Vervolg sleutelfuncties: de bal ligt bij de bestuurders

jonge lachende vrouw

Pensioenfondsen zijn druk bezig met het inrichten van sleutelfuncties op de terreinen risicobeheer, interne audit en actuariële zaken. Ieder fonds maakt hierin zijn eigen afweging. Op 13 januari 2019 moeten de houders van de sleutelfuncties in functie zijn. Wachten op de definitieve regels is geen optie. Uitwerking van functieprofielen kan later. We praten u bij over de stand van zaken.

De regels voor sleutelfuncties staan in de nieuwe Europese pensioenrichtlijn. Maar pensioenfondsen werken met de verwerking daarvan in de Nederlandse wet- en regelgeving. De Tweede Kamer ging op 18 oktober akkoord met het wetsvoorstel. Het ministerie van SZW gaf inzicht in de resultaten van de internetconsultatie over de lagere regelgeving. Daarmee hebben we een nagenoeg volledig beeld van de nieuwe regels over sleutelfuncties.

Inrichting mag passen bij fonds
Bij de inrichting van de sleutelfuncties mag een fonds rekening houden met de eigen aard, omvang, schaal en complexiteit. De Europese pensioenrichtlijn noemt dat ‘proportionaliteit’. Dit betekent dat het inrichten van sleutelfuncties niet tot al te belastende vereisten voor een pensioenfonds mag leiden. DNB maakte een 'proportionaliteitsladder'. Sleutelfuncties worden hierin zwaarder ingevuld naarmate het pensioenfonds groter en complexer is. Zo kan voor de risicobeheerfunctie bij grotere fondsen een risicocommissie worden ingezet kan de risk officer meer ondersteuning geven naar mate de fondsen groter zijn.

Uitbesteden kan beste optie zijn
DNB vindt dat het voor de hand ligt dat bestuurders zelf de houders van sleutelfuncties worden. Het gaat dan met name om risicobeheer en interne audit. Maar het kan volgens DNB ook anders. Voorwaarde is dan dat het fonds de functie voldoende onafhankelijk invult. SZW zit hier strikter in. De visie van SZW is dat het vaak niet mogelijk is om deze functies uit te besteden. DNB ziet dus meer ruimte voor uitbesteding dan SZW. Wij zien die ruimte ook. Wij verwachten dat veel kleine fondsen niet alle expertise in het bestuur hebben. Dan lukt het niet om bestuurders met deze functies te belasten. Het fonds kan externe deskundigen met de vereiste expertise in het bestuur opnemen. Maar dat is zeer kostenverhogend en daardoor ‘disproportioneel’. Uitbesteden is dan naar onze mening een betere optie.

Actuariële functies bundelen
De wet maakt het mogelijk dat de waarmerkend actuaris de actuariële functie vervult. Ook DNB vindt dat voor de hand liggen. Dat voorkomt namelijk dubbel werk. Maar de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants gaf aan dat de actuariële functie dan onvoldoende onafhankelijk wordt ingevuld. SZW ziet dat bezwaar niet. Ook als de waarmerkend actuaris deze functie combineert met de actuariële functie, kan sprake zijn van een onafhankelijke functievervulling. Wat hierbij helpt is duidelijke afspraken maken over de rolverdeling.

DNB toetst jaar eerder bij grotere fondsen
Als een bestuurder sleutelfunctiehouder wordt, toetst DNB op geschiktheid en betrouwbaarheid. Dit is immers een functiewijziging. Benoeming is pas mogelijk als DNB akkoord is. Daarvóór is de sleutelfunctiehouder waarnemer. Pensioenfondsen moeten het functieprofiel aanvullen en de kandidaat aanmelden bij DNB. De grotere fondsen krijgen hiervoor de tijd tot 1 september 2019 en de kleinere fondsen tot 1 september 2020.

DNB toetst altijd op betrouwbaarheid
Als een niet-bestuurder sleutelfunctiehouder wordt, toetst DNB alleen als daar aanleiding voor is. Het pensioenfonds borgt zelf de geschiktheid en betrouwbaarheid van de personen die de sleutelfuncties vervullen. Het gaat niet alleen om de houders van de functies, maar ook om andere personen met uitvoerende taken van sleutelfuncties. DNB komt dit jaar nog met handvatten die kunnen helpen bij het vaststellen van de geschiktheid. Pensioenfondsen kunnen echter moeilijk de betrouwbaarheid vaststellen. SZW komt de fondsen tegemoet: DNB gaat de betrouwbaarheid van een sleutelfunctiehouder voorafgaand aan de benoeming toetsen. Maar het fonds moet ook instaan voor de betrouwbaarheid van andere personen die sleutelfuncties vervullen. Het probleem dat het fonds de betrouwbaarheid van deze personen niet kan toetsen, wordt niet opgelost.

Beloningsbeleid toepassen op Amerikaanse vermogensbeheerder?
In de concept lagere regelgeving staat dat het beloningsbeleid van een pensioenfonds ook van toepassing is op uitbestedingspartners. Dit geldt niet als zij onder een EU-richtlijn voor de financiële sector vallen. In de internetconsultatie zijn hierover vragen gesteld. Niet alle uitbestedingspartners zitten namelijk in Europa. SZW geeft nu aan dat het pensioenfonds ervoor moet zorgen dat de uitbestedingspartner de algemene beginselen van het beloningsbeleid toepast. Niet duidelijk is of de concept regels hiermee zijn versoepeld. Het blijft problematisch voor een pensioenfonds om te regelen dat het eigen beloningsbeleid door bijvoorbeeld een Amerikaanse vermogensbeheerder wordt toegepast.

Door Leo Blom, juridisch beleidsadviseur