Zorg voor eenvoud en gelijk speelveld in de uitwerking pensioenakkoord

Agnes Joseph actuaris APS

In de hoofdlijnennota van 22 juni staat dat er in het nieuwe pensioenstelsel twee contracten komen. Die contracten lijken veel op elkaar. Het zijn namelijk allebei premieregelingen. Nieuw zijn de extra mogelijkheden om risico’s te delen. Welk contract er bij uw fonds past, hangt af van waar voor u het zwaartepunt ligt: bij keuzevrijheid of bij risicodeling. Wat nog niet goed geregeld is, is dat nu niet alle soorten pensioenfondsen gelijke mogelijkheden hebben om te kiezen tussen de contracten. Als dat geregeld is, kan de wetgeving voor beide contracten geïntegreerd worden. Dat maakt alles eenvoudiger. En dat is nou precies een belangrijk uitgangspunt in het pensioenakkoord.

Grote veranderingen: welkom bij de premieregeling
Dat er in het nieuwe stelsel alleen premieregelingen zijn, is een grote verandering. Want momenteel zijn er veel uitkeringsregelingen. Er verandert veel. Straks zijn er geen aanspraken meer. En de risicovrije rente maakt plaats voor verwacht rendement. Een ander kenmerk is dat het beleggingsbeleid leeftijdsafhankelijk is. De uitkeringen zijn straks variabel. En risicodeling tussen deelnemers is gerichter.

De premieregelingen verschillen zeer van uitkeringsregelingen
We zetten op een rij hoe het er straks uit ziet:

  • Er zijn geen aanspraken meer
    In plaats daarvan is er voor iedereen een pensioenvermogen gereserveerd. Dit pensioenvermogen groeit door premies en behaalde beleggingsrendementen.
  • De risicovrije rente maakt plaats voor verwacht rendement
    Zonder aanspraken is het ook niet langer nodig om met de risicovrije rente te rekenen in de opbouwfase. De premie bepaal je op basis van een verwacht rendement.
  • Het beleggingsbeleid wordt leeftijdsafhankelijk
    En afhankelijk van de risicohouding van de deelnemers. Jong kan meer risico nemen, gericht op koopkrachtbehoud. Oud neemt minder risico en richt zich op een stabieler pensioen.
  • Na je pensioen heb je een variabele uitkering
    Op pensioenleeftijd koop je een uitkering aan. Die uitkering wijzigt jaarlijks afhankelijk van de beleggingsrendementen, rente en levensverwachting.
  • Gerichte risicodeling
    Binnen beide premieregelingen is er sprake van risicodeling. In de opbouwfase is er dekking van nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheid. In de uitkeringsfase worden langleven-, beleggings- en renterisico gedeeld. Daarnaast maakt een solidariteitsreserve deling tussen (toekomstige) opbouw- en uitkeringsfase mogelijk.

Verschillen tussen de twee premieregelingen
De twee premieregelingen lijken bijzonder veel op elkaar. De verschillen tussen de twee premieregelingen zitten met name in beleggingsbeleid en keuzevrijheid. Hoe zit het?

  • Het nieuwe contract staat lenen toe
    Het nieuwe contract start met het collectieve beleggingsbeleid en verdeelt behaald rendement via leeftijdsafhankelijke regels. Je kan daardoor in theorie jongeren 200% in aandelen laten beleggen. Daarvoor moeten ze wel lenen bij anderen. In de verbeterde premieregeling bestaat deze mogelijkheid niet.
  • Maar verbeterde premieregeling kent meer keuzevrijheid
    Binnen de verbeterde premieregeling kan je een deelnemer keuzevrijheid geven in beleggingsbeleid, maar dat hoeft niet. Wel kan een deelnemer altijd kiezen voor een vaste of een variabele uitkering. Ook kan de deelnemer kiezen voor een lagere of hogere uitkering bij aanvang. Binnen het nieuwe contract lijkt die keuzevrijheid voor de deelnemer er niet.

Ondernemingspensioenfondsen en algemeen pensioenfondsen hebben minder mogelijkheden
Alhoewel de regelingen dus erg veel op elkaar lijken is er geen gelijk speelveld tussen de regelingen. Zoals het er nu staat is een solidariteitsreserve in combinatie met een verbeterde premieregeling niet mogelijk voor een ondernemingspensioenfonds of een algemeen pensioenfonds. Een ondernemingspensioenfonds of een algemeen pensioenfonds wordt gedwongen te kiezen tussen keuzevrijheid of risicodeling via een solidariteitsreserve. Andere fondsen kunnen die combinatie wel maken. Daardoor is er geen gelijk speelveld tussen pensioenfondsen.

Gelijk speelveld was wel beloofd in het pensioenakkoord van 5 juni 2019. Iets dat daarom snel moet worden rechtgetrokken.

Door Agnes Joseph