Het transitie-FTK een no-brainer?

peinzende grijze man

Volgens de huidige planning van het pensioenakkoord stappen alle pensioenfondsen uiterlijk 2026 over naar het nieuwe pensioenstelsel. In de periode van 2022-2026 komt er een aangepast financieel toetsingskader, het transitie-FTK. Maar is het verstandig om hier gebruik van te maken? Fondsen kunnen dat beoordelen aan de hand van een aantal belangrijke vragen. Willen sociale partners invaren? Welke richtdekkingsgraad past? Is het evenwichtig om te indexeren boven de 105%? Hoe moeten we de netto profijt plaatjes lezen? Wat doet het fonds met de premie en opbouw gedurende de overbruggingsfase? En wat betekent het als het fonds onderweg terug moet vallen op het huidige FTK?

Invaren voorwaarde voor transitie-FTK
Pensioenfondsen die verwachten dat sociale partners bestaande rechten willen invaren, mogen gebruik maken van het transitie-FTK. Voordeel: zij hoeven dan niet te korten vanwege de MVEV vereisten. Uiterlijk 1 april 2022 dienen ze een eerste overbruggingsplan in. Hierin toont het fonds aan dat de financiële positie uiterlijk 1 januari 2026 herstelt tot een richtdekkingsgraad van minimaal 95%. Maar er zit een addertje onder het gras. Blijkt namelijk op enig moment dat het fonds toch niet zal invaren, dan geldt het huidige FTK weer. Fondsen die eind 2021 al 5 of 6 jaar achtereen onder het MVEV zitten, moeten dan direct onvoorwaardelijk en volledig korten tot ongeveer 104% dekkingsgraad.

Fondsspecifieke richtdekkingsgraad kan oplopen tot meer dan 110%
De richtdekkingsgraad is belangrijk in het overbruggingsplan. Dit is de dekkingsgraad die nodig is voor een verantwoorde overstap naar het nieuwe stelsel. DNB en de Pensioenfederatie berekenden dat 95% genoeg is voor een gemiddeld fonds dat overstapt naar het nieuwe contract. Maar de uiteindelijke richtdekkingsgraad is erg afhankelijk van fondskarakteristieken en keuzes die sociale partners en het fonds maken. Gevoeligheidsanalyses in het consultatiedocument laten zien dat de ”echte” fondsspecifieke richtdekkingsgraad kan oplopen tot meer dan 110%.

Alleen met hoger verwacht rendement krijg je dezelfde uitkering
Invaren in het nieuwe contract met een dekkingsgraad van 95% betekent dat een gepensioneerde sneller ‘zijn potje leeg eet’. Hoe zit dat? Stel dat voor de compensatie afschaffing doorsneesystematiek ongeveer 5%-punt dekkingsgraad nodig is. Dan resteert ongeveer 90% dekkingsgraad voor het omzetten in persoonlijke pensioenvermogens. Een gelijke uitkering voor een pas gepensioneerde krijg je dan alleen door voor de uitkering uit te gaan van een hoger verwacht rendement in plaats van de risicovrije rente.

5% nodig voor compensatie afschaffing doorsneesystematiek
In de consultatiestukken staat voor overgang naar de verbeterde premieregeling een richtdekkingsgraad van 105%. Een gepensioneerde krijgt dan waarschijnlijk 100% van de voorziening mee. Er zijn nog 5%-punten dekkingsgraad over ter compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek. Een richtdekkingsgraad bepaalt dus deels al het contract in 2026. En er is het risico dat sociale partners een andere keuze maken.

Eerder indexeren zet dekkingsgraad onder druk
In het nieuwe pensioenstelsel zijn er minder buffers en dus kan je eerder indexeren. Het transitie-FTK biedt daarom extra indexatieruimte voor fondsen met dekkingsgraden tussen de 105% en circa 120%. Maar voor die fondsen telt ook dat DNB de komende jaren de risicovrije rente stapsgewijs aanpast. Daardoor daalt de dekkingsgraad een paar punten. Aan de andere kant zijn er bij veel fondsen ook andere argumenten vóór wel eerder indexeren. Bijvoorbeeld om de groep van gepensioneerden en slapers wat tegemoet te komen in geval van lage premiedekkingsgraden.

Premie is straks hetzelfde als opbouw
In het overbruggingsplan staat ook hoe de premie bijdraagt aan herstel van de dekkingsgraad. Een aanpassing van de huidige premie en opbouw lijkt op het eerste gezicht niet nodig. Maar de premie en opbouw zijn vanaf 2026 gelijk aan elkaar. Wij raden aan om te kijken naar hoeveel premie volgens het nieuwe stelsel ongeveer nodig is voor de huidige gewenste pensioenambitie. Dat is een soort ‘maximum’ premie waar je niet boven wilt zitten. Vervolgens kan je kijken of je de opbouw wilt aanpassen.

Onderbouwing evenwichtige belangenafweging met netto profijt
De aanpassingen en keuzes in het transitie-FTK hebben impact op verschillende generaties. In het overbruggingsplan onderbouw je de evenwichtigheid van beslissingen met het zogenaamde netto profijt. Het is een zwaar middel. Toch heeft het voordeel om ervaring op te doen met netto profijt, omdat netto profijt ook een belangrijke rol speelt bij het uiteindelijke invaren.

Pensioenfondsen staan begin 2022 voor moeilijke keuzes
Sociale partners hebben zich begin 2022 waarschijnlijk nog niet uitgesproken over een nieuw contract, compensatie en invaren. En de wetgeving is nu nog niet bekend. Toch moeten pensioenfondsen al kiezen. Bij een lage dekkingsgraad is het transitie-FTK aantrekkelijk. Maar de richtdekkingsgraad bepaalt impliciet al het contract. Het risico bestaat dat als sociale partners niet invaren of een ander contract kiezen, een flinke korting onvermijdelijk is. Gebruik maken van het transitie-FTK is dus een complexe keuze. En zeker geen no-brainer!

Auteurs: Agnes Joseph en Lieke Werner, actuarissen