8 opties voor zelfstandigen zonder pensioen

Persbericht Alliance kiest voor Achmea Pensioenservices

Sinds het begin van deze eeuw is er een spectaculaire toename van het aantal zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Het overgrote deel van hen is zzp’er: zelfstandige zonder pensioen. Dat is een maatschappelijk probleem. Het kabinet vindt het wenselijk dat meer zelfstandigen pensioen opbouwen en wil ze daarom toegang geven tot pensioenfondsen. Wij zien 8 opties om zelfstandigen aan pensioen te helpen. Maar eerst schetsen we het probleem.

Het probleem: tweedeling op kosten én baten
Er zijn steeds meer zzp’ers, in publicaties ook wel zelfstandigen zonder pensioen genoemd. Zelfstandigen hebben weinig aandacht voor het opbouwen van pensioen. Dat geeft risico’s op onvoldoende inkomen na pensionering voor zelfstandigen en op onvoldoende inkomen voor hun nabestaanden na hun overlijden. De tweedeling tussen werknemers met pensioen en zelfstandigen zonder pensioen geeft bovendien oneerlijke concurrentie op pensioenpremie. Zelfstandigen zonder pensioen zijn goedkoper dan werknemers met pensioen. Een deel van de zelfstandigen bouwt wel zelf vermogen op. In hun onderneming of door het aflossen van de hypotheek. Dit geeft een diffuus beeld. Het kabinet wil dan ook geen verplichte pensioenopbouw. Wel wil het kabinet het voor zelfstandigen makkelijker en aantrekkelijker maken om pensioen op te bouwen. Dat zegt minister Koolmees in zijn brief van 1 februari over de vernieuwing van het pensioenstelsel.

Wij zien 8 opties om zelfstandigen zonder pensioen aan pensioen te helpen.

1. Wettelijke wijziging: toegang tot 2e pijler
Het kabinet onderzoekt hoe zelfstandigen vrijwillig toegang kunnen krijgen tot pensioenfondsen. Ook als zij niet eerder deelnemer waren in het pensioenfonds in de sector of het bedrijf waar ze nu werkzaam zijn. Het kabinet bekijkt ook de mogelijkheid van een algemeen pensioenfonds (APF) of van een premiepensioeninstelling (PPI). In de tweede pijler worden echter de pensioenregelingen afgesproken in arbeidsrelaties. Het pensioen van werknemers wordt ondergebracht bij pensioenfondsen en PPI’s. En voor beroepsbeoefenaren bij beroepspensioenfondsen. De wet moet dus worden gewijzigd om zelfstandigen toegang te geven tot pensioenfondsen en PPI’s, want bij zelfstandigen is er geen arbeidsrelatie. Dit is wel al mogelijk op grond van de Europese pensioenrichtlijn (IORP II).

2. Passend pensioenaanbod
Het kabinet roept sociale partners en vertegenwoordigers van zelfstandigen op om samen te onderzoeken of en hoe een aantrekkelijk en makkelijk pensioen voor zelfstandigen te maken is. Het gaat om pensioenopbouw bij bedrijfstakpensioenfondsen én bij ondernemingspensioenfondsen. Bij beroepspensioenfondsen vallen alle zelfstandige beroepsgenoten al onder de regeling. Daar is de hiervoor genoemde wetswijziging dus niet nodig.

Makkelijk en aantrekkelijk
Het kabinet noemt 3 manieren om pensioenopbouw voor zelfstandigen makkelijker en aantrekkelijker te maken.

3. Toegang tot pensioenfondsen
Ten eerste makkelijker door in de wet de optie automatische deelname op te nemen met de keuze om niet mee te doen. De standaard is dus meedoen als de zelfstandige werkt binnen de werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds of een ondernemingspensioenfonds. Bedrijfstakpensioenfondsen werken voor een bepaalde sector en ondernemingspensioenfondsen voor een onderneming. Sociale partners moeten uiteraard wel bereid zijn hun pensioenfonds voor zelfstandigen open te stellen. En het pensioenfonds moet deze opdracht kunnen en willen aanvaarden.

4. Inleg naar draagkracht
Ten tweede aantrekkelijker door de optie van variabele inleg. De zelfstandige kan kiezen om bijvoorbeeld de helft of een kwart van de premie te betalen. De volledige premie opbrengen is immers vaak een brug te ver. Er is namelijk geen werkgever die een (groot) deel van de premie voor zijn rekening neemt. Inleg naar draagkracht maakt de drempel om mee te doen voor een zelfstandige een stuk lager. De andere kant van de medaille is uiteraard dat als je minder premie betaalt je ook minder pensioen opbouwt.

5. Verplichtstelling uitbreiden
Ten derde makkelijker door de optie om een verplichtstelling uit te breiden. Er zijn enkele verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen waar ook zelfstandigen onder de verplichtstelling vallen. Is het wenselijk zelfstandigen verplicht aan te sluiten? Een verplichtstelling uitbreiden met zelfstandigen kan echter alleen als daar draagvlak voor is bij deze groep zelfstandigen. In veel sectoren willen zelfstandigen de keuze houden om niet mee te doen.

6. Toegang tot APF en PPI
Nieuw is dat zelfstandigen, die werken buiten de werkingssfeer van een pensioenfonds, kunnen kiezen voor een algemeen pensioenfonds (APF) of PPI. Het APF kan voor zelfstandigen een afzonderlijke collectiviteitkring inrichten. Zelfstandigen kunnen kiezen voor een PPI als ze een premieregeling willen. APF’en en PPI’s kunnen zich richten op zelfstandigen uit verschillende sectoren of ondernemingen. Ook hier geldt dat het APF of de PPI zich wel moet openstellen voor zelfstandigen.

7. Automatisch in restfonds
En waar wordt het pensioen ondergebracht van zelfstandigen die niet werken binnen de werkingssfeer van een pensioenfonds én niet kiezen voor een APF of PPI? Wettelijk zou bepaald kunnen worden dat dan de pensioenregeling ondergebracht wordt bij een restfonds. Deze zelfstandigen doen automatisch mee, maar zij kunnen kiezen om ervan af te zien. Het restfonds kan een onafhankelijke overheidsinstelling zijn.

8. Ook PEPP openzetten
Zelfstandigen kunnen ook gebruik maken van voorzieningen in de 3e pijler, zoals een PEPP, een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct. Dat is onlangs in Europa besloten. De verschillen tussen de tweede en derde pijler zullen gaan vervagen. Zeker als gekozen wordt voor een gelijk pensioenkader voor werknemers en zelfstandigen. Als een APF het pensioen voor zelfstandigen mag uitvoeren, ligt het voor de hand dat een APF ook een PEPP mag aanbieden.

Zelfstandigen en pensioen: toegang, flexibiliteit en lichte dwang
Het kabinet wil dat meer zelfstandigen pensioen opbouwen. En wel in de 2e pijler. Aan de ene kant door flexibiliteit. Namelijk door het bieden van de mogelijkheid om naar draagkracht pensioen op te bouwen. Of te kiezen voor automatische deelname met de keuze om niet mee te doen. Het kabinet wil maatwerk van sociale partners voor zelfstandigen. Het kabinet wil aan de andere kant dat sociale partners in bedrijfstakken bij voldoende draagvlak een verplichtstelling regelen. Voor de invulling van dit alles wil het kabinet de wet wijzigen. Het is een fundamentele wijziging om zelfstandigen toegang tot de 2e pijler te geven. Grote vraag is of partners bereid zijn om hun pensioenfonds voor zelfstandigen open te stellen. Dan zou het kabinet ook nog eens kunnen heroverwegen of het afsnijden van de mogelijkheden van een PEPP in de 2e pijler in dit licht wel zo logisch is.

Maatwerk en evenwichtigheid?
Is maatwerk voor zelfstandigen een haalbare kaart voor uw pensioenfonds? En hoe verhoudt zich dat tot de pensioenregeling voor de overige deelnemers? Mail uw inzicht naar Leo Blom.

Leo Blom, juridisch beleidsadviseur