Wetsvoorstel nieuw pensioenstelsel in vogelvlucht

Vandaag publiceerde het ministerie van SZW de consultatieversie van het Wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. Daarin staan details over het nieuwe pensioenstelsel. We zijn blij met deze stap. De komende tijd zijn we druk met het maken van nadere analyses. Kunnen pensioenfondsen ermee uit de voeten? Wat ontbreekt nog? Nu alvast de hoofdlijnen van het wetsvoorstel.

consultatie pensioenakkoord

De regels voor pensioencontacten
De regels voor het ‘nieuwe pensioencontract’ staan in het wetsvoorstel. Voor de verbeterde premieregeling komen enkele nieuwe regels vanuit het pensioenakkoord. Zo kan de uitkering automatisch variabel worden als de deelnemer niet binnen een bepaalde termijn kiest tussen een vaste of een variabele uitkering. En als bij de variabele uitkering het beleggingsrisico collectief wordt gedeeld, mogen er op voorhand geen herverdelingseffecten zijn tussen leeftijdsgroepen.

Fiscale focus op premie, het FTK niet helemaal weg
De fiscale focus ligt op de premie, niet langer op de opbouw. Uitkeringsovereenkomsten die niet worden ingevaren blijven onder het financieel toetsingskader inzake pensioenfondsen (het FTK) vallen. Het FTK geldt ook voor vaste uitkeringen bij de flexibele premieregeling.

Transitiefase tussen 2022 en 2026
Na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ontstaat van 2022 tot 2026 een transitiefase naar het nieuwe pensioenstelsel. Om een zorgvuldige overgang mogelijk te maken, wordt het FTK tijdelijk aangepast voor pensioenfondsen die invaren. Dat ‘transitie-FTK’ is optioneel. Pensioenfondsen die hiervan gebruik maken groeien vanaf 2022 naar een richtdekkingsgraad van (ten minste) 95% die bij het invaren of uiterlijk 1 januari 2026 bereikt moet zijn. Dat werkt het fonds uit in een overbruggingsplan. De indexatiedrempel wordt ook tijdelijk verlaagd van 110% dekkingsgraad naar 105%.

Informatievoorschriften gaan passen bij nieuwe premieregelingen
Een nieuwe open norm strekt tot adequate keuzebegeleiding. Een (digitale) keuzeomgeving moet een deelnemer in staat stellen om een passende keuze te maken. Ook worden de uitkomsten uit de evaluatie van de Wet pensioencommunicatie verwerkt.

Nabestaandenpensioen standaard op risicobasis in de opbouwfase
En het wordt een percentage van het salaris. Uiterlijk aan het eind van de transitieperiode moet het nabestaandenpensioen zijn aangepast. Standaard invaren geldt ook voor opgebouwd nabestaandenpensioen. Maar de dekking mag niet wijzigen. Dit ter bescherming van de nabestaanden van overleden gewezen deelnemers.

Er komt experimenteerruimte voor pensioenopbouw door zelfstandigen
Hiermee wordt het voor zelfstandigen mogelijk om zich vrijwillig aan te sluiten bij een pensioenregeling in de tweede pijler.

Alleen premieovereenkomsten maar wel in 4 varianten
De Pensioenwet kent 3 contracttypen: de uitkeringsovereenkomst, de kapitaalovereenkomst en de premieovereenkomst. Straks blijft alleen de premieovereenkomst over. Daarmee is duidelijk dat het pensioenresultaat afhangt van de premie, het rendement op de beleggingen en de rentestand. Er zijn wel 4 typen premieovereenkomst.

1. Een nieuwe premieovereenkomst (het ‘nieuwe pensioencontract’)
2. Een verbeterde premieovereenkomst (de ‘verbeterde premieregeling’)
3. Een premie-uitkeringsovereenkomst (alleen voor verzekeraars)
4. Een premie-kapitaalovereenkomst (alleen voor verzekeraars)

Lagere regelgeving nog onbekend maar van grote invloed
In de Hoofdlijnennotitie van juni 2020 staan de hoofdlijnen van het pensioenakkoord. Nu worden de hoofdlijnen verder uitgewerkt in de concept wet- en regelgeving. Maar in het wetsvoorstel staat maar liefst 15 keer dat in lagere regelgeving nadere regels worden gesteld of kunnen worden gesteld. Het ministerie van SZW werkt die lagere regelgeving pas volgend jaar uit. We kunnen het wetsvoorstel dus pas goed beoordelen als de lagere regelgeving er in concept is.

Wat gebeurt er in de periode van de radiostilte
De consultatie loopt tot en met 12 februari 2021. Daarna is er radiostilte tot juni. Eerst stemt het ministerie van SZW de resultaten van de consultatie af met de partijen bij het pensioenakkoord, de pensioenkoepels en de toezichthouders. Daarna toetsen DNB en AFM, de Belastingdienst, het Adviescollege toetsing regeldruk en het College voor de Rechten van de Mens. Daarna adviseert de Raad van State. Volgens planning wordt het wetsvoorstel in juni 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De lagere regelgeving gaat pas naar de Raad van State voor advies nadat de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel. Het ministerie van SZW gaat nog steeds uit van inwerkingtreding op 1 januari 2022. Dat is volgens ons heel ambitieus.

Top: We zijn blij met deze stap op weg naar een persoonlijker pensioen.


Tip: Het is van belang dat alle pensioenfondsen toegang hebben tot alle mogelijke contracten.

Lees ook dit nieuwsbericht over het pensioenakkoord

Auteur: Leo Blom, juridisch beleidsadviseur

abonneren nieuwsbrief