Oob-status van grote pensioenfondsen stapelt met eisen IORP II

APS werkcollege

Minister Hoekstra van Financiën vergelijkt grote pensioenfondsen met banken en verzekeraars. Hij wijst ze daarom aan als organisaties van openbaar belang (oob’s). De regels voor oob’s zijn ontworpen voor commerciële bedrijven. Wij zien bovendien door de combinatie met de invulling van sleutelfuncties vanuit IORP II een stapeling van controles. Met het meewegen van deze ontwikkeling, ligt een aanwijzing van grote pensioenfondsen als oob volgens ons niet voor de hand.

De oob-status van grote pensioenfondsen betekent een zwaardere accountantscontrole. En grote pensioenfondsen moeten eens in de tien jaar van accountantskantoor wisselen. De grens ligt bij een beheerd vermogen van € 10 miljard. Minister Hoekstra van Financiën legde het concept besluit op 22 oktober voor aan de Tweede Kamer. De Kamer krijgt vier weken voor een reactie. Daarna komt de Raad van State met een advies. Naar verwachting gaat het nieuwe regime in op 1 januari 2019.

Meerwaarde van de oob-status voor de controle niet zeker …
Op dit moment zijn alleen beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars organisaties van openbaar belang (oob’s). Dat staat in een Europese richtlijn over de wettelijke controles van jaarrekeningen. De oob-status geeft aanvullende waarborgen voor de kwaliteit van de accountantscontrole. Dat verkleint de kans op een ondeugdelijke controleverklaring. De minister erkent dat de kwaliteit van wettelijke controles altijd goed moet zijn. Het lijkt ons dan ook logisch om daar op in te zetten. Ook omdat het oob-begrip ontworpen is voor commerciële bedrijven.

... toch gelden grote pensioenfondsen als oob’s …
Lidstaten kunnen de oob-status aan andere organisaties dan commerciële bedrijven toekennen. Dat kan als een ondeugdelijke controle van de financiële verantwoording een grote invloed kan hebben op het vertrouwen in de publieke functie van de accountantsverklaring. De minister van Financiën liet onderzoeken of het nuttig is om organisaties met een groot maatschappelijk belang aan te wijzen als oob’s. Conclusie was dat grote pensioenfondsen aangewezen worden als oob’s. De minister vergelijkt pensioenfondsen met banken en verzekeraars. Hij ziet geen reden om pensioenfondsen anders te behandelen. Opmerkelijk, omdat in het onderzoek geen aanwijzingen staan voor ondeugdelijke controleverklaringen bij pensioenfondsen. De grens van € 10 miljard beheerd vermogen sluit aan bij de grens tussen grote en kleine fondsen. Al met al raakt de oob-status 15 grote pensioenfondsen.

… maar dat is bij de start al achterhaald…
De oob-status geeft extra waarborgen voor de kwaliteit van de wettelijke controle van de financiële verantwoording. Bijvoorbeeld door het inschakelen van een onafhankelijke kwaliteitsbeoordelaar. En door een uitgebreidere controleverklaring. Hierdoor stijgen de kosten voor de controle navenant. De vraag is of dat nodig is. Want andere recente ontwikkelingen dragen bij aan de kwaliteit van de financiële verantwoording van pensioenfondsen. Zo moeten alle pensioenfondsen met een beheerd vermogen van meer dan € 1 miljard een raad van toezicht hebben. Vanaf januari 2019 hebben fondsen sleutelfuncties voor risicobeheer, interne audit en actuariële activiteiten. Ook die functies bevatten kwaliteitsimpulsen. Als deze ontwikkelingen waren meegewogen, lag een aanwijzing van grote pensioenfondsen als oob volgens ons niet voor de hand.

… gelukkig: geen gevolgen voor de organisatie van het fonds …
De oob-status heeft gevolgen voor de interne organisatie. Zo moet een oob een auditcommissie hebben. De ministeries van Financiën en SZW waren verdeeld over de vraag hoeveel onafhankelijke leden de auditcommissie moet hebben. Uiteindelijk is besloten grote pensioenfondsen vrij te stellen van de verplichting een auditcommissie in te stellen. Dat vinden wij een goede zaak. De oob-status leidt nu niet tot een aanpassing in de governance van pensioenfondsen. Ook niet in de samenstelling van een bestaande auditcommissie, zoals bij een omgekeerd gemengd bestuursmodel.

… maar daardoor heeft de oob-status ook minder betekenis
De extra waarborgen vanuit de oob-status zijn de extra kwaliteitsbeoordeling, de auditcommissie, het overleg van de accountantsorganisatie met de auditcommissie en de uitgebreidere controleverklaring. Maar de auditcommissie is niet verplicht. Daardoor heeft de oob-status ook minder toegevoegde waarde. Ook daarom ligt het meer voor de hand om in te zetten op verbetering van de kwaliteit van de reguliere controleverklaring. De combinatie van sleutelfuncties uit IORP II en de verzwaring van de controle bij een oob-status samen is volgens ons dubbelop.

Auteur: Leo Blom, juridisch beleidsadviseur