Eerste Kamer stelt vragen over wet UBO-register

3 personen overleg laptop

De overheid wil witwassen en financieren van terrorisme tegen gaan. Daarom komt er een centraal register met informatie over mensen die zeggenschap hebben bij rechtspersonen. In dit UBO-register moeten ook pensioenfondsen hun bestuurders opnemen. Maar de inschrijving in het UBO-register duurt nog even. Want de Eerste Kamer heeft nog vragen over de wet die het UBO-register invoert. En als de wet er straks wel is, hebben pensioenfondsen nog 18 maanden de tijd om de registratie op orde te maken.

De UBO-registratieplicht geldt ook voor pensioenfondsen
Vanuit Europa is voor lidstaten verplicht om een centraal register in het leven te roepen. Daarin staat informatie over ‘uiteindelijk belanghebbenden’ van vennootschappen en andere juridische entiteiten. In het Engels heten die mensen ‘ultimate beneficial owners’ ofwel UBO’s. De Tweede Kamer ging in december akkoord met deze wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De verplichting om UBO’s te registreren geldt voor vrijwel alle in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Dus ook voor pensioenfondsen.

Helaas geen uitzondering voor pensioenfondsen
De UBO-registratieplicht heeft bij pensioenfondsen geen toegevoegde waarde. Want bij bijna alle pensioenfondsen zijn er geen UBO’s. In de wet is ‘uiteindelijk belanghebbende’ (UBO) bij een stichting namelijk de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan 25% van de stemmen bij een besluit tot wijziging van de statuten kan uitoefenen. Bij pensioenfondsen komt dat alleen voor bij een bestuur van drie leden of minder. Dus bijna nooit. Als er geen UBO’s zijn, kunnen bestuurders worden genoteerd als ‘pseudo-UBO’. Maar dat heeft geen enkele zin. Want voor bestuurders is het onmogelijk om via het pensioenfonds geld wit te wassen of terrorisme te financieren. De Pensioenfederatie vroeg dan ook om een uitzondering voor pensioenfondsen. De Europese richtlijn die het UBO-register voorschrijft, biedt echter geen ruimte voor uitzonderingen. Heel teleurstellend vinden wij dit.

Alle bestuurders inschrijven
De Eerste Kamer vroeg of het gehele bestuur van een pensioenfonds als UBO ingeschreven moet worden. Minister Hoekstra antwoordde dat het bij pensioenfondsen aannemelijk is dat er op basis van stemrechten geen UBO’s zijn. In dat geval moeten alle bestuurders worden aangewezen als UBO. Dat klopt echter niet met de definitie van UBO. Bij verreweg de meeste pensioenfondsen worden de bestuurders genoteerd als ‘pseudo-UBO’. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat met de wetswijziging, zijn pensioenfondsen verplicht om hun bestuurders op te nemen in het UBO-register. Pensioenfondsen krijgen dan nog 18 maanden de tijd om hun bestuurders te registreren.

Maar voorlopig nog niet
Volgens de Europese richtlijn moest het UBO-register er 10 januari 2020 zijn. Dat is niet gelukt. De Eerste Kamer is nog niet klaar met het wetsvoorstel. De Eerste Kamercommissie voor Financiën is niet tevreden over alle antwoorden van de minister. De commissie overweegt de Eerste Kamer te verzoeken over het wetsvoorstel een voorlichtingsvraag bij de Raad van State in te dienen. Als de Kamer dat besluit, leidt dat tot verdere vertraging van de behandeling van het wetsvoorstel. Naar verwachting neemt de Eerste Kamer in maart een besluit hierover. We houden u op de hoogte.

Auteur: Leo Blom, juridisch beleidsadviseur