Levensverwachting stijgt minder snel. Dipje of trendbreuk?

oudere man leest boek

Volgens de nieuwste inschatting van het Actuarieel Genootschap neemt de levensverwachting van Nederlanders minder snel toe dan eerder verwacht. Dat heeft een positief effect op de dekkingsgraden van pensioenfondsen. En de gedempte kostendekkende premie wordt lager. Voor pensioenfondsen met relatief veel vrouwelijke deelnemers is het effect het grootst. Er wordt al druk gespeculeerd of er sprake is van een trendbreuk. We kijken naar de onderliggende factoren >

AG geeft inzicht in verwachte sterfte
Het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) publiceert elke twee jaar een nieuwe prognose van de toekomstige levensverwachting van Nederlanders. De cijfers van het AG bepalen voor veel pensioenfondsen de hoogte van hun dekkingsgraden, de premies en de gehanteerde aankoopfactoren. De nieuwe inschatting van het AG is dat de levensverwachting weliswaar verder toeneemt, maar minder snel dan eerder werd geraamd.

Model heeft veel gegevens nodig
Het onderliggende rekenmodel is niet gewijzigd. De verandering komt daardoor volledig door het toevoegen van nieuwe en recentere sterftedata. Met name ouderen lieten in de laatste jaren meer sterfte zien dan eerder werd verwacht. Het AG neemt zowel Nederlandse sterftedata als sterftedata van Europese landen met een vergelijkbare welvaartsniveau mee. Hierdoor is de inschatting van het AG minder gevoelig voor incidentele Nederlandse afwijkingen. Kanttekening is dat het rekenmodel een behoorlijk aantal waarnemingen nodig heeft. En het kijkt ook niet naar de onderliggende doodsoorzaken. Daardoor kan er toch een tijdelijk dipje zijn.

Meer effecten bij fondsen met veel vrouwen…
Door de nieuwe prognosetafel neemt de hoogte van de voorziening pensioenverplichtingen af. Daardoor stijgen de dekkingsgraden van pensioenfondsen gemiddeld met 1% tot 1,5%. De daadwerkelijke stijging van de dekkingsgraad verschilt nogal per pensioenfonds. Pensioenfondsen met relatief veel vrouwen zien hun dekkingsgraad harder stijgen dan fondsen met relatief meer mannen. Maar ook de actuele marktrente, de actuele dekkingsgraad en de verhouding tussen ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn van invloed.

…en op jonge fondsen
Door de nieuwe prognosetafel gaat ook de (gedempte) kostendekkende premie omlaag. Des te jonger de gemiddelde leeftijd, des te groter is de impact van de nieuwe prognosetafel. De procentuele impact van de nieuwe prognosetafel op de kostendekkende premie is daardoor nog wat groter dan op de dekkingsgraad. De premiebetalende deelnemers zijn immers gemiddeld jonger dan de gehele portefeuille.

CBS en het AG gebruiken zelfde brondata
Er zijn pensioenfondsen en verzekeraars die zich baseren op cijfers van het CBS. Het CBS publiceert eigen prognosetafels. En die komen later. De cijfers van het AG liggen vaak wel aardig in lijn met die van het CBS. Dat komt omdat beide rekenmodellen gebaseerd zijn op dezelfde brondata. Daarmee is de verwachting dat ook het CBS eenzelfde effect in de levensverwachting laat ziet. De CBS-prognose is ook bepalend voor de stijging van de AOW-leeftijd. Als de publicatie van het CBS eind 2018 inderdaad een afvlakking van de levensverwachting toont, ligt het voor de hand dat de AOW-leeftijd in 2024 ongewijzigd blijft op 67 jaar en drie maanden. In de jaren erna zal de AOW-leeftijd doorstijgen tot 68 jaar in 2029. De pensioenrichtleeftijd (nu 68 jaar) komt dan pas in 2028 uit op 69 jaar.

Trend: stijgende levensverwachting
Al sinds 1840 stijgt die levensverwachting iedere 10 jaar met gemiddeld 2,5 jaar. In deze prognose is dat net even anders. Want de levensverwachting stijgt minder snel dan verwacht. Toch is het te vroeg om uit te gaan van een trendbreuk. Het model is namelijk gevoelig voor schommelingen in sterftedata. Het model is ook gevoelig voor nieuwe inzichten. En daardoor kan het model ook wijzigen. Al met al geeft een eenmalige afwijking nog geen reden om van een trendbreuk uit te gaan.

Jeroen Beelen, senior actuaris AAG en manager Actuarieel Control