Door beleggen hoger pensioen, maar hoe meet je risicobereidheid?

Agnes Joseph

In Nederland beleggen we met pensioengeld. Met beleggen krijg je namelijk naar verwachting drie keer zoveel als het totaal aan betaalde pensioenpremies. Maar beleggen betekent ook het risico nemen op een lagere pensioenuitkering. Daarom speelt altijd de vraag: hoeveel risico is een pensioendeelnemer bereid te lopen in ruil voor een hoger verwacht pensioen? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. We hebben hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. De uitkomsten van het onderzoek waren verrassend.

Vragen moeten over pensioen gaan
We willen de risicobereidheid van pensioendeelnemers graag meten. Maar dat is verre van eenvoudig. Zo laat onderzoek zien dat de mate waarin we risico willen nemen afhankelijk is van de context. Dus als je houdt van parachutespringen, zegt dat niets over de vraag hoeveel risico je wilt lopen met je pensioen. Tot zover misschien weinig verrassend. Maar het blijkt ook dat hoeveel financieel risico je wilt nemen met bijvoorbeeld spaargeld ook nog niets zegt over hoeveel financieel risico je wilt nemen met je pensioengeld. Wil je de risicobereidheid voor pensioen meten, dan moet je daarom echt vragen stellen over pensioen.

Risico nemen? Dat nooit! Of bij nader inzien toch wel?
Wat het meten van risicobereidheid voor pensioen ook lastig maakt, is dat de manier van vragen stellen invloed heeft op de uitkomst. Stel dat je vraagt: ‘Wil je meer of minder risico nemen met je pensioen?’ Dan krijg je al snel het antwoord ‘Risico nemen?! Ik wil helemaal geen risico nemen.’ Stel dat je vervolgens pensioenuitkomsten voorspiegelt. ‘Als je niet spaart maar belegt, krijg je naar verwachting driemaal zoveel pensioen.’ Dan blijken veel mensen ineens wel bereid om te beleggen, ook als je laat zien dat daar risico tegenover staat. In deze wereld vol uitdagingen staan pensioenuitvoerders, werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers voor de verantwoordelijkheid een uitspraak te doen over de risicobereidheid van de deelnemers voor de pensioenregeling.

Beleggingsbalans: instrument om risicobereidheid te meten
Het uitvragen van risicobereidheid is dus een hele kunst. Binnen Achmea hebben we er de afgelopen jaren veel ervaring mee opgedaan. Samen met de Erasmus universiteit ontwikkelden we een nieuwe methodiek: de beleggingsbalans. Bij de beleggingsbalans krijgt een deelnemer mogelijke pensioenuitkeringen te zien. Niet alleen de verwachte pensioenuitkering, maar ook lagere pensioenuitkeringen als het economisch tegenzit en hogere pensioenuitkeringen als het economisch meezit. Met een interactieve schuif ziet de deelnemer de effecten van minder of meer beleggingsrisico nemen op de mogelijke pensioenuitkeringen. Op basis van de beleggingsbalans vragen we de deelnemer een voorkeur aan te geven voor mogelijke pensioenuitkomsten. De voorkeur geeft ons niet alleen de risicobereidheid van de deelnemer, maar ook direct een vertaalslag naar het best hierbij passende beleggingsbeleid.

Wat wil Nederland?
In samenwerking met onderzoeksbureau Motivaction deden we vervolgens een uitgebreid marktonderzoek met de beleggingsbalans. De doelgroep van dit onderzoek bestond uit Nederlanders die pensioen opbouwen via hun werkgever. Er is een steekproef van werknemers samengesteld die representatief is voor leeftijd, geslacht, opleiding en regio. In totaal deden bijna 1.000 werknemers aan het onderzoek mee en maakten keuzes met de beleggingsbalans. We keken hoeveel risico deze werknemers willen lopen voor pensioen. Of ze voorkeur hebben voor een bepaald type pensioenregeling. En of de gekozen risicobereidheid is af te leiden uit persoonskenmerken zoals leeftijd, inkomen, opleiding en bedrijfstak.

Premieovereenkomst interessanter dan gedacht?
De beleggingsbalans werkt voor alle soorten pensioenregelingen. Variërend van aan de ene kant verzekerde regelingen met volledige garantie. Vervolgd door uitkeringsovereenkomsten met hoge mate van garantie dankzij collectieve risicodeling tussen generaties. Tot premieovereenkomsten waarbij alle risico’s volledig bij het individu liggen. Wij hebben de keuze tussen de pensioenuitkomsten passend bij deze verschillende pensioenregelingen voorgelegd in ons onderzoek. Waarbij de ingelegde premie voor elke regeling hetzelfde was verondersteld. Hierbij koos 8% voor pensioenuitkomsten passend bij een pensioenregeling met garanties, 46% gaf voorkeur aan pensioenuitkomsten passend bij een uitkeringsovereenkomst, en 46% koos voor uitkomsten passend bij een premieovereenkomst. Dit is verrassend. Momenteel is de meerderheid van werknemers deelnemer in een uitkeringsovereenkomst (circa 83%). Zij zijn ook huiverig om over te stappen op een premieovereenkomst. Hieruit blijkt dat de mening over premieovereenkomsten in de toekomst wel eens drastisch kan veranderen als je de effecten ervan laat zien op verwachte pensioenuitkomsten.

Risicobereidheid nauwelijks te voorspellen op basis van persoonskenmerken
Een andere belangrijke vraag in ons onderzoek, was of je op basis van persoonskenmerken de risicobereidheid kan afleiden. Stel dat je op basis van leeftijd, geslacht of bedrijfstak al een aardige voorspelling van iemands risicobereidheid kan maken. Dan kan je zonder dat iemand zijn vragenlijst invult al een goed beeld hebben van zijn risicobereidheid en daar een goed passend beleggingsbeleid bij zoeken. In ons onderzoek zagen we bijvoorbeeld dat oudere deelnemers kozen voor meer zekerheid in de pensioenuitkomsten dan jongeren. Laagopgeleiden kozen voor meer zekerheid dan hoogopgeleiden. Alhoewel interessant verklaarden de verschillen in persoonskenmerken slechts 9% van de uiteindelijke verschillen in gekozen risicobereidheid. Niet voldoende dus om echt een goede uitspraak te kunnen doen over risicobereidheid op basis van persoonskenmerken alleen. Deze conclusies zijn ook in lijn met ander wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Risicobereidheid zal je moeten meten.

Meten levert verrassende uitkomsten op
Risicobereidheid vaststellen in het kader van pensioenvraagstukken is niet eenvoudig. Risicobereidheid in een andere context dan pensioen zegt nog niets over risicobereidheid voor pensioen. En we kunnen ook op basis van persoonskenmerken niet voorspellen wat iemands risicobereidheid is. Het komt er dus eigenlijk op neer dat je risicobereidheid moet meten. Binnen Achmea ontwikkelden we hiervoor de beleggingsbalans. Hiermee kan binnen een pensioenregeling gekeken worden hoe je het beste voor de pensioendeelnemers kan beleggen. We kunnen zelfs meerdere soorten regelingen naast elkaar leggen. De uitkomsten kunnen verrassen. Zo is, bij een gelijke premie-inleg, de verwachte pensioenuitkomst van een premieovereenkomst voor veel mensen misschien toch aantrekkelijker dan de verwachte pensioenuitkomst van een uitkeringsovereenkomst.

Auteur: Agnes Joseph

Herpublicatie