Analyse van 4 elementen uit ambitiecontract pensioenakkoord

vrouw donker whiteboard presentatie

In het pensioenakkoord is een ambitiecontract afgesproken. Ik schreef het artikel 'Eerlijk zullen we alles delen, zuivere rekenregels voor evenwichtige belangenbehartiging'. Daar won ik (Arno van Mullekom, red.) een jaar geleden de Johan de Witt publicatieprijs mee. Hier staat ook een ambitiecontract in. Welke overeenkomsten zijn er tussen mijn idee en het ambitiecontract uit het pensioenakkoord?

Het artikel 'Eerlijk zullen we alles delen' beschrijft een pensioencontract waarin:
1. er geen buffers meer zijn
2. resultaten ineens volledig worden verwerkt, zónder uitsmeerperiode
3. de interne rekenrente voor het fonds gelijk is aan die voor de premiestelling en
4. de rekenrente gelijk is aan het benodigd rendement.

We leggen deze 4 zaken naast het ambitie contract uit het pensioenakkoord:

1. Bestaan buffers nog in het pensioenakkoord?
Nee, die verdwijnen. Jaarlijks is er een verrekening van resultaten waardoor de dekkingsgraad terug naar 100% gaat.

2. Verwerkt het pensioenakkoord de resultaten volledig?
Ja. We denken tegenwoordig minder positief over het uniform verhogen of verlagen van pensioenen. Omdat het uniform verlagen of verhogen van pensioen een van de grootste herverdelingsmechanismen is tussen jong en oud. Gedifferentieerd verhogen of verlagen is winst. Nadeel is dat het pensioenakkoord resultaten uitsmeert in de tijd.

Hoe kun je gedifferentieerd resultaat toewijzen bij 1 collectieve beleggingsmix voor het hele fonds? Het artikel “Eerlijk zullen we alles delen” biedt een praktische methode. Er is een differentiatie naar leeftijd. En naar ingegane pensioenen en niet-ingegane pensioenen. Voor gepensioneerden zijn de wijzigingen geringer dan die voor jonge deelnemers. Ingewikkelde spreidingsmechanismen zijn daardoor overbodig.

Resultaatdifferentiatie naar leeftijd alleen is onvoldoende!
Zijn er ook andere mogelijkheden om te differentiëren? Een van de varianten in het pensioenakkoord maakt gebruik van verschillende beleggingsmixen per leeftijdscohort. Maar dat is complex. Nog een nadeel is dat het alleen resultaatdifferentiatie naar leeftijd biedt. Het maakt niet uit of de deelnemer een ingegaan pensioen heeft of niet. De methode uit 'Eerlijk zullen we alles delen' houdt daar wel rekening mee. En geeft een 40-jarige nabestaande procentueel een geringer deel van het resultaat, dan een 40-jarige actieve (of slaper) met hetzelfde pensioen. Dat lijkt actuarieel evenwichtig.

Lifecycle theorie bij beleggen
Er is nog een ander groot bezwaar aan beleggingsmixen per leeftijdscohort. Portefeuilles met meer dan 100% zakelijke waarden zijn niet toegestaan. Terwijl dit theoretisch voor jongeren wel beter is. Dat levert voor hen een minder goed pensioenresultaat op. Het artikel 'Eerlijk zullen we alles delen' lost het anders op. Daar is 1 collectieve mix. Jongeren krijgen een resultaat toebedeeld dat eigenlijk hoort bij een gehefboomde portefeuille.

3. Rekenrente fonds versus rekenrente premiestelling
In het bestaande FTK hoeft de rekenrente voor de bepaling van de technische voorziening niet gelijk te zijn aan de rekenrente voor de premiestelling. In het pensioenakkoord wil men af van deze vorm van premiedemping. Daardoor geldt weer 1 rekenrente voor het fonds en de premie. Dat maakt het rekenkader een stuk consistenter en evenwichtiger. Ook hier is er een overeenkomst met het artikel 'Eerlijk zullen we alles delen'.

4. Welke rekenrente hanteert het pensioenakkoord?
Het pensioenakkoord gaat uit van de risicovrije rente. Vanaf 2021 komt er een nieuwe UFR. Maar een ambitiecontract biedt geen 100% of 97,5% zekerheid op het voorkomen van kortingen. Daardoor kan de rekenrente in theorie hoger zijn dan de risicovrije rente. De rekenrente hoeft immers niet met 100% zekerheid gehaald te kunnen worden. Ook maatschappelijk lijkt hiervoor steeds meer draagvlak te ontstaan. Voorwaarde is dat zo’n alternatieve rekenrente prudent is vastgesteld.

U mag aan meerdere knoppen draaien, maar kom niet aan de rekenrente
In het pensioenakkoord staan 2 contracten. Het is een akkoord op hoofdlijnen en verdere uitwerking en invulling volgt. Meerdere knoppen zijn beschikbaar. Maar een discussie over de rekenrente is onbespreekbaar. Er is geen open dialoog mogelijk op dit moment. Dit zet het pensioenakkoord onnodig onder druk.

Alternatieve rekenrente
'Eerlijk zullen we alles delen' gaat uit van het benodigd rendement. Bij de beleggingsmix hoort ten minste een verwacht rendement ter hoogte van het benodigd rendement. Zo kunnen alle uitkeringen in de toekomst verstrekt worden.

 

Samenvatting
Tussen het pensioenakkoord en het ambitiecontract uit 'Eerlijk zullen we alles delen' zijn overeenkomsten. Zoals het werken zonder buffers. En een gelijke rekenrente voor de premie en de verplichtingen.

De verschillen liggen genuanceerder. Het pensioenakkoord gaat nog niet volledig generatieneutraal indexeren/korten. 'Eerlijk zullen we alles delen' biedt hiervoor wel een oplossing. Het is toepasbaar voor een ambitiecontract geschoeid op de uitkeringsovereenkomst. De methode in 'Eerlijk zullen we alles delen' is wiskundig zo evenwichtig mogelijk. Het is daarom een interessant alternatief. Daarom breng ik de methode onder de aandacht van de werkgroep van de pensioencommissie.

Door: ir. Arno van Mullekom, RBA

Artikel 'Eerlijk zullen we alles delen'