Is een eenmalig bedrag in het belang van de deelnemer?

stapeltje euromunten

Mensen krijgen meer keuze bij de besteding van hun pensioen. Elke deelnemer kan er straks voor kiezen om een deel van zijn pensioen in één keer op te nemen op de pensioendatum. Dat lijkt aantrekkelijk. Maar het heeft ook risico’s. Hoe worden deelnemers daartegen beschermd? En hoe gaan pensioenfondsen hun deelnemers helpen om een goede keuze te maken? En wat betekent dit voor de financiële positie van de fondsen? We praten u bij over de stand van zaken.

Extra keuze bij pensionering
In het pensioenakkoord is afgesproken dat mensen bij pensionering een bedrag ineens kunnen opnemen. Het gaat om maximaal 10% van de waarde van het ouderdomspensioen. De SER adviseerde om dit in alle pensioencontracten mogelijk te maken. Het kabinet gaat dit regelen in een aparte wet. Dat blijkt uit een brief van minister Koolmees over de mogelijke uitwerking. Om deelnemers te beschermen tegen te grote risico’s, worden 3 voorwaarden gesteld.

Voorwaarde 1: Maximaal 10%
Het kunnen opnemen van een relatief groot bedrag kan ertoe leiden dat deelnemers een te laag pensioen overhouden. Vandaar dat maximum van 10%. Hiermee wordt een balans gezocht tussen twee wensen. Namelijk de wens om na pensionering de levensstandaard zoveel mogelijk te kunnen voortzetten en de wens om keuzevrijheid bij de besteding van het pensioen te bieden.

Voorwaarde 2: Alleen bij pensionering
Het opnemen van een bedrag ineens wordt niet toegestaan tijdens de opbouwfase. Daardoor komt de solidariteit binnen een pensioenfonds zo min mogelijk onder druk te staan. Selectie-effecten worden zo beperkt. Anders zouden deelnemers met een korte levensverwachting zo snel mogelijk een bedrag ineens opnemen. Dat mag dus alleen bij pensionering. Het gaat hier eerder om bescherming van het fonds dan van deelnemers. Wij vinden het opmerkelijk dat minister Koolmees gaat onderzoeken of het mogelijk is een deel van de premie in te zetten voor het aflossen van de hypotheek. Geldt die bescherming van het fonds dan niet meer?

Voorwaarde 3: Niet onder de afkoopgrens
Het opnemen van een bedrag ineens mag er niet toe leiden dat het resterende pensioen onder de afkoopgrens komt. En door afkoop zijn pensioenbestemming verliest. Van groter belang vinden wij dat de deelnemer goed afweegt of hij met een lager pensioen zijn levensstandaard kan voortzetten.

Zorgplicht pensioenfonds
Het maken van een goede keuze is voor deelnemers niet eenvoudig. Pensioenuitvoerders moeten deelnemers correct, duidelijk en evenwichtig informeren over de keuzes die ze kunnen maken. De informatie moet inzicht geven in de hoogte van het bedrag ineens. En in de hoogte van het levenslange pensioen na opname van het bedrag ineens én zonder opname van een bedrag ineens. De deelnemer moet begrijpen dat zijn pensioen daarna een stuk lager is. Evenwichtig informeren betekent informeren over voordelen en nadelen voor deelnemers.

Voordelen voor deelnemers
Het opnemen van een bedrag ineens geeft deelnemers meer flexibiliteit bij het besteden van hun pensioen. In andere landen is de ervaring dat de meeste mensen daarmee schulden aflossen, een huis kopen of verbouwen, een auto kopen of op vakantie gaan. In Nederland kan dit mensen met een aflossingsvrije hypotheek helpen om hun hypotheekschuld te verlagen. Deze extra keuze sluit ook goed aan bij het uitgavenpatroon van pensioengerechtigden. In de eerste jaren na pensionering hebben zij vaak hogere uitgaven. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau.  

Nadelen voor deelnemers
Het opnemen van een bedrag ineens betekent uiteraard dat het pensioen lager wordt. Het opnemen van het bedrag kan ook gevolgen hebben voor eventuele inkomensafhankelijke regelingen en toeslagen. Het inkomen wordt in het jaar van opname immers hoger. Pensioenuitvoerders moeten in hun informatie dan ook wijzen op dit mogelijke gevolg. Dit speelt nu ook al bij de gevolgen van afkoop van een klein pensioen.

Specifiek voor lagere inkomens
Het opnemen van een bedrag ineens betekent dat het pensioen gedeeltelijk wordt afgekocht. Het bedrag wordt in de heffing betrokken. Gebeurt dit vóór de AOW-leeftijd, dan is nog AOW-premie verschuldigd (17,9% over het inkomen tot en met € 34.300). Gebeurt dit ná de AOW-leeftijd, dan is geen AOW-premie meer verschuldigd. Dit is dus vooral een nadeel voor de deelnemers met een klein pensioen die dat eerder laten ingaan dan de AOW. Het is een keuze tussen eerder minder of later meer consumeren. Dit heffingsnadeel kan een belemmering zijn voor deze keuze. Wat ons betreft zou een lager belastingtarief voor het eenmalig bedrag soelaas kunnen bieden.

Wat doen met negatieve gevolgen voor het fonds?
Koolmees denkt aan een wettelijk keuzerecht om bij pensionering een eenmalig bedrag op te nemen. Dit gaat bij pensioenfondsen met een dekkingstekort echter ten koste van de pensioenen van de overige deelnemers. De minister gaat bekijken of het nodig is om wettelijke regels te maken om pensioenfondsen hiertegen te beschermen. Wij verwachten dat de negatieve invloed beperkt zal zijn. Zeker in de toekomst. In het nieuwe pensioencontract worden schokken immers jaarlijks verwerkt in de aanspraken.

En met positieve gevolgen voor het fonds?
De minister gaat ook kijken naar de gevolgen voor fondsen met een dekkingsoverschot. Wij zien daar geen aanleiding toe. Zoals bij iedere afkoop valt een eventueel overschot vrij aan het fonds. Dat komt ten goede aan alle deelnemers van het fonds. Dus ook aan degenen die een eenmalig bedrag opnemen.

Genoeg tijd voor invoering
Minister Koolmees en de sociale partners gaan het voorstel verder uitwerken. De minister streeft ernaar om het wetsvoorstel om de eenmalige uitkering te regelen, medio 2020 naar de Tweede Kamer te sturen. Volgens eerdere berichten vindt er nog een internetconsultatie over het wetsvoorstel plaats. We kunnen dan op de uitwerking reageren vóór het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaat. Van belang is dat pensioenuitvoerders voldoende tijd krijgen voor de implementatie. Afhankelijk van hoe snel het wetsvoorstel behandeld wordt, zou deze extra keuze op 1 juli 2021 of 1 januari 2022 kunnen ingaan. In het laatste geval valt dit samen met de start van de implementatie van de hervorming van het pensioenstelsel.