Op zoek naar alternatief voor complexe uitvoering bedrag ineens

Vanaf 2023 mag je bij pensioeningang een bedrag ineens opnemen. Dat was eerst vanaf 2022. Dit uitstel is er gekomen op verzoek van de Eerste Kamer. Die wil een uitvoerbare regeling. In het huidige voorstel is ook een tweede afkoopmoment opgenomen dat tot aanzienlijke uitvoeringstechnische problemen leidt. Dat kan simpeler door deze uitzondering te beperken tot deelnemers die met pensioen gaan in het jaar dat ze de AOW-leeftijd bereiken. Beter nog is het als je geen AOW premie over het bedrag ineens hoeft te betalen. Kortom, de minister is terug naar de tekentafel gestuurd. Hij moet overeenstemming bereiken met de pensioenkoepels over een uitvoerbaar alternatief voor het huidige voorstel.

Ongelijke belastingdruk is de oorzaak
De Tweede Kamer wilde een oplossing voor de ongelijke belastingdruk. Dat speelt als je in het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt een bedrag ineens opneemt. De belastingdruk is hoger naarmate je later in het jaar de AOW-leeftijd bereikt. Minister Koolmees stelde voor dat een deelnemer kan kiezen om het bedrag ineens op te nemen in februari volgend op het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt als het pensioen ingaat in dat jaar of eerder. In plaats van direct bij pensioeningang. De Tweede Kamer ging daarmee akkoord.

Huidig voorstel disproportioneel complex
De minister en de Kamer hadden daarmee geen oog voor de uitvoeringsproblematiek. De pensioenkoepels hadden immers gewaarschuwd dat dit disproportioneel complex is op het gebied van administratie, communicatie en keuzebegeleiding. Niet alleen omdat de uitkering na verloop van tijd verlaagd wordt. Maar ook omdat tussen het keuzemoment en het afkoopmoment een lange periode kan zitten, waarin gebeurtenissen kunnen plaatsvinden die invloed hebben op de hoogte van het pensioen en het bedrag ineens. Denk bijvoorbeeld aan een echtscheiding.

Dilemma: Eerste Kamer kan niet zelf wet veranderen
De Eerste Kamer had gelukkig wel oog voor de uitvoeringsproblematiek. Met name de fracties van CDA, GroenLinks, PvdA en 50PLUS in de Eerste Kamer waren zeer kritisch over de uitvoerbaarheid van het keuzerecht bedrag ineens. Verschillende fracties waren zeer ongelukkig met het combineren van 3 onderwerpen in 1 wetsvoorstel: keuzerecht bedrag, verruiming van vervroegd uittreden en uitbreiding van verlofsparen. De Eerste Kamer kan een wet niet wijzigen. Moest de Kamer de wet aannemen of verwerpen? Dus of een onuitvoerbare regeling laten doorgaan of eerder stoppen met werken blokkeren?

Oplossing: deel wet gaat later in
Uiteindelijk beloofde de minister het keuzerecht voor een bedrag ineens in te laten gaan op 1 januari 2023. Dan is er tijd om samen met de pensioenkoepels te zoeken naar een uitvoerbaar alternatief. Een wijziging gaat dan via de Tweede naar de Eerste Kamer. De verruiming van vervroegd uittreden en uitbreiding van verlofsparen traden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2021.

Voor alternatief moet draagvlak zijn
De Eerste Kamer verzocht de regering in een motie om de invoering van het bedrag ineens tot 2023 uit te stellen. En in de tussentijd een alternatief te zoeken. Dat alternatief moet minder complex zijn, beter communiceerbaar en substantieel lagere uitvoeringskosten kennen. En het alternatief moet draagvlak hebben bij de uitvoeringsorganisaties. Er moet dus overeenstemming zijn met de pensioenkoepels.

Pensioenkoepels: houd geen AOW-premie in
Voor de pensioenkoepels is de meest voor de hand liggende oplossing om over het bedrag ineens geen AOW-premie in te houden. Er is sprake van een fiscaal probleem en dat los je op door de fiscale regels aan te passen. Minister Koolmees vond dit beleidsmatig niet wenselijk. Het leidt immers tot hogere uitvoeringslasten bij de Belastingdienst. En elke uitzondering verhoogt de complexiteit.

Standaard oplossing en voor kleinere groep
Je kunt de uitgestelde afkoop alleen openstellen voor die deelnemers die in het jaar waarin zij de AOW-leeftijd bereiken met pensioen gaan en een bedrag ineens opnemen. Alleen zij hebben te maken met de ongelijke belastingdruk. Als de deelnemer een bedrag ineens wil opnemen, wordt dit bedrag standaard uitbetaald in januari van het volgend jaar, tenzij de deelnemer aangeeft dat direct bij pensioeningang te willen ontvangen. Vanaf de pensioeningangsdatum ontvangt hij de verlaagde uitkering. Dit is wel uitvoerbaar voor pensioenuitvoerders. En begrijpelijker voor deelnemers omdat dit beter kan worden uitgelegd.

Koolmees bezorgd over leeftijdsonderscheid
Volgens Koolmees is dit alternatief juridisch kwetsbaar. Er is volgens hem een niet te rechtvaardigen onderscheid met deelnemers die eerder met pensioen zijn gegaan. Wij zien dit alternatief juist als een goede oplossing voor de ongelijke belastingdruk in het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt. Als de doelgroep verbreed zou worden met deelnemers die eerder met pensioen zijn gegaan, zou het juist onuitvoerbaar worden. Als er al leeftijdsonderscheid is, dan is dat volgens ons goed te rechtvaardigen.

Duidelijkheid medio 2021 maakt implementatie realistisch
De Eerste Kamer nam het wetsvoorstel ongewijzigd aan. De regeling van het tweede afkoopmoment moet via de Tweede Kamer worden gewijzigd. Dan pas kan het keuzerecht bedrag ineens in werking treden. Dat staat in de motie van de Eerste Kamer. Wij vinden dat uiterlijk medio dit jaar over de oplossing overeenstemming bereikt moet zijn. Dan hebben pensioenuitvoerders voldoende tijd voor de implementatie.

door Leo Blom, juridisch beleidsadviseur