De 5 belangrijkste wijzingen in de jaarverslagstaten

 

Pensioenfondsen die niet invaren gaan dubbel rapporteren. Zij krijgen ook te maken met een verslagstaat collectieve resultaatdeling. In de jaarstaten komen maatmensberekeningen en een toetsing van de risicohouding. En het pensioenfonds gaat rapporteren over nieuwe balansposten. De Nederlandsche Bank (DNB) startte op 17 januari een consultatie over wijzigingen in de rapportagevereisten van de jaarverslagstaten. De nieuwe jaarverslagstaten gelden vanaf 2025 en daarmee voor rapportages over het jaar 2024. We zetten de 5 belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

 

1. Pensioenfondsen die niet invaren, rapporteren straks in 2 kaders
De concept jaarstaten bevestigen dat een pensioenfonds dat niet (alle) pensioenen invaart in de nieuwe regeling, dubbele rapportageverplichtingen krijgt. Dat is niet verrassend maar zeker wel belangrijk om rekening mee te houden. Voor de nieuwe regeling volgens de regels uit de Wet toekomst pensioenen (WTP) rapporteert het pensioenfonds volgens het WTP-kader. Voor de niet-ingevaren pensioenen geldt het Financieel toetsingskader (FTK). Daar bovenop komen ook nog een aantal staten waarin beide kaders geconsolideerd worden.

2. DNB werkt aan de verslagstaat collectieve resultaatdeling
Nog niet alles is bekend. De Nederlandsche Bank geeft namelijk aan dat ook de maandelijkse verslagstaten nog wijzigen. En de verslagstaat die de collectieve resultaatdeling duidt, werkt De Nederlandsche Bank nog uit. Het is heel complex om het collectieve resultaat goed uit te splitsen naar resultaten - zoals rendement, rente, sterfterisico's, grondslagen voor inkoop - en tevens goed te onderbouwen. Met name over de verslagstaat voor collectieve resultaatdeling moet daarom niet licht gedacht worden. Daarnaast bracht De Nederlandsche Bank nu slechts een consultatieversie uit, de definitieve staten volgen later dit jaar.

3. In de jaarverslagstaten komen maatmensberekeningen
Het gaat om informatie over maatmensen die niet veel met verslaglegging over het afgelopen boekjaar te maken heeft. Wat ons betreft hoort deze informatie daarom meer thuis in de reglementstaten. Het gaat om de volgende zaken. Hoeveel geld blijft er over van een fictieve premie voor pensioeninkoop? Hoeveel pensioen kan een maatmens inkopen op pensioendatum voor een fictief kapitaal? De Nederlandsche Bank legde ook reglementstaten voor de Wet toekomst pensioenen (K603) ter consultatie voor. Maar De Nederlandsche Bank vraagt deze informatie uit bij het jaarwerk.

4. Nieuw in de jaarverslagstaten: toetsing van de risicohouding
Jaarlijks toetst het pensioenfonds of het beleggingsbeleid of de toedelingsregels passen bij de vastgestelde risicohouding. In de nieuwe staat J607 staat de uitkomst van deze toetsing op basis van een scenario-analyse. Waarschijnlijk maakt de adviserend actuaris van het pensioenfonds de berekeningen voor deze nieuwe staat.

5. Rapportage over de balansposten uit het nieuwe pensioenstelsel
In het nieuwe pensioenstelsel zijn er verschillende nieuwe reserves en voorzieningen, te weten: de solidariteitsreserve, de risicodelingsreserve en het compensatiedepot en de voorziening operationele risico's. Deze reserves komen in de balans, rekening van baten en lasten en in de technische analyse. Tevens rapporteert het fonds over het projectierendement en de individuele pensioenvermogens van de deelnemers.

Achmea Pensioenservices zal reageren op de consultatie
Zo zijn we optimaal voorbereid om vanaf 2025 conform deze nieuwe standaard te rapporteren over het jaar 2024. Wij verwachten dat De Nederlandsche Bank pas in september 2024 reageert op de reacties uit de markt. Waarschijnlijk publiceert De Nederlandsche Bank dan tegelijkertijd de definitieve set verslagstaten. Vanaf boekjaar 2024 geldt deze nieuwe rapportageset.

Auteur: Marco de Kuijer, Manager Actuarieel Control

Achmea Pensioenservices
Achmea Pensioenservices adviseert pensioenfondsen, sociale partners en beroepspensioenverenigingen op weg naar het nieuwe stelsel.