3 dilemma’s door lage rente, pensioenakkoord en strengere parameters

APS werkcollege

De rente is flink gedaald. De financiële positie van pensioenfondsen verslechterde hierdoor. Vanaf 2020 gelden bovendien nieuwe strengere parameters. En vanaf 2021 volgt een nieuwe UFR en een nieuwe rentebenchmark. Tegelijk wordt met het pensioenakkoord gewerkt aan nieuwe spelregels. Pensioenfondsbesturen staan in deze roerige tijd voor heel wat dilemma’s. Het beleid moet immers evenwichtig zijn. Wij lichten 3 dilemma’s toe.

1. Dreigende kortingen…
Bij veel fondsen dreigt een korting voor de deelnemers. Deze dreiging is acuut geworden door de dalende rente. Maar ook doordat fondsen in de herstelplannen met lagere maximaal verwachte rendementen moeten rekenen. Dat verlaagt de kans op herstel. Een korting treft in principe alle deelnemers in het pensioenfonds. Dus van jong tot oud, van actief tot gepensioneerd. Huidige spelregels staan toe dat het fonds kortingen uitsmeert en premies dempt in de tijd. Maar hoe beïnvloedt dat het herstel? Herstellen fondsen voldoende? Dragen alle deelnemers bij aan herstel? En hoe voorkom je dat tekorten verder toenemen? Wat is evenwichtig? En, als wel gekort moet gaan worden, wat is dan evenwichtig tussen groepen deelnemers? Wel of niet uitsmeren van kortingen met complexe uitvoeringsaspecten.

…maar ook een ingrijpende verandering
En dan is er ook het langere termijn perspectief. Het is lastig om bestaande afspraken te volgen, als we een ingrijpende verandering tegemoet zien. Tegelijkertijd maakt de onzekerheid rondom het pensioenakkoord dat de vraag op tafel komt: Kunnen we wel zolang wachten? En moeten we niet nu al (gaan) bewegen? Den Haag debatteert over verzachtende maatregelen om ‘onnodige’ kortingen te voorkomen. Minister Koolmees zegde toe dat hij uiterlijk20 november de Kamer hierover informeert.

2. Een jaartje doorgaan versus houdbaarheid op langere termijn
Bij veel fondsen is de premiedekkingsgraad lager dan 100%. Dat betekent dat ze nieuwe pensioenaanspraken met verlies inkopen. De ingelegde premie vertraagt dus het herstel van de financiële positie. Een eventuele hogere premie of een lagere opbouw verlaagt de (kans op) korting. Maar voor veel fondsen liggen de afspraken over de premiestelling voor 5 jaar vast. En de nieuwe parameters gelden voor afspraken gemaakt in 2020.

Voldoende reden om discussie te starten
Wettelijk bezien hoeven de bestaande afspraken daarom niet aangepast te worden. Niets veranderen is de eenvoudige oplossing. Maar is het nog steeds evenwichtig? Past het bij de toentertijd gemaakte afspraken? Iedere pensioenfondsbestuurder voelt dat ergens een ondergrens is aan de premiedekkingsgraad. Waar die grens precies ligt, is een discussie op zich. Maar de huidige omstandigheden zijn voldoende reden om de discussie op z’n minst te starten. En wellicht ook afspraken aan te passen.

3. Een hogere premie versus een lagere opbouw
Er zijn manieren om de premiedekkingsgraad te verhogen. Eén mogelijkheid is om de premie te verhogen. Werkgever en/of werknemer gaan dan meer betalen. Sociale partners beslissen hierover. Het is een belangrijk element in de gesprekken tussen sociale partners over de cao-afspraken. Of in de beroepspensioenvereniging. Maar soms is afgesproken dat de pensioenpremie niet verder stijgt. Dan staat een andere optie open, namelijk de pensioenopbouw versoberen. Dat kan bijvoorbeeld door het opbouwpercentage te verlagen. Een nadeel van een verlaging van het opbouwpercentage is dat alle lasten bij de werknemer terecht komen. Namelijk in de vorm van een lagere pensioenopbouw. Voordeel van beide maatregelen is dat het fonds de premiedekkingsgraad er flink mee kan opschroeven. En dat ze dus tot een acceptabele evenwichtigere premiedekkingsgraad leiden. Een combinatie van beide maatregelen kan natuurlijk ook.

Omstandigheden van fonds en omgeving bepalen wat evenwichtig is
Het zijn 3 voorbeelden van dilemma’s die op de bestuurstafel van het pensioenfonds liggen. Een goede afstemming met de sociale partners / beroepspensioenvereniging is voor al deze thema’s van groot belang. Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Evenwichtigheid is een afweging die voor elk pensioenfonds anders uitwerkt. Het hangt af van de precieze omstandigheden van het fonds en de financiële mogelijkheden bij sociale partners en beroepsverenigingen welke keuze het beste past.

Door Bob Dongelmans AAG, Adviseur Actuarieel Advies & ALM