving te eisen, ten minste als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Zo moet er een duidelijk afgebakende groep leden zijn. Waarbij de individuele voordelen proportioneel zijn aan de kosten. Leden hebben zeggenschap over de regels binnen de meent, en kunnen deze regels wijzigen in onderlinge overeenstemming. Monitoring van gebruik en beheer van de meent gebeurt ook door eigen leden. Er is sprake van lokale autonomie zonder inmenging van externe overheidsinstanties.

Volgens Ostrom leiden de door haar geformuleerde voorwaarden tot lokale coöperaties die soms decennialang, of zelfs eeuwenlang kunnen overleven. Waarbij deze coöperaties de regels ook regelmatig aanpassen aan veranderende omstandigheden. Het werk van Ostrom was zo baanbrekend dat zij hier in 2009 de Nobelprijs voor de economie voor ontving.

Terug naar de pensioenwereld. Als je de analogie van de tragedie van de meent volgt, zijn er verschillende oplossingsrichtingen voor het toekomstige pensioenstelsel: persoonlijke pensioenpotjes, overheidsregulering of pensioen in kleinere coöperaties die dichter bij de mensen staan.

Te beginnen bij persoonlijke pensioenpotjes. In de tragedie van de meent kent deze oplossing als nadeel dat individuele kavels minder opbrengst per boer opleveren dan de optimale collectieve begrazing. Willen we dit in pensioenland doorvoeren dan is het zaak om bij persoonlijke pensioenpotjes collectieve elementen te behouden om de mogelijke meerwaarde van pensioen zo goed mogelijk te benutten.

De weg van overheidsregulering werkt volgens de onderzoeken naar de tragedie van de meent vaak averechts uit. De boeren verliezen het gevoel van controle over ‘hun’ weidegrond en wantrouwen de overheid. Doordat hun eigen lokale regels niet worden erkend, verliezen ze motief om de weidegrond duurzaam te beheren. In pensioenland zijn we deze kant ook al een beetje opgegaan. Dit lijkt geen werkbare duurzame oplossing.

Eventuele lokale coöperaties zijn in pensioenland wel een mogelijkheid, die tot nog toe misschien onderbelicht is gebleven. Deze oplossingsrichting is meer back-to-basic, staat dichter bij de mensen en dichter bij de oorsprong van onze huidige pensioenfondsen.

Agnes Joseph