Europees pensioenproduct ook iets voor Nederlandse pensioenfondsen?

kaart van Europa

De Europese Commissie wil meer pensioenproducten op de Europese markt. In september stemt het Europees Parlement daarom over het voorstel voor een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP). In dit voorstel staat dat Europese pensioeninstellingen (IORP’s) dit PEPP kunnen aanbieden. Wat betekent dat in de Nederlandse praktijk? Mogen pensioenfondsen inderdaad PEPP aanbieden? Of juist niet? De discussie is nog flink in beweging. We staan stil bij de verschillende opties.

Europees appeltje voor de dorst
PEPP is een individueel, vrijwillig pensioenproduct in de derde pijler. PEPP kan ook worden opengesteld voor bijdragen van werkgevers (tweede pijler). Pensioenfondsen regelen collectieve arbeidsgerelateerde pensioenen. PEPP zou dus iets nieuws zijn voor fondsen. De Europese Commissie wil meer keuze bij sparen voor het pensioen. En PEPP biedt mensen de mogelijkheid om zelf een spaarpotje voor de oude dag op te bouwen. Het afdekken van het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico is niet verplicht. Idee erachter is dat PEPP daardoor heel eenvoudig en goedkoop kan zijn.

Pensioenfondsen mogen PEPP aanbieden…
Wie gaat het PEPP dan aanbieden? De Europese Commissie denkt aan banken, verzekeraars, vermogensbeheerders en Europese pensioeninstellingen (IORP’s). Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen (PPI’s) zijn IORP’s. En ook Belgische OFP’s zijn dat. Toch kunnen Nederlandse pensioenfondsen en PPI’s niet zomaar zonder nieuwe afspraken een PEPP aanbieden. Dat raakt namelijk de Nederlandse taakafbakening. Afspraak is dat pensioenfondsen en PPI’s alleen pensioenproducten in de tweede pijler mogen aanbieden. Dus collectief en arbeidsgerelateerd. Het Nederlandse kabinet ziet daarom het liefst dat pensioenfondsen en PPI’s geen PEPP mogen aanbieden.

… of alleen als de lidstaat dat beslist
Het voorzitterschap stelde voor dat lidstaten zelf mogen beslissen of ‘hun’ IORP’s wel of niet een PEPP mogen aanbieden. Dit is voor het Nederlandse kabinet een werkbare oplossing. Het kan ook helpen bij de discussie over zelfstandigen zonder pensioen. Voor zelfstandigen is PEPP een nieuwe mogelijkheid om pensioen op te bouwen. PPI’s en algemene pensioenfondsen (APF’en) kunnen wat ons betreft toegelaten worden als aanbieder van PEPP. Op deze instellingen zijn immers niet alle regels van de taakafbakening van toepassing. De regels van de domeinafbakening gelden niet, zodat zij buiten het traditionele werkterrein van pensioenfondsen actief kunnen zijn. Voordeel is dat er meer te kiezen is bij het afsluiten van een PEPP. Dit is wel een belangrijke en fundamentele wijziging. Want dan kunnen PPI’s en APF’en ook pensioenproducten in de derde pijler aanbieden. Dit betekent dat hun klanten niet alleen meer werkgevers zijn, maar ook particulieren.

Intermezzo: Een mogelijk vergezicht voor de Nederlandse markt
PEPP is een gestandaardiseerd Europees pensioenproduct. Als een PEPP-spaarder naar een andere lidstaat verhuist, kan hij bij dezelfde uitvoerder PEPP blijven opbouwen in een ander compartiment. Zo wordt rekening gehouden met het verschillende fiscale kader in de lidstaten. Stel dat een PEPP alleen gericht zou worden op de Nederlandse markt. Dan is PEPP een gestandaardiseerd pensioenproduct dat iemand kan gebruiken voor opbouw van pensioenvermogen in de tweede, derde en vierde pijler. De PEPP-uitvoerder kan de opbouw afzonderlijk administreren zolang het fiscale kader voor de diverse pijlers verschillend is. Op deze wijze kan een PEPP-spaarder die van baan verandert of zelfstandige wordt, bij dezelfde uitvoerder PEPP blijven opbouwen. Er zijn geen overdrachten nodig. Je hebt geen pensioenpotjes bij verschillende uitvoerders. Dit komt ook tegemoet aan bijvoorbeeld jongeren die meer zeggenschap over het eigen pensioen willen. Een gelijk fiscaal kader voor de tweede en derde pijler zou dit nog efficiënter maken. En vergaande vereenvoudiging daarvan ook. Standaardisatie van dit pensioenproduct kan sterk kostenbesparend gaan werken, zeker wanneer de PEPP-markt goed op gang komt. Dit leidt tot meer pensioen per euro, en daar kan niemand op tegen zijn. Wat ons betreft laat het kabinet onderzoeken of dit juíst interessant kan zijn voor PPI’s én pensioenfondsen. Juist nu wordt nagedacht over de toekomst van ons pensioenstelsel en de pensioenpositie van zelfstandigen. Vernieuwend denken vanuit de EU kan zo worden omarmd.

Collectiviteitkring in APF
Het Europees Parlement stelde Sophie In ’t Veld (D66) als rapporteur aan. Zij stelde voor om alleen een PEPP te laten aanbieden door die Europese pensioeninstellingen die zelf geen overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico mogen afdekken. In Nederland gaat het om PPI’s. Maar binnen een APF kan ook een collectiviteitkring ingericht worden die overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico’s optioneel herverzekert. Het niet afdekken van deze risico’s lijkt ons eerder nadelig voor de deelnemer. Een goede oudedagsvoorziening dekt immers ook overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico af. In een APF zorgt solidariteit bovendien mogelijk tot lagere kosten. De populatie moet daar dan voldoende groot voor zijn.
Schaduwrapporteur Bas Eickhout (GroenLinks) stelde voor dat Europese pensioeninstellingen volledig worden geschrapt als mogelijke aanbieder van PEPP. Dus naast pensioenfondsen ook geen PPI’s als aanbieder van PEPP’s. Daarvoor lijkt echter (gelukkig) geen draagvlak binnen het Europees Parlement te bestaan.

Onderhandelingen en compromissen
De commissie voor economisch en monetair beleid van het Europees Parlement stemt na het zomerreces over het PEPP-voorstel. Daarna volgen onderhandelingen tussen het Parlement en de Europese Raad. In juni liet minister Hoekstra van Financiën weten dat de Europese Raad werkt aan een compromis. In dat voorstel mag een Europese pensioeninstelling alleen PEPP aanbieden als het van de nationale wet pensioenproducten in de derde pijler mag aanbieden. En de pensioeninstelling mag niet zelfstandig overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico afdekken. Dat zou betekenen dat PPI’s en pensioenfondsen géén PEPP mogen aanbieden.

Finale besluitvorming onzeker
Het is echter binnen de Europese Raad niet gelukt over de rol van Europese pensioeninstellingen overeenstemming te bereiken. Het blijft dus spannend of PPI’s en Nederlandse pensioenfondsen, zoals APF’en, straks ook een PEPP mogen gaan aanbieden. Dat kan bijdragen aan een goede oudedagsvoorziening voor iedereen. Laten we die ontwikkeling samen omarmen.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur