In Nederland geen PEPP, maar wel na pensioenvernieuwing?

opa en kleinkind

Europese burgers kunnen straks voor hun pensioen sparen met een individueel, vrijwillig pensioenproduct: PEPP. In Nederland heeft PEPP weinig gevolgen. Pensioenfondsen en PPI’s mogen geen PEPP aanbieden. De Tweede Kamer vreest gevolgen voor de tweede pijler. En ondertussen gaat de discussie over pensioenuitvoering door. Het kabinet wil bij de vernieuwing van het stelsel namelijk zelfstandigen toelaten tot pensioenfondsen. Hoe verhoudt zich dat tot het 'nee' tegen de PEPP?

De Europese Commissie wil met PEPP de pensioenopbouw voor consumenten gemakkelijker maken.

Zorgen in Europa over te weinig pensioenopbouw
De Europese Commissie maakt zich er zorgen over dat slechts 27% van de Europeanen tussen 25 en 59 jaar pensioen opbouwt. De almaar doorgaande vergrijzing maakt zelf je pensioenvoorziening regelen, van groot belang. De Commissie wil pensioen in de derde pijler in Europa stimuleren. Daarom kwam de Commissie met een voorstel voor een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP). Dat zou moeten leiden tot meer concurrerende producten op de persoonlijke pensioenmarkt. De consument krijgt dus meer keuze bij het sparen voor het pensioen. De lidstaten en het Europees Parlement gingen op 13 februari akkoord met het voorstel van de Commissie. PEPP gaat er dus komen.

Nederland ziet beperkte meerwaarde...
Het kabinet is van mening dat de PEPP-verordening een beperkte meerwaarde heeft voor Nederland. Dat komt omdat PEPP alleen aangeboden mag worden door instellingen die derde pijler pensioenproducten mogen aanbieden. In Nederland zijn dat banken en verzekeraars.

… er is geen inbreuk op taakafbakening...
Het kabinet stuurde er bewust op aan dat pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen (PPI’s) geen PEPP mogen aanbieden. In het oorspronkelijke PEPP-voorstel mochten ze dat wel. Dat zou de Nederlandse afspraken over de taakafbakening tussen verzekeraars en pensioenfondsen doorkruisen. Hiermee behaalde Nederland een groot deel van zijn onderhandelingsinzet. De verplichtstelling in de tweede pijler en de fiscale autonomie van lidstaten blijven onaangetast. Nederland is wel kritisch over de rol van de Europese toezichthouder EIOPA bij het toezicht op PEPP. En over de bevoegdheden van de Europese Commissie om uitvoeringsregels op te stellen.

… maar stemde toch tegen
Nederland had dus eigenlijk geen goede reden om tegen het PEPP-voorstel te stemmen. Een voorstel dat voor pensioenopbouw kan zorgen in al die lidstaten zonder adequate pensioenvoorziening. Toch stemde Nederland tegen. De Tweede Kamer had namelijk in een motie gevraagd om tegen te stemmen. De reden: “omdat de mogelijkheid bestaat dat er regels worden opgesteld die het Nederlands pensioenstelsel raken”. Die vrees is echter ongegrond. Want de regels die de Europese Commissie mag opstellen, gaan over PEPP. Die hebben dus geen invloed op het tweedepijlerstelsel. Dat liet minister Hoekstra de Tweede Kamer nog weten. Toch nam de Kamer de motie aan.

PEPP is ook een kans...
Nederland kiest voor een defensieve insteek. PEPP mag geen gevolgen hebben voor ons pensioenstelsel. Nederland heeft echter geen oog voor de mogelijke voordelen van PEPP. Wat zijn die voordelen dan? In Nederland zou PEPP het pensioenaanbod vergroten. Dat is van belang voor werknemers zonder pensioen. Het gaat nog steeds om 13% van de werknemers ofwel om 856.000 mensen. En PEPP is ook van belang voor de steeds groter wordende groep zelfstandigen zonder pensioen.

Mogelijk lagere kosten
Buitenlandse PEPP-aanbieders kunnen ook in Nederland actief worden. Wellicht komen die met pensioenproducten tegen lagere kosten dan wij in Nederland gemiddeld bij een derde pijler product zien. Dit kan een extra impuls geven aan de Nederlandse pensioenmarkt tot concurrentie op kosten en kwaliteit. Ook pensioenfondsen en PPI’s zullen dit merken en extra kritisch kijken naar kosten van uitvoering en vermogensbeheer in relatie tot de kwaliteit van het pensioenproduct. Toegenomen concurrentie kan op die manier bijdragen aan een nog sterkere trend naar kostenbeheersing en transparantie.

Vernieuwing naar arbeidsvormneutraal kader?
Het kabinet houdt bij PEPP strikt vast aan de grenzen tussen tweede en derde pijler. Maar de grenzen tussen beide pijlers gaan vervagen. Het kabinet wil namelijk naar een fiscale begrenzing op de premie in plaats van de opbouw. Hierbij verdwijnen zoveel mogelijk de verschillen tussen de tweede en derde pijler. In de tweede pijler geldt alleen bij DC een maximale premie die aftrekbaar is; de aftrek is hoger naar mate de werknemer ouder is. In de derde pijler geldt voor alle regelingen een vast percentage van de pensioengrondslag dat je mag aftrekken (2018: 13,3%); dit percentage is voor alle leeftijden hetzelfde. Daardoor zet het kabinet een stap richting een arbeidsvormneutraal pensioenkader. Aldus minister Koolmees in zijn brief van 1 februari over de toekomst van het pensioenstelsel. Verschillen in pensioenproducten voor werknemers en zelfstandigen worden dus minder.

Vernieuwing in uitvoering?
Verder mogen pensioenfondsen straks wellicht ook pensioenregelingen voor zelfstandigen uitvoeren. Dus niet alleen meer voor werknemers. Minister Koolmees schreef namelijk in zijn brief van 1 februari dat hij gaat onderzoeken hoe zelfstandigen vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds. Ook als zij niet eerder deelnemer waren. Ook beziet hij in hoeverre een algemeen pensioenfonds (APF) of een PPI een goede mogelijkheid is. Een APF zou dus een collectiviteitkring kunnen instellen voor zelfstandigen. In dat geval lijkt het onafwendbaar dat een APF ook een PEPP mag aanbieden.

Die toekomst zou wel eens vlugger kunnen aanbreken dan we denken.

Auteur: Leo Blom, juridisch beleidsadviseur