Prinsjesdag: uitwerking pensioenakkoord verschuift

ingang Ridderzaal Den Haag

Het kabinet presenteerde geen nieuwe pensioenplannen op Prinsjesdag. Afgelopen juni zijn de lijnen al uitgezet in de uitwerking van het pensioenakkoord. Er is wel een nieuwe planning voor het wetsvoorstel over het pensioenakkoord. Dat gaat naar verwachting in juni 2021 naar de Tweede Kamer. Het is bij de opzet van een nieuw stelsel heel belangrijk om oog te hebben voor de diversiteit in pensioenfondsen. Komt er een gelijke toegang tot de verschillende pensioencontracten voor ondernemingspensioenfondsen? Geven we voldoende beleggingsvrijheid aan deelnemers? En hoe gaan we om met invaren als het pensioenfonds een sponsor met een bijstortingsverplichting heeft?

Tijdlijn schuift op
Het wetsvoorstel gaat later dan verwacht naar de Tweede Kamer. Op 7 oktober 2019 schreef minister Koolmees namelijk nog dat hij het wetsvoorstel begin 2021 in wilde dienen. Om de geplande ingangsdatum van 1 januari 2022 te halen, moeten Tweede Kamer en Eerste Kamer medio december 2021 klaar zijn met de behandeling. Maar er is een heel grote kans dat dit schema gaat schuiven. Want zo’n ingrijpende wetgeving vraagt veel tijd. Maar nog belangrijker is dat het kabinet ten tijde van de indiening bij de Tweede Kamer mogelijk nog demissionair is. De Kamer wil zo’n belangrijk wetsvoorstel misschien pas in behandeling nemen als er een missionair kabinet zit.

Aandacht voor diversiteit
Nu de indiening bij de Tweede Kamer verschuift, is het beter om meer tijd uit te trekken bij de voorbereiding. En daarbij vooral ook aandacht te besteden aan de diversiteit onder pensioenfondsen. En aandacht te hebben voor alle mogelijkheden na de start van het nieuw stelsel. In de Miljoenennota staat alleen informatie over het nieuwe pensioencontract. Dat is jammer want sociale partners hebben de keuze tussen 2 echt gelijkwaardige pensioencontracten. Welk contract past het beste bij de deelnemers van een specifiek fonds?

Wij zien 3 aandachtspunten voor in het wetsvoorstel:

1. Gelijk speelveld in belang deelnemers
In het pensioenakkoord zijn twee premieregelingen afgesproken die veel op elkaar lijken. De verschillen zitten met name in beleggingsbeleid en keuzevrijheid. Het nieuwe contract staat lenen toe. Je kan daardoor in theorie jongeren 200% in aandelen laten beleggen. De verbeterde premieregeling kent meer keuzevrijheid. Op het gebied van beleggingen, uitkering vast of variabel. En een lagere of hogere uitkering bij aanvang. Maar zoals het er nu staat is aanvullende risicodeling via bijvoorbeeld een solidariteitsreserve in combinatie met een verbeterde premieregeling niet mogelijk voor een ondernemingspensioenfonds of een algemeen pensioenfonds. Terwijl het delen van microlangleven juist voor deze fondsen veel waarde kan toevoegen. Andere fondsen kunnen die combinatie wel maken. Daardoor is er geen gelijk speelveld tussen pensioenfondsen. En lopen deelnemers mogelijk welvaartswinst mis.

2. Beleggingsvrijheid van toegevoegde waarde
Achmea Pensioenservices deed voor een aantal pensioenfondsen onderzoek naar de risicohouding van deelnemers. Zo kan het fonds een passend beleggingsbeleid opzetten. In die onderzoeken kwam naar voren dat de risicohouding van deelnemers sterk kan verschillen. In dat licht levert het voor deelnemers veel op om zelf voor een bij hen passend beleggingsbeleid te kunnen kiezen. Dat pleit voor het aanbieden van keuzevrijheid op beleggingsgebied zoals in de Wet verbeterde premieregeling staat.

3. Invaren past niet bij bijstortingsverplichting
Een kleine groep pensioenfondsen heeft een sponsor met een bijstortingsverplichting. Binnen het nieuwe fiscale kader kan die verplichting blijven voor reeds opgebouwde pensioenen. Dan is invaren geen optie. Dat biedt deze fondsen minder mogelijkheden voor compensatie. Hoe gaan deze fondsen en hun sociale partners de transitie goed laten lopen? Al snel blijft alleen de premiebron over. Of een andere oplossing binnen het arbeidsvoorwaardenoverleg.

Goede voorbereiding is het halve werk
Zomaar 3 voorbeelden van zaken die bij de uitwerking van het pensioenakkoord in het wetsvoorstel om zorgvuldige aandacht vragen. Als het wetsvoorstel voor juni 2021 gepland staat, lijkt het ons goed om meer tijd uit te trekken voor de opzet van het wetsvoorstel. De internetconsultatie staat eind dit jaar gepland. Die kan dan bijvoorbeeld een maand later gehouden worden. Een goede voorbereiding maakt het voor de Kamer gemakkelijker om het voorstel te behandelen in de korte tijd die er in 2021 waarschijnlijk voor is. Al met al blijft 1 januari 2022 een erg ambitieuze deadline.

Door Lieke Haijemaije, beleidsadviseur