De optimale premie

Jonge vrouw checkt smartphone

Een pensioenambitie van 80% van het middelloon is nu gebruikelijk. Maar bij de huidige lage rente gaat de pensioenpremie daarvoor al snel richting 40%. Wat nu? Ambitie omlaag? Premie omhoog? Een combinatie? De lifecycletheorie, die pensioenfondsen veel gebruiken voor het bepalen van het optimale beleggingsbeleid, kan je ook gebruiken voor het berekenen van de optimale premie. En een premie van 40% blijkt dan al snel te hoog.

Volgens de lifecycle theorie kunnen jonge mensen meer risico dragen dan ouderen
De lifecycle theorie gebruiken pensioenfondsen nu al bij premieovereenkomsten. De theorie stelt dat jonge mensen met hun pensioenvermogen meer risico kunnen dragen dan oudere mensen. Hier komt het idee van een leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid vandaan, zoals we ook terugzien in het pensioenakkoord. Uit een recente studie van DNB blijkt dat zo’n beleid inderdaad ‘substantiële welvaartswinst’ oplevert.

Minder bekend is dat je met de lifecycle theorie ook de optimale premie kunt berekenen
Een premie kan goed, te laag of te hoog zijn. Een pensioenfonds heeft er groot belang bij om een goede premie vast te stellen. Een goede premie geeft namelijk welvaartswinst. Vaak nog meer winst dan een optimaal beleggingsbeleid. Goed idee dus om bij de afweging tussen pensioenpremie en ambitie de lifecycle theorie in te zetten.

De lifecycle theorie kijkt naar consumptie over de levensloop
In de opbouwfase is je consumptie het inkomen dat overblijft na betaling van de pensioenpremie. In de uitkeringsfase is de consumptie gelijk aan het pensioen. Het uitgangspunt is een optimale spreiding van de consumptie gedurende het leven. Tijdens je werkende leven spaar je, om vervolgens te ontsparen tijdens je pensioen.

Stel dat je 40 jaar werkt en 20 jaar met pensioen bent
Je werk levert 1000 euro inkomen per jaar op. Stel nu dat je hiervan 40% als pensioenpremie spaart. Dan is dit, zonder rendement, precies genoeg voor 800 euro pensioen per jaar. Ofwel 80% van je middelloon. Maar kijk je vervolgens naar de onderliggende consumptie dan is er iets vreemds aan de hand… Tijdens je werkzame leven spaar je 400 euro en heb je 600 euro per jaar over. Vervolgens kun je 800 euro per jaar uitgeven tijdens je pensioen. Volgens de lifecycletheorie is dat niet wenselijk en niet logisch.

Pensioen beter in verhouding met lagere premie dan 40%
Om de consumptie beter te spreiden over het leven kan je beter wat minder pensioen sparen. Je pensioen wordt wat lager. Maar wel beter in verhouding met de consumptie gedurende je werkzame leven. Leg in het voorbeeld hierboven bijvoorbeeld 300 euro opzij voor pensioen. Je kunt dan jaarlijks 700 euro uitgeven gedurende je werkzame periode. Dan heb je in je pensioenperiode 600 euro per jaar beschikbaar (≈85% van 700). Dus op basis van deze simpele regel is maximaal 30% pensioenpremie nodig.

Logische ruimte voor premie
Toegegeven, in het echt is de situatie veel ingewikkelder. Maar het illustreert wel dat het interessant is om ook voor de premie en ambitie eens te kijken naar de lifecycle theorie. Dat geeft inzicht in wat een logische premie en een logische pensioenambitie kan zijn. In het voorbeeld lijkt 40% premie hoog. Is er wel zoveel loonruimte beschikbaar? Dan is het misschien toch logischer om nu meer te consumeren in plaats van dat hogere pensioen.

Door Agnes Joseph, actuaris