Op korte termijn geen ‘Big Bang’, wel veel veranderingen

zakenmannen komen trap af

Het kabinet presenteerde een tienpuntenplan om het pensioenstelsel te vernieuwen. Eind 2018 mislukten onderhandelingen over een meer sociaal pensioencontract. Nu schuift Koolmees terug naar een meer financieel contract. Dat is in lijn met het regeerakkoord. Maar er zijn ook nieuwe elementen. Zoals de inzet op communicatie over persoonlijke pensioenvermogens en op leeftijdsafhankelijk beleggen. De grote vraag is nu natuurlijk, trekt dit de discussie vlot?

Pensioendiscussie: een financieel én een sociaal probleem
Het pensioenstelsel staat al lange tijd onder druk. Maar hervormen blijkt niet eenvoudig. Er zijn namelijk twee problemen. Er is een financieel probleem: er is een tekort. En er is een sociaal herverdelingsprobleem: iedere aanpassing van pensioenregels leidt tot een verschuiving van pensioengelden tussen generaties. Het sociale herverdelingsprobleem leidt tot generatiediscussies. Dat zet de toekomstbestendigheid van het huidige aanvullend pensioenstelsel onder druk. Want zonder draagvlak onder alle belanghebbenden valt het collectieve stelsel uiteen.

Koolmees schuift nu meer richting financieel contract
In de pensioendiscussie zien we op het ene moment voorstellen voor een meer sociaal contract. Met één collectieve pensioenpot en een hoge mate van solidariteit. Bijvoorbeeld in het mislukte pensioenakkoord van eind 2018. Het volgende moment overheersen de voorstellen voor een meer financieel contract. Daarin wordt solidariteit zodanig beperkt dat je vooraf niet weet wie er voordeel of nadeel heeft. Voorbeeld hiervan zijn de laatste pensioenplannen van Koolmees. Daarin zijn individuele pensioenpotjes en leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid de belangrijkste uitgangspunten.

Mogelijkheden van collectief beleggingsbeleid onderschat
De nieuwste plannen van het kabinet schrijven voor dat één wettelijke collectieve beleggingsmix plaats maakt voor leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid. Het kabinet realiseert zich misschien niet dat binnen de huidige collectieve contracten het beleggingsrisico en rendement ook al varieert per leeftijd. Door de spreiding van kortingen en indexaties over de tijd is het nu al zo dat risico’s meer bij jongeren liggen dan bij ouderen. Dat is in lijn met het door het kabinet gewenste ‘lifecyclepatroon’. Pensioenbeleggen is dus veel minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Ons voorstel is dan ook om een goede invulling van het beleggingsbeleid, collectief dan wel individueel, aan pensioenfondsen zelf over te laten.

Is het niet te vroeg om persoonlijk pensioenvermogen te communiceren?
Ook opmerkelijk is de aanbeveling om te communiceren over persoonlijke pensioenvermogens. Voor de zomer volgt daarover meer informatie. Het is de vraag of het communiceren over persoonlijk pensioenvermogen op korte termijn een handige zet is. De Uniforme Rekenmethodiek is net ingevoerd. Op basis daarvan krijgen deelnemers hun verwachte pensioen ook in goed- en slechtweerscenario’s te zien. Kunnen we niet eerst afwachten wat dat brengt? Er staan immers grote veranderingen in de pensioencontracten in de planning. Stel dat een pensioenfonds nu gaat communiceren over een persoonlijk pensioenvermogen. Vervolgens wil het pensioenfonds de huidige aanspraken invaren in een nieuw contract. Vanwege evenwichtige belangenafweging komt het fonds dan misschien uit op een ander persoonlijk pensioenvermogen. Hoe gaan het fonds dat dan weer uitleggen?

Geen snelle ‘Big Bang’, wel op korte termijn nieuwe parameters en lumpsum
De brief van Koolmees gaat ook in op het mogelijk maken van een aantal andere concrete zaken. Zoals een lumpsum van maximaal 10% van de pensioenaanspraken. Het creëren van meer mogelijkheden voor zelfstandigen om pensioen op te bouwen. Het onderzoeken van wenselijke dekking van nabestaandenpensioen. En de koppeling tussen levensverwachting en pensioenleeftijd. Dit soort elementen kunnen ook zonder een afgeronde discussie over het pensioencontract uitgewerkt worden. Ook de Commissie Parameters is aan de slag gegaan. Die komt in april met een advies. Dat advies heeft invloed op onder andere herstelplannen, premies, indexaties en de haalbaarheidstoets. Dus zelfs als er geen grote Big Bang voor het stelsel komt, veranderen dit soort ‘kleinere aanpassingen’ het pensioenlandschap de komende tijd zeker wel.

Voorbereiden? Vereenvoudig de regeling en oriënteer op degressieve opbouw
Pensioenfondsen kunnen zich nu al voorbereiden op toekomstige veranderingen. Al is de vormgeving van een nieuw contract nog erg onzeker, in alle plannen zien we terug dat doorsneesystematiek verdwijnt. Tegenover de premie staat in de toekomst een actuarieel ‘faire’ pensioenopbouw die daalt met de leeftijd. Het lijkt bijna niet meer de vraag of deze verandering komt, maar meer wanneer die komt. Met de bevestiging hiervan in de brief van Koolmees is het goed om u hierop te oriënteren. En iets dichter bij huis is het altijd goed om te kijken of de pensioenregeling misschien eenvoudiger kan. Want een eenvoudiger contract maakt het fonds wendbaarder bij het inspelen op veranderingen. Welk politiek of economisch scenario zich ook voltrekt.

 

Agnes Joseph, actuaris
Lieke Haijemaije, beleidsadviseur
.