Complexe tegemoetkoming voor ontwijken AOW-heffing

oudere vrouw kijkt omhoog

Vanaf 2022 mag je bij pensioeningang maximaal 10% van de waarde van het ouderdomspensioen als bedrag ineens opnemen. Als je de AOW-leeftijd in januari bereikt, betaal je het reguliere fiscale tarief van 19,45%. Maar als je de AOW-leeftijd in december bereikt, betaal je maar liefst 35,85%. Vervelend voor iedereen wiens AOW-uitkering later in het jaar ingaat.

De Tweede Kamer had moeite met deze ongelijke belastingdruk. De oplossing biedt vrijstelling van AOW-premie voor iedereen door opname van het bedrag ineens uit te stellen. Daardoor betaal je hierover geen AOW-premie. Maar dit is administratief voor pensioenfondsen en verzekeraars bijna niet uitvoerbaar. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Wel akkoord van Kamer, niet van pensioenkoepels
De Tweede Kamer kwam op het spoor van het verschil in belastingtarief. De Kamer wilde vóór de stemming een oplossing voor dit verschil. De Kamer stelde de stemming daarom uit tot 17 november. Minister Koolmees bereikte in de tussentijd geen overeenstemming met de sociale partners en pensioenkoepels. De Kamer ging toch akkoord met het wetsvoorstel inclusief deze wijziging.

Waarom betaal je later in het jaar meer premie?
Als je de AOW-leeftijd later in het jaar bereikt, wordt de loonheffing steeds hoger. Hoe kan dit? Vanaf de AOW-leeftijd is geen AOW-premie meer verschuldigd. Maar je betaalt een evenredig deel van de AOW-premie over het jaarinkomen (tot € 34.713,-). De AOW-premie is 17,9% op jaarbasis. Als je bijvoorbeeld in juli de AOW-leeftijd bereikt en een bedrag ineens opneemt, wordt de AOW-premie voor een half jaar meegenomen in de tarieven: ½ x 17,9% = 8,95%. Je betaalt dan dus 19,45% + 8,95% = 28,40%. Deze ongelijke belastingdruk werd pas duidelijk door de vragen die Kamerlid Pieter Omtzigt op 29 oktober aan de minister stelde.

Tweede afkoopmoment is extra complex
Zoals het nu in de wet staat, kan een deelnemer bij pensioeningang kiezen om het bedrag ineens direct op te nemen. Of in februari volgend op het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt als het pensioen ingaat in het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt of eerder. Dit is echter disproportioneel complex op het gebied van administratie, communicatie en keuzebegeleiding. Dat komt omdat de uitkering begint op 100%. Daarna krijg je het bedrag ineens. En vervolgens de verlaagde uitkering. De pensioenkoepels hebben dit dan ook sterk afgeraden. Zij adviseerden direct te starten met een verlaagde uitkering. Dat is beter te begrijpen en uit te leggen.

Iedereen krijgt deze extra keus. Maar de hogere belastingdruk speelt niet bij iedereen
Namelijk alleen bij de mensen die hun pensioen laten ingaan in het jaar waarin ze de AOW-leeftijd bereiken. En dan alleen als hun inkomen lager dan € 34.713,- is. Daarboven is immers geen AOW-premie verschuldigd. Dit speelt ook niet bij mensen die hun pensioen eerder laten ingaan; misschien wel jaren eerder. De gekozen oplossing gaat verder dan tegen gaan van ongelijke belastingdruk in het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt.

Hogere premiedruk oplossen kan eenvoudiger
In het overleg met de Tweede Kamer was de gedachte de deelnemer een extra keuzemoment te geven in het jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd. Hij zou het bedrag ineens niet alleen bij pensioeningang kunnen opnemen, maar ook in januari volgend op het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt. Zo kan hij de hogere belastingdruk voorkomen. Dit speelt bij heel veel mensen. Want ruim 80% van de werknemers gaat met pensioen rond de AOW-leeftijd of in een eerder jaar.

  • Het was veel makkelijker geweest om over het bedrag ineens geen AOW-premie in te houden. Daarmee was precies hetzelfde bereikt. En je krijgt het bedrag ineens direct bij pensioeningang. Maar volgens minister Koolmees past dit niet in het fiscale stelsel. Maar daar passen veel andere uitzonderingen wel in. Het is ons niet helder waarom dit niet zou passen.
  • Het ging erom ongelijke belastingdruk tegen te gaan in het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt. Dat kan ook bereikt worden door het bedrag ineens standaard uit te betalen in januari van het volgend jaar, behalve als de deelnemer aangeeft dat direct bij pensioeningang te willen ontvangen. In dat geval is AOW-premie verschuldigd. Volgens minister Koolmees geeft dit niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling jegens deelnemers die in een jaar vóór de AOW-leeftijd met pensioen gaan. Wij vragen ons dat af.

Eerste Kamer kan zaken niet wijzigen
Het wetsvoorstel ligt nu in de Eerste Kamer. Die kan het wetsvoorstel niet wijzigen. Wel afwijzen, maar dat is niet te verwachten. We moeten ons dus voorbereiden op uitvoering van de wet die er nu ligt.

Auteur: Leo Blom, juridisch beleidsadviseur