Drie voordelen van meedoen aan een pensioenregeling

3 personen overleg laptop

Eén van de kernelementen van ons pensioen is dat we het risico delen dat de ene persoon lang leeft en de andere persoon kort. Dat heet het microlanglevenrisico. Maar hoeveel levert het delen van microlanglevenrisico eigenlijk op? En is dit voldoende om mee te willen doen aan een pensioenregeling? Of kan je beter zelf voor pensioen sparen? We onderzochten het en zien drie voordelen van meedoen aan een pensioenregeling, namelijk: je hoeft minder te sparen, je hebt een relatief stabiel inkomen gedurende je hele leven en het geld raakt niet op als jij degene bent die erg oud wordt.

De oorsprong van pensioen: te oud om te werken
In de tweede helft van de 19e eeuw was er een steeds groter wordende groep mensen die op hogere leeftijd niet meer kon werken. Bedrijven wilden hen voorzien van een inkomen na het werkzame leven. Ze stelden de bedrijfspensioenen in om het ‘risico’ dat iemand erg oud wordt (het microlanglevenrisico) te beheersen. Door de flexibele arbeidsmarkt zijn er momenteel steeds meer mensen waarvoor pensioen niet via de werkgever geregeld is. Levert de negentiende-eeuwse strategie om het microlanglevenrisico te delen ook nu nog voldoende voordeel op? We deden onderzoek.

De theorie: wegstrepen van risico’s
Het microlanglevenrisico is binnen pensioen eenvoudig te verlagen door het risico van een groot aantal mensen te bundelen. Het risico op langleven van de één streept namelijk weg tegen het risico op kortleven van de ander. Op deze manier zijn pensioencontracten in staat om adequate levenslange pensioenuitkeringen te bieden. Ook voor deelnemers die veel langer leven dan gemiddeld.

Twee uitersten vergeleken: zelf sparen of pensioenregeling met oneindig veel deelnemers
In het onderzoek maken we met een economisch model een inschatting van de meerwaarde van het delen van microlanglevenrisico. Daarbij bekijken we alleen de sterfteonzekerheid. De economische onzekerheid laten we buiten beschouwing. We vergelijken 2 situaties. Ten eerste de situatie waarin een individu volledig zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen pensioen. Ten tweede de situatie dat de deelnemer in een pensioenfonds met een oneindig aantal deelnemers zit. In de tweede situatie heeft het individu een levenslange volledig gegarandeerde uitkering (annuïteit).

Doe je het alleen, dan moet je van steeds minder leven
Hoe werkt het in de eerste situatie, dus als iemand zelf spaart voor zijn eigen pensioen? Hij heeft dan geen levenslange uitkering. De optimale consumptiestroom is dan de gouden lijn in figuur 1.

grafiek 2

Zodra iemand begint met werken, consumeert hij niet zijn hele inkomen (gelijk aan 1 gedurende zijn werkzame periode) maar spaart rond de 23% van zijn inkomen per jaar voor pensioen dat ingaat op zijn 67ste. De consumptie loopt steeds verder af naarmate hij ouder wordt. De reden hiervoor is dat hij niet precies weet wanneer hij zal overlijden, maar de overlijdenskansen wel toenemen naarmate hij ouder wordt. Op jonge leeftijd weinig consumeren en veel sparen voor later is niet optimaal. Het individu loopt dan het risico te overlijden voordat hij toekomt aan consumeren. We zien daardoor dat de ‘rationele’ consument die zelf zijn pensioen regelt steeds minder consumeert naarmate hij ouder wordt. Rond leeftijd 95 is de pensioenpot bijna leeg.

Doe je het samen, dan valt het langlevenrisico weg
Het andere uiterste is dat iemand meedoet in een pensioenfonds met een oneindig aantal deelnemers die het microlanglevenrisico delen. Daardoor valt dit risico weg. De deelnemer kan een vaste uitkeringsstroom aankopen op pensioendatum (annuïteit). Dit levert het consumptiepatroon op zoals de blauwe lijn in figuur 1. Een vrij vlakke lijn.

Dat betekent minder sparen en meer consumeren
Je ziet dat iemand die meedoet aan een pensioenfonds meer kan consumeren. Dat begint al in de spaarfase voor pensioen. Zonder gegarandeerde levenslange uitkering spaart iemand namelijk inefficiënt veel. Voor ieder individu bestaat namelijk het risico dat hij/zij erg oud wordt. Hiervoor moet veel geld opzij gezet worden. Het gespaarde kapitaal van de overledenen komt niet ten goede aan de overlevenden zoals dat bij annuïteiten wel het geval is.

Gedurende je hele leven ruim 4% meer welvaart
De toename in welvaart door het delen van microlanglevenrisico is 4,3%. Vrij vertaald is je consumptie dankzij het delen van microlanglevenrisico meer dan 4% hoger gedurende je leven. Dus ook als je nog niet met pensioen bent.

3 nadelen van zelf sparen
In Nederland is geregeld dat pensioenregelingen in ieder geval het microlanglevenrisico afdekken. Zo bescherm je deelnemers tegen het ‘overleven van hun pensioenkapitaal’. In de praktijk betekent het dat bij pensioen een levenslange uitkering hoort. Als je niet meedoet aan een pensioenregeling moet je zelf het microlanglevenrisico managen. Een rationele consument zal

  1. gemiddeld te veel sparen
  2. een snel dalende uitkering hebben naarmate hij ouder wordt.
  3. rond de leeftijd van 95 de pot bijna leeg hebben gemaakt.

Dat alles samen levert op dat er een welvaartsvoordeel is van ruim 4% door mee te doen aan een pensioenregeling. Toch maar een pensioenregeling in plaats van zelf sparen?

Dit onderzoek is ook gepubliceerd in PBM. Lees hier dit artikel.

Agnes Joseph, actuaris