Verbetering nabestaandenpensioen vraagt om zorgvuldige uitwerking

oudere man leest boek

Met het nieuwe pensioenstelsel verandert ook het nabestaandenpensioen. Dat leidt vaak tot hogere uitkeringen. Het partner- en wezenpensioen wordt sterk geharmoniseerd. Dat lost een aantal knelpunten op. Maar het nieuwe nabestaandenpensioen is ook een vreemde eend in de bijt bij het nieuwe ouderdomspensioen. Fiscaal en qua uitkeringsvorm. Het nieuwe nabestaandenpensioen kan er volgens minister Koolmees bovendien al in 2022 zijn. Maar dat loopt niet in de pas met de invoering van het nieuwe ouderdomspensioen. Dat start uiterlijk per 2026.

Doordat bestaande regelingen kunnen verschillen, is er kans dat er geen dekking is
In het pensioenakkoord staat dat het nabestaandenpensioen standaard goed geregeld moet zijn. Dat is nu niet het geval. Dat komt doordat er nabestaandenpensioen is op opbouw- maar ook op risicobasis. Dat maakt het onoverzichtelijk voor deelnemers en hun partners. En het vergroot de kans dat er voor een nabestaande geen pensioen geregeld is bij baanwisseling, werkloosheid of echtscheiding. Ook bij overlijden vóór pensioendatum is het nabestaandenpensioen vaak laag. Dat is onwenselijk. Minister Koolmees neemt daarom het advies van de Stichting van de Arbeid over om het nabestaandenpensioen te verbeteren.

Partnerpensioen bij overlijden na pensioendatum is al op orde
Bij overlijden na pensioendatum doen zich weinig problemen voor. De achterblijvende partner is zelf vaak al gepensioneerd en krijgt daardoor een AOW-uitkering. De meeste pensioenregelingen keren daar bovenop een opgebouwd partnerpensioen uit van 70% van het ouderdomspensioen. Dit geeft een adequaat partnerpensioen. Daarom gaat deze regeling voor iedereen gelden.

Partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum fors hoger
Bij overlijden voor pensioendatum doen zich de meeste problemen voor. Dat komt omdat de achterblijvende partner meestal geen Anw-uitkering krijgt. Het partnerpensioen is bovendien versnipperd, complex en moeilijk uitlegbaar. De oplossing daarvoor is meer uniformiteit. Alle regelingen krijgen een partnerpensioen op risicobasis. De hoogte daarvan kan verschillen. Die wordt fiscaal maximaal 50% van het salaris van de deelnemer bij overlijden. Dit levert fors hogere uitkeringen op. Dat komt doordat er geen franchise van het salaris af gaat. Het houdt dus geen rekening meer met een eventuele Anw-uitkering. Ook is het partnerpensioen niet meer afhankelijk van hoe lang iemand in dienst was. Deze veranderingen samen geven een adequaat partnerpensioen.

Ook wezenpensioen fors omhoog
Het wezenpensioen is vaak onvoldoende om de kosten van opgroeiende kinderen te dragen. Om het wezenpensioen te verhogen, wordt dat ook gebaseerd op het salaris bij overlijden. Het wordt per kind maximaal 20% van het salaris als een van de ouders is overleden en maximaal 40% als beide ouders zijn overleden. Er komt ook een uniforme eindleeftijd van 25 jaar. Dat is eenvoudig in de uitvoering. En het geeft duidelijkheid en sluit beter aan bij de behoefte van wezen.

Betere dekking bij baanwisseling en werkloosheid
De nieuwe regeling zorgt ook voor een adequaat nabestaandenpensioen bij baanwisseling of werkloosheid. Als een deelnemer zonder onderbreking van baan wisselt, loopt de dekking door. Maar wat als er een paar maanden tussen zit? Of als de deelnemer werkloos wordt? Dan loopt de dekking van het partnerpensioen een aantal maanden door. Wat ons betreft geldt dat ook voor het wezenpensioen. Als iemand langer werkloos is, loopt de dekking door zolang iemand een WW-uitkering krijgt. Aandachtspunt bij deze oplossing is wel dat de risicopremies ten koste kunnen gaan van het pensioenvermogen. In dat geval leidt de dekking van het nabestaandenpensioen tot uitholling van het ouderdomspensioen.

Wat als de deelnemer zelfstandige wordt?
Veel zelfstandigen bouwen geen pensioen op. Zij hebben dus ook geen nabestaandenpensioen. Voor werknemers die zelfstandige worden, is het idee om standaard het ouderdomspensioen uit te ruilen. Ook dit kan tot een te laag ouderdomspensioen leiden. Minister Koolmees wil ook vrijwillige voortzetting van partnerpensioen onderzoeken. Het nadeel daarvan is dat individuele premie-incasso de uitvoering complexer maakt. En in het pensioenakkoord staat dat onderzocht wordt hoe zelfstandigen zich vrijwillig kunnen aansluiten bij het pensioenfonds van de sector of onderneming waar ze werken. Hoe verhouden deze 2 ideeën zich tot elkaar?

Gevolgen voor echtscheiding?
Bij nabestaandenpensioen op opbouwbasis is er voor de nabestaande een pensioen geregeld bij echtscheiding. Vanaf 2022 worden pensioenen bij scheiding verdeeld in eigen rechten. De ex-partner kan een opgebouwd partnerpensioen buiten de verdeling houden. Bij scheiding voor de pensioendatum vervalt die keuze in de nieuwe situatie. Er is dan namelijk geen opgebouwd partnerpensioen meer. De pensioenverdeling wordt dus minder complex.

Het nieuwe nabestaandenpensioen 2x vreemde eend
Nabestaandenpensioen op risicobasis sluit goed aan bij het nieuwe pensioenstelsel. Daarin bouwen deelnemers namelijk geen aanspraken meer op. Maar toch is het nabestaandenpensioen in 2 opzichten een vreemde eend in de bijt. Een vaste uitkering past namelijk beter dan een variabele uitkering bij het doel om nabestaanden duidelijkheid te geven. Daarvoor zou je het FTK moeten handhaven. Als dat onwenselijk is, is herverzekeren te overwegen. En de uitkering is fiscaal gemaximeerd. Dat wijkt af omdat in het nieuwe stelsel de premie fiscaal gemaximeerd is. Het is onwenselijk als er fiscale regels komen om de maximale nabestaandenuitkering te toetsen.

Integrale afweging nodig
Uiterlijk 1 januari 2026 moet iedereen overstappen op een nieuw pensioencontract voor het ouderdomspensioen. Volgens minister Koolmees kan het nieuwe nabestaandenpensioen al vanaf 2022 ingaan. Dat is een goede zaak, omdat het voor nabestaanden veel problemen oplost. En het sluit mooi aan bij de nieuwe pensioenverdeling bij scheiding die dan ingaat. Nadeel is wel dat de pensioenregeling twee keer ingrijpend wijzigt. Het nabestaandenpensioen wordt duurder door de hogere dekking. Past een fors hogere nabestaandenpensioenpremie in het totale plaatje van de nieuwe pensioenregeling? Opgebouwde partnerpensioenen blijven in ieder geval nog staan tot aan de start van een nieuw pensioencontract. Pas dan kunnen ze eventueel worden ingevaren. Al met al is dit nog geen gelopen race.

Door Leo Blom, juridisch beleidsadviseur